Terugblik 2022 - Wiskundige beveiliging is te kraken

Terugblik 2022 - Wiskundige beveiliging is te kraken

Delen:

Wanneer we op het internet betalingen doen, maken we voortdurend gebruik van digitale beveiligingsmechanismen. Ze zorgen ervoor dat niemand ongeoorloofd geld van onze rekening kan halen. De mechanismen maken gebruik van geheime communicatiemethodes tussen betaler en ontvanger.

Maar hoe spreek je zo’n communicatiemethode af als iedereen voortdurend kan meeluisteren – want zo is de aard van het internet? Al in 1976 formuleerden de Amerikaanse wiskundigen Whitfield Diffie en Martin Hellman een theoretisch antwoord op die vraag. In 2016 ontvingen ze er de Turing-prijs voor.

In de methode van Diffie-Hellman kiezen beide partijen elk een geheim getal – we noemen ze even a en b. Samen kiezen de partijen een ander getal g uit een bepaalde eindige maar heel grote getallenruimte. Die keuze is openbaar. Iedereen mag het resultaat kennen. De ruimte en het getal maken deel uit van een zogenaamde publieke sleutel, de twee geheime getallen zijn dan private sleutels.

De twee partijen gebruiken vervolgens elk hun private sleutel voor een machtsverheffing van het publieke getal. Zo krijgen we gᵃ aan de ene kant en gᵇ aan de andere. Daarna bezorgen ze elkaar dit resultaat, dat ze elk op hun beurt weer verheffen tot hun eigen sleutel. Dat levert hun beiden hetzelfde getal op, namelijk

(gᵇ)ᵃ=(gᵃ)ᵇ=gᵃᵇ

Dit gedeelde getal gebruiken de twee om hun berichten te versleutelen.

Nu denk je wellicht dat die gᵃ en gᵇ voor een buitenstaander wel te achterhalen zijn. In werkelijkheid is het zowat onmogelijk om de exponenten uit die machten te achterhalen. Zelfs met de snelste computers is het onbegonnen werk. Het staat bekend als het discrete-logaritmeprobleem. Het werk van Diffie en Hellman leidde dan ook tot een resem aan cryptosystemen die berusten op moeilijke problemen waarop niemand een antwoord weet. Of althans nóg niet.

Even een omweg, langs het bekende RSA-algoritme (zie ‘Het geheim dat je van de daken mag schreeuwen’, Eos nr. 7, 2019). Dat berust op hetzelfde veiligheidsprincipe, maar maakt gebruik van een ander moeilijk probleem. Om het probleem op te lossen, moet je de priemfactoren van een groot getal vinden. In 1994 ontwikkelde wiskundige Peter Shor een algoritme dat het probleem efficiënt aanpakt. Al heb je er wel een quantumcomputer voor nodig.

Specialisten zagen meteen in dat Shors algoritme ook bruikbaar is om het discrete-logaritmeprobleem te kraken. Zo werd de zogenaamde post-quantumcryptografie geboren: de zoektocht naar nieuwe moeilijke problemen die bestand zijn tegen aanvallen met een quantumcomputer.

Het Amerikaanse National Institute of Standards and Technology (NIST) coördineert de zoektocht naar zulke alternatieven. Begin juli kwam daar het zogeheten Kyber-systeem naar voren. Het is gebaseerd op het zogenaamde learning with errors-probleem, waarbij men een onbekende functie tracht te leren uit gegeven punten en hun beeld, maar waar er fouten kunnen tussenzitten. Dat levert een snel cryptosysteem op met kleine sleutels – belangrijk in tijden waarin bijna elk voorwerp smart is en veilig informatie moet kunnen uitwisselen.

Om voorbereid te zijn op aanvallen kijkt de cryptogemeenschap naar alternatieven. Een hele klasse daarvan is gebaseerd op het idee van Diffie en Hellman, maar dan in een heel andere ruimte die Shors aanval tenietdoet. Deze categorie werkt met zogenaamde elliptische krommen, of punten uit eindige getallenruimtes die oplossingen zijn van vergelijkingen van de vorm y2=x3+ax+b, waarbij a en b gegeven getallen zijn.

Bij één van die alternatieven, SIDH geheten, vertrekken twee partijen van eenzelfde elliptische kromme van een welbepaalde soort. Die ‘vervormen’ ze elk in het geheim met een transformatie die we een isogenie noemen. Ze sturen vervolgens hun vervormde kromme naar elkaar. Die vervormen ze beiden nog eens, op de geheime manier die ze voorheen kozen. Net als bij de machten komen ze zo beiden uit op een gedeeld geheim. Een luistervink krijgt kop noch staart aan de verstuurde krommen.

Zo leek het toch. Tot twee Vlaamse wiskundigen – Wouter Castryck en Thomas Decru – deze zomer toonden dat zij dat wel kunnen. Het bracht een ware schokgolf teweeg. Post-quantumcrypto is dead, long live post-quantumcrypto. Of moet ik zeggen: long live mathematics?

Delen:

Francis Halzen ontvangt de Nobelprijs voor Fysica 2026 voor zijn voortrekkersrol in het onderzoek naar hoog-energetische neutrino's met ijs. De fysicus werkt aan de University of Wisconsin, maar groeide op in België. Hij is de tweede Belg die de Nobelprijs voor Natuurkunde wint, na François Englert in 2013.

BlogNatuurwetenschappen

Er lag een krokodil in de kast

125 jaar geleden kocht de KU Leuven een collectie fossielen die ze nooit meer heeft bekeken. Voor het eerst is een groep studenten op zoek gegaan naar krokodilachtige botten. Zij vonden aanwijzingen voor Diplocynodon, de oudste alligatorachtige.

In de klas kun je het misschien verbieden. Toch blijkt het in de praktijk nog knap lastig om delen door nul altijd te vermijden.

Vorige week liet OpenAI weten dat zijn model een van de moeilijkste wiskundige problemen, het Navier-Stokesprobleem over vloeistofbewegingen, had opgelost. De claim moet nog bevestigd worden, maar welke doorbraak is de volgende? En wat betekent dat voor andere mysteries uit de wetenschap?

ColumnNatuurwetenschappen

De kracht van kruisbestuiving

Soms heeft een schilder een wiskundige nodig en soms heeft een wiskundige, zoals ik, een kunstenaar nodig om te zien hoe wonderlijk wiskunde voor niet-wiskundigen werkelijk is.

In China is barnsteen gevonden van maar liefst 385 miljoen jaar oud. Het stamt uit een tijd waarin insecten nog niet de grootste vijanden van planten waren.

Toen de Chicxulub-asteroïde 66 miljoen jaar geleden insloeg, was dat misschien nog maar het begin van de ramp. Nieuw onderzoek suggereert dat een wereldwijde stofdeken de hitte van de inslag vasthield en terugkaatste naar de aarde. Het gevolg? Wereldwijde natuurbranden die het einde van de dinosauriërs mogelijk al binnen enkele uren bezegelden.

ColumnNatuurwetenschappen

Bron van quantumkansen

Honderd zomers geleden deden kansen hun intrede in de quantummechanica. Dit gebeurde zonder veel fanfare: in een kort artikel van de theoretische fysicus Max Born uit Göttingen. Wetenschapsfilosoof Sylvia Wenackers schrijft over wat dit teweegbracht in de decennia daarna.

De ruimterots die 66 miljoen jaar geleden de dinosauriërs van de aardbodem veegde, blijkt veel zeldzamer te zijn dan gedacht. Onderzoekers identificeren haar als een uitzonderlijke meteorietsoort die nauwelijks op aarde gevonden wordt. Dat zet de deur open naar een nieuwe verklaring voor de massa-extinctie.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven