'Iets kleins breidde zich uit als een olievlek'

Jacqueline Quellhorst (46) getuigt over haar leven met agorafobie, beter bekend als 'pleinvrees'.

Tijdens een vergadering op mijn werk, nu zo’n acht jaar geleden, kreeg ik mijn eerste paniekaanval. Plots voelde ik me heel naar. Ik begon te hyperventileren en zag slecht. Ik kreeg zweethanden en werd ontzettend bang omdat mijn hart zo tekeerging. Het is een soort doodsangst. Uiteindelijk heb ik me verontschuldigd en ben ik naar mijn eigen werkplek teruggegaan. Daar vertelde ik het aan een paar collega’s. Die begrepen niet goed wat er aan de hand was. Zij kenden mij als iemand voor wie niets teveel was.

Ik werkte als medisch directiesecretaresse. Ik ben aangemeld bij een re-integratiebureau en ging een traject in met cognitieve gedragstherapie. Aanvankelijk luidde de diagnose burn-out. De inzet van de therapie was enkel gericht op terugkeer naar mijn werk. Dat zat me niet lekker. Ik voelde me al snel schuldig dat de therapie wellicht niet snel genoeg ging, was bang mijn baan te verliezen. Van collega’s kreeg ik weinig begrip, dat deed zeer.

Van huis uit heb ik meegekregen dat naar een psycholoog gaan taboe is. Je kwetsbaarheid toon je niet. Je bidt dat het beter gaat

Ik voelde me opgejaagd, had moeite de psycholoog te vertrouwen. Weliswaar zette ik kleine stapjes vooruit, hoewel ik nooit terug ben durven gaan naar die vergaderruimte waar mijn eerste paniekaanval begon.

Toen ik ook buiten op straat en in winkelcentra paniekaanvallen kreeg, b­egreep men dat er meer aan de hand was. Wat als iets kleins begon, breidde zich als een olievlek uit. Na elf maanden te hebben ‘geïntegreerd’ kreeg ik de diagnose paniekstoornis met agorafobie. Van een goed functionerend mens die alle ballen in de lucht houdt, was ik iemand geworden die zich nutteloos en waardeloos voelde, die niet eens zoiets simpels durfde als naar buiten gaan. Dat resulteerde in een zware depressie, inclusief gevoelens van niet meer willen leven.

Achteraf gezien denk ik dat ik te veel deed op mijn werk. Ook veranderde mijn thuissituatie nogal. Binnen de twee jaar was ik gescheiden, hertrouwd, verhuisd en zwanger. Mijn twee oudste kinderen kregen allebei een diagnose en kwamen in een nieuw samengesteld gezin terecht.

Tel daarbij op dat ik alles onder controle wil houden en nogal geneigd ben mijn eigen problemen te bagatelliseren. Ik ben opgegroeid in de Bijbelgordel. Van huis uit heb ik meegekregen dat naar een psycholoog gaan taboe is, dan ben je gek. Je kwetsbaarheid toon je niet. Je bidt dat het beter gaat. Jarenlang heb ik vierentwintig uur per dag op de hoogste alarmstand gestaan. Daarvan ben ik ‘stuk’ geraakt.

Uiteindelijk heb ik mijn baan opgezegd om meer aan mijn herstel te kunnen werken. Voor mijn kinderen weet ik mijn problemen goeddeels verborgen te houden, onder meer doordat ik mezelf via zelfhulpboeken allerlei trucjes heb aangeleerd. Boodschappen kun je online doen.

In 2014 kreeg ik een flinke terugval. Op aanraden van de dokter nam ik oxazepam om rustig te worden, maar benzodiazepines blijken bij mij chemisch volstrekt verkeerd te vallen. Psychofarmaca zijn nu eenmaal geen antibiotica. Ze w­erken bij iedereen verschillend.

Sinds een paar jaar werk ik geheel op eigen kracht aan het omgaan met mijn agorafobie. Mijn man is mij daarbij erg tot steun. Heel belangrijk is dat ik een positieve spirit houd. Van nature ben ik een opgewekt mens. Ik richt mijn leven zo overzichtelijk mogelijk in, heb vaste routines voor boodschappen doen, vermijd al te prikkelende omgevingen. Dagelijks zet ik kleine stapjes en werk ik eraan om met mijn angsten om te gaan. Ik ga nooit de deur uit zonder mijn oortjes. Op mijn telefoon heb ik de Amerikaanse app Stop Panic and Anxiety, die echt een houvast is geworden en mij zonodig door een paniekaanval heen helpt.

Elk huisje heeft zijn kruisje. Het gaat om de mens, om iemands verhaal, niet om het etiketje dat iemand opgeplakt heeft gekregen. Sommige mensen komen over hun psychische aandoening heen, anderen niet. Weer anderen leren door schade en schande hun aandoening een plek te geven. Ik leef weliswaar beschut, maar ondanks mijn agorafobie leid ik inmiddels weer een volwaardig leven.

In het kader van de 10-daagse van de Geestelijke Gezondheid verschijnt er vanaf dinsdag 1 oktober iedere dag een getuigenis over een psychische stoornis. Deze getuigenis is afkomstig uit What’s Wrong With Me – Faces of the DSM van auteur Vittorio Busato. Daarmee wil hij psychische stoornissen uit de DSM, de ‘diagnosebijbel’ van de psychiatrie, een gezicht geven.