Digitale gezondheidszorg, of toch eerder digitale zorgen?
- 28 oktober 2026
Een doktersafspraak inplannen, je medisch dossier inkijken, of die onverklaarbare hoestsymptomen eens opzoeken: we beheren onze eigen gezondheidszorg steeds meer online. Toch als je daar de middelen, digitale en taalvaardigheden toe hebt. Want wat als die digitalisering net een muur vormt tussen jou en je hulpverlener?
Het is zaterdagochtend, 9u40. Vanop de wekelijkse markt komen lokale Mechelaars, verse vis en croissantjes bij de hand, het lokaaltje binnen. Ik word begroet met gezucht en geklaag. “Ik krijg Itsme niet geactiveerd”, “Mijn opslag zit vol”, en “Wat betekent deze foutmelding?” Mijn maandelijkse shift als vrijwilliger bij het Digipunt werpt nog maar eens z’n vruchten af. Bezoekers vervolgen na het oplossen van hun digitale pijnigingen hun weg – op naar de heerlijk analoge groenteboer.
Wat als een vergeten wachtwoord je toegang tot de gezondheidszorg beperkt?
De Digipunt-bezoekers zijn maar het topje van de ijsberg. Veel mensen sukkelen in stilte met hun digitale zaken. De zogenaamde ‘digitale kloof’ tussen zij die gemakkelijk hun weg in de digitale wereld vinden en zij die er steeds meer in verdwaald geraken, lijkt enkel groter te worden. Een vergeten wachtwoord is hoogstens vervelend wanneer je niet meer ingelogd geraakt bij je favoriete streamingsdienst. Maar wat als het je toegang tot de gezondheidszorg beperkt?
Een stand van digitale gezondheidszaken
Digitale gezondheidszorg wordt steeds meer de norm. Zo staat de knop om online een doktersafspraak in te plannen vaak nadrukkelijk op de websites’ hoofdpagina. Voor het telefoonnummer moet je nog wat verder klikken. En na je consultatie met de huisarts zullen de resultaten van je bloedonderzoek op je elektronisch patiëntendossier verschijnen. ‘Mijn elektronisch watte?’, hoor ik bij het Digipunt al zeggen.
Ook binnen onze dagelijkse gezondheidszorg maken we steeds vaker gebruik van digitale hulpmiddelen. Vier jaar geleden waren er volgens Canadees onderzoek al 350.000 mobiele gezondheidsapplicaties beschikbaar in app stores. Van lifestyle apps zoals fitness- en voedingsapps, tot apps voor suicidepreventie en medische noodgevallen. Je moet het maar bedenken of er bestaat een app voor. Andere gezondheidssnufjes zijn daarnaast vaak verbonden met dergelijke apps. Denk aan digitale horloges of smartwatches waarmee je je hartslag of slaap in de gaten houdt. Ook medische apparaten zoals een hoorapparaat kan je tegenwoordig met je smartphone regelen.
Digitale gezondheidszorg gaat echter verder dan handige zelfhulp-apps. Vraag jij ook eerst aan Dr. GPT of je je zorgen moet maken over die aanhoudende hoest voor je naar de dokter gaat? Je zou zeker niet de enige zijn. Hoewel niet zonder gevaar, geven veel patiënten toch aan zich gesterkt te voelen in hun kennis – en daarmee ook in hun schoenen. Tenslotte kan je huisarts, verpleegkundige, of zelfs psycholoog aan de hand van je smartwatch-gezondheidsdata je klachten in het dagelijks leven mee opvolgen. En wanneer je je moeilijker kan verplaatsen omwille van fysieke of financiële redenen, zijn digitale gezondheidsconsultaties steeds vaker mogelijk.
Het digitale doolhof
De digitale gezondheidsmogelijkheden lijken aldus eindeloos. Patiënten krijgen meer inzicht en autonomie in hun eigen gezondheidszorg, en consultaties plannen en uitvoeren verloopt efficiënter. Waar knelt het schoentje dan? Terug naar het Digipunt, waar het verhaal van Maria de situatie schetst. Maria zelf is fictief, maar haar verhaal is dat voor veel mensen niet.
Maria is 73 jaar en huurt een Mechels appartementje. Haar man is vorig jaar gestorven en haar twee kinderen wonen niet bij de deur. Maria kampt al een aantal weken met constante hoofdpijn en vermoeidheid. Ze ging vorige week op bezoek bij haar huisarts. Nu zouden de resultaten van haar bloedonderzoek beschikbaar moeten zijn op Mijngezondheid – de Belgische app die gezondheidsgegevens bundelt. Maria heeft graag zoveel mogelijk informatie en wilt dit document inkijken. Maar hoe?
“Heb je een smartphone?”, is mijn eerste vraag. Hoewel er sinds de coronacrisis sterk werd ingezet op het verspreiden van computers en smartphones blijft dit niet voor iedereen een evidentie. Eind 2025 had 90% van de volwassenen in het Vlaams Gewest een smartphone, en 87% een computer of laptop. Mooi, maar dat betekent dat 686.477 Vlamingen toen géén smartphone bezaten.
Maria heeft een smartphone. Nu er nog mee kunnen werken. Ze moet namelijk eerst Itsme installeren om toegang te krijgen tot de Mijngezondheid-app. Voor wie zich dit installatie-proces niet meer herinnert – het is allesbehalve intuïtief. Je hebt allereerst een laptop of computer nodig, en een kaartlezer voor je identiteitskaart. Daarna moet je: de Itsme-app downloaden; je hierop registreren (als je je telefoonnummer al weet terug te vinden); de daaropvolgende code op de computerwebsite van Itsme ingeven; je identiteitskaart uitlezen (als je al het juiste programma hiervoor gedownload hebt); je ID-pincode ingeven (als je die al kent); een QR-code scannen (als je al weet hoe); een SMS-verificatiecode ingeven; een vijfcijferige Itsme-code verzinnen en aangeven of je Face ID wilt activeren.
Zelfs dit uittypen kostte me al moeite.
Samen krijgen we Itsme en Mijngezondheid geïnstalleerd, via de computer die door de stad beschikbaar wordt gesteld. Ze wilt Mijngezondheid voor het eerst openen maar botst op het volgende obstakel: taal. Want wat als ‘Maria’ eigenlijk ‘Maryia’ heet? De Oekraïense vluchtelinge communiceert via Google Translate maar de app is uitsluitend in onze drie landstalen en Engels beschikbaar.
Goed, we krijgen het medisch verslag gedownload. Maryia kijkt er even naar en ziet één waarde in het vet staan. Ik zie lichte paniek in haar ogen: het cijfer valt inderdaad ver onder de referentiewaarde die ernaast staat. Onder haar nadrukkelijke wens maken we vlug een nieuwe afspraak bij haar arts. In ’t echt, weliswaar.
Digitale gezondheidskloof of -brug?
Bovenstaande obstakels zijn niet nieuw. Ze benadrukken algemene kwetsbaarheden in grote delen van onze samenleving. Zo heeft 35% van de Vlaamse bevolking zwakke digitale vaardigheden. Tesamen met taal, gezondheidsgeletterdheid en financiële situatie vormen deze aspecten een digitale gezondheidskloof. Het gebruik van digitale toepassingen in de gezondheidszorg zal naar alle waarschijnlijkheid alleen maar toenemen. De werkelijke vraag is hoe we die digitale toepassingen duurzaam en rechtvaardig kunnen integreren binnen onze maatschappelijke context.
België blijft op dat vlak zeker niet bij de pakken zitten. Zo verscheen dit jaar het vijfde Belgische actieplan e-Gezondheid 2026-2029. Sinds 2013 zijn dit de nationale plannen die de “digitale transformatie van de Belgische gezondheidszorg vormgeven.” Tegelijkertijd liep de financiering van het Vlaamse project ‘Digibanken’, waaruit het Mechelse Digipunt is ontstaan, na vier jaar af. Het kantelpunt zal dus liggen in het installeren van duurzame maatschappelijke initiatieven. Want digitale gezondheidstoepassingen zijn in de eerste plaats exact wat ze beogen te zijn: toepassingen. Of het hulpmiddelen of hindernissen worden, hangt af van hoe wij ze in onze maatschappij verwerken.
Maria verschijnt een aantal weken later terug in mijn lokaaltje. De dokter had haar gerustgesteld dat het een onschuldig ijzertekort was. Al was dat niet meer nodig, vertrouwde Maria me toe. Haar dochter had haar medisch verslag in ChatGPT opgeladen.
Het nut en de gevaren van medische informatie en commerciële AI-Chatbots. Mijn volgende blogonderwerp ligt al klaar.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

