30.200 schelpen geïdentificeerd

  • 20 maart 2018
30.200 schelpen geïdentificeerd

Delen:

De meestvoorkomende schelp op de Noordzeekust is de kokkel. Dat bleek uit een massale telling van 30.200 schelpen, waaraan 400 burgerwetenschappers deelnamen.

Ondanks de kou zakten op zaterdag 17 maart 2018 zo’n 400 burgers af naar de kust om deel te nemen aan de allereerste editie van de Grote Schelpenteldag. Het evenement werd georganiseerd door Eos, het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), Natuurpunt en Kusterfgoed.

Uit de 30.200 verzamelde en getelde schelpen kwam de kokkel naar voren als de meest algemene, gevolgd door het nonnetje, de halfgeknotte strandschelp, de mossel en de Amerikaanse zwaardschede. Meer dan 10 procent van alle schelpen behoort tot een exotische soort die hier ooit al dan niet bewust werd ingevoerd.

Met een striemende oostenwind en gevoelstemperaturen van -10 tot -15 °C was 17 maart de koudste sinds het begin van de meteorologische waarnemingen in ons land. Toch lieten zo’n 400 van de 1.200 vooraf geregistreerde vrijwilligers uit heel Vlaanderen zich niet afschrikken om naar de kust te gaan.

Vierhonderd burgerwetenschappers trotseerden weer en wind om schelpen te tellen. (Foto: Katrien Vervaele, VLIZ)

Verspreid over tien telposten ‒ één per kustgemeente ‒ raapten de deelnemers in totaal 30.200 schelpen. Van de meer dan honderd soorten die ooit aan onze kust zijn aangetroffen, konden op de teldag 58 soorten worden getraceerd. De talrijkste schelp was de kokkel of hartschelp (7.024 exemplaren), het symbool van de Schelpenteldag. Deze hartvormige, geribbelde schelp komt aan onze kust vooral als fossiel (grijsblauw of oranjebruin gekleurd) voor. De soort getuigt van het waddenachtige landschap dat onze kust al honderdduizenden jaren tekent.

Verzamelde schelpen werden geordend en geïdentificeerd. De middelste schelpen zijn kokkels.

Op twee eindigde het nonnetje (6.472 exemplaren), een soort van fijnzandige zeebodems. Het nonnetje kennen we ook als 'het portemonneetje’. Die naam dankt het gele, roze, grijze of witte schelpje aan het feit dat het vaak voorkomt in de vorm van doubletjes. De sterke slotband houdt beide schelphelften nog lang nadat het schelpdier sterft samen.

De derde plaats gaat naar de halfgeknotte strandschelp (5.785 exemplaren), een schelpdier dat al heel lang te vinden is aan onze kust. Dikwijls wordt het als fossiel materiaal op het strand aangetroffen. De mossel (2.920 exemplaren) eindigt op nummer vier. De top vijf wordt afgesloten door de Amerikaanse zwaardschede (2.529 exemplaren), een exotische soort die pas in de jaren 1980 in het ballastwater van schepen zijn intrede deed in de Noordzee en er sindsdien massaal voorkomt op de bodems van ondiepe kustwateren. Na winterstormen belanden grote aantallen lege schelpen van deze ‘messen’ op het strand.

Naast de Amerikaanse zwaardschede konden nog drie andere exotische soorten in grotere aantallen worden vastgesteld: de Amerikaanse boormossel, de Japanse oester en het muiltje. Samen waren de vier genoemde exoten goed voor bijna 4.000 schelpen, of 13 procent van alle verzamelde exemplaren.

Van de purperslak vonden de tellers vijf exemplaren. Deze zeeslak verdween in 1981 van het toneel ten gevolge de vervuiling met het metaal tributyltin (TBT), een product dat tientallen jaren lang in scheepsaangroeiwerende verven werd verwerkt. Nadat de Internationale Maritieme Organisatie het product had gebannen, verschenen de eerste exemplaren aan onze kust opnieuw in 2012.

Een aantal schelpen was duidelijk talrijker aanwezig op de West- dan aan de Oostkust. Dat geldt voor de Amerikaanse zwaardschede, de stevige strandschelp, de tapijtschelp en de rechtsgestreepte platschelp. Dat komt door de andere bodemgesteldheid in het ondiepe kustwater.

De volledige top twintig (exoten cursief):

1) Kokkel: 7.024 exemplaren

2) Nonnetje: 6.472 exemplaren

3) Halfgeknotte strandschelp: 5.785 exemplaren

4) Mossel: 2.920 exemplaren

5) Amerikaanse zwaardschede: 2.529 exemplaren

6) Zaagje: 1.129 exemplaren

7) Amerikaanse boormossel: 1.126 exemplaren

8) Stevige strandschelp: 671 exemplaren

9) Witte boormossel: 401 exemplaren

10) Grote strandschelp: 332 exemplaren

11) Ovale strandschelp: 329 exemplaren

12) Tapijtschelp: 263 exemplaren

13) Japanse oester: 216 exemplaren

14) Gevlochten fuikhoren: 163 exemplaren

15) Witte dunschaal: 141 exemplaren

16) Muiltje: 96 exemplaren

17) Rechtsgestreepte platschelp: 85 exemplaren

18) Melkwitte arkschelp: 83 exemplaren

19) Grote tepelhoren: 68 exemplaren

20) Gewone schaalhoren: 44 exemplaren

Delen:

Historisch letterkundige Laurent Breeus-Loos (UAntwerpen / FWO) is de winnaar van de elfde Vlaamse PhD Cup. In de finale op woensdag 21 oktober in de Handelsbeurs in Gent overtuigde hij de jury met de pitch 'Waarom ridders zonder schaamte huilden'. Ook het publiek koos hem als favoriet.

Dit zijn de wetenschappers of teams die er in 2026 het beste in slaagden om hun onderzoek naar het brede publiek te brengen. Op 16 november november worden de laureaten in Brussel gehuldigd. Onderaan deze pagina kun je stemmen voor de Eos Publieksfavoriet.

Dit zijn de wetenschappers of teams die er in 2026 het beste in slaagden om hun onderzoek naar het brede publiek te brengen. Op 16 november november worden de laureaten in Brussel gehuldigd. Onderaan deze pagina kun je stemmen voor de Eos Publieksfavoriet.

Op 21 oktober nemen acht jonge wetenschappers het tegen elkaar op in de finale van de Vlaamse PhD Cup 2026. In aanloop naar die finale vatten ze hun jarenlange doctoraatsonderzoek samen in een kort filmpje. Bekijk de video's, breng je stem uit voor de publieksprijs en maak kans op een PhD Cup-boekenpakket.

Dit is een artikel van: SciMingo

De finaletickets van de PhD Cup zijn uitgedeeld. Op woensdagavond 30 september kregen de zestien kandidaten tijdens de halve finale bij SciMingo drie minuten om de jury te overtuigen. Acht van hen mogen zich nu opmaken voor de finale van de elfde editie op woensdag 21 oktober in de Handelsbeurs in Gent.

Ging een experiment uit jouw onderzoek ooit spectaculair mis? Of liep je veldwerk een tikkeltje anders dan gepland? SciMingo gaat met Jacotte Brokken voor het tweede seizoen van de podcast 'Missen is wenselijk' opnieuw op zoek naar onderzoekers die hun faalverhalen willen delen.

Een interdisciplinair onderzoeksteam trekt aan de alarmbel omdat de academische wereld “voorspelbaar” en “voorzichtig” onderzoek lijkt te bevoordelen in plaats van gedurfde ideeën. Dit vormt niet enkel een probleem voor de toekomst van de wetenschap, maar treft vooral de nieuwe generatie vorsers/academisch talent.

Waarnemen, tellen, meten en classificeren: een greep uit de taken die burgers uitvoeren om de wetenschap vooruit te helpen. Kan AI dit allemaal overnemen? Nee, stelt astronoom Stijn Calders: mensen doen veel meer dan alleen data produceren.

Infectioloog Isabel Brosius (Instituut voor Tropische Geneeskunde) onderzoekt hoe nieuwe infectieziekten zich verspreiden tijdens een uitbraak. Toen in 2023 een nieuwe mpox-variant opdook in Oost-Congo, trok ze samen met Congolese onderzoekers meteen naar het getroffen gebied om een diagnose-, behandel- en onderzoekscentrum op te zetten. Haar onderzoek werd vanavond bekroond met de Eos Pipet.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven