18 miljoen jaar oude potvis met ‘naaldvormige’ snuit joeg op vinnige prooien

Schedel van de fossiele potvis Rhaphicetus met extreem lange snuit. (Foto: KBIN)

Delen:

De onderzoekers vermoeden dat hij op kleine, snelle prooien joeg in ondiepere wateren. De huidige potvissen hebben een stompe snuit en ‘zuigvoeden’ zich met inktvissen op grote diepte.

Een internationaal team van paleontologen doet al jaren belangrijke ontdekkingen in het Pisco Basin in het zuiden van Peru, een woestijn waar door erosie heel wat walvisfossielen bloot komen te liggen. Ze geven ons meer inzicht in de evolutie van balein- en tandwalvissen en hun gemeenschappelijke voorouders in de voorbije 45 miljoen jaar.

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Nu hebben de onderzoekers een van de oudste potvissen ooit beschreven, aan de hand van de in 2016 opgegraven schedel, de gehoorbeenderen, kaakbenen, wervels, borstbeen en ribben. De uitstekend bewaard gebleven fossielen maken Rhaphicetus valenciae, zoals deze nieuwe soort werd gedoopt, een van de best gekende uitgestorven potvissen tot nu toe. Rhaphicetus leefde tussen 18 en 19 miljoen jaar geleden in de Stille Oceaan bij het huidige Peru. Deze heel vroege potvis geeft mogelijk een goed beeld van hoe de gemeenschappelijke voorouder van alle potvissen eruitzag. En die verschilt behoorlijk van de soorten die vandaag nog leven: de potvis, de dwergpotvis en de kleinste potvis.

Deze vondst geeft ons een mooie inkijk in het evolutionaire begin van deze fascinerende familie

Paleontoloog Olivier Lambert

Lange snuit met puntige tanden

Rhaphicetus valenciae was tussen 4,7 en 5,7 meter lang, drie keer kleiner dan de potvis vandaag. ‘Wat ons meteen opviel, is de extreem lange en smalle snuit’, zegt paleontoloog Olivier Lambert van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. ‘Potvissen vandaag hebben een brede snuit, door een orgaan met een wasachtige vloeistof in.’ De geslachtsnaam (genus) van deze nieuwe fossiele soort werd daarom Rhaphicetus, van het Grieks voor naald (rhaphis) en het Latijn voor walvis (cetus). ‘De walvis met de naaldvormige snuit’.

Reconstructie (Foto: KBIN)

Deze tandwalvis had smalle gepunte tanden in zowel boven- als onderkaak (bij de huidige potvissoorten zijn de bovenste tanden verdwenen). De punt van de snuit had wel geen tanden meer. ‘We vermoeden dat het dier daarmee relatief kleine en vinnige prooien kon grijpen, en ze met de smalle punttandjes naar binnen speelde, om ze daarna relatief intact door te slikken’, zegt Lambert.

Andere leefwijze

Die voedingsstrategie verschilt van de latere (eveneens uitgestorven) potvissen zoals Livyatan melvillei, een superroofdier ontdekt in jongere lagen van dezelfde Peruviaanse woestijn, dat met joekels van tanden op grote prooien zoals walvissen joeg. En de ‘oerpotvis’ had ook een andere leefwijze dan de nog levende potvissoorten: zij ‘zuigvoeden’ zich op grote diepte met inktvissen. Rhaphicetus zoog zijn prooien niet naar binnen en joeg wellicht in ondiepere wateren, mogelijk dicht bij de zeebodem.

‘Deze vondst geeft ons een mooie inkijk in het evolutionaire begin van deze fascinerende familie’, besluit Lambert. De studie is gepubliceerd in Journal of Systematic Palaeontology.

Pisco Basin in Peru, waar Raphicetus is opgegraven (Foto: P-A Combre)

Delen:

Dit is een artikel van:

KBIN

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven