Als het op geluid aankomt, maakt 30 kilometer een wereld van verschil. Op een boogscheut van een stiltegebied ligt een centrumstad waar lawaaibronnen elkaar voortdurend overstemmen. Bij de inwoners stapelen de gezondheidsrisico’s zich op. ‘Over de lockdowns denken veel mensen nu: die waren een zegen voor de rust.’
Brussel. Een grijze vrijdagvoormiddag in oktober. Thuiswerk is sterk aanbevolen, en dat merk je aan het verkeer. Maar de stad raast nog steeds. Treinen, zware vrachtwagens met betonmolens, autobanden op kasseiwegen, bouwwerven, ventilatieroosters … Te voet op weg van het station Brussel-Noord naar de gebouwen van Leefmilieu Brussel op Thurn en Taxis kom je ze allemaal tegen, samen met de decibels die ze produceren.
Al dat geluid stoort ons misschien niet meer, maar het brein registreert die informatie wel
Lawaai is een fulltime job voor Marie Poupé van de afdeling Geluid van Leefmilieu Brussel, net zoals voor haar vier collega’s. ‘Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een speciaal geval voor geluid, omdat het bijna helemaal verstedelijkt is’, legt ze uit. Het meeste lawaai komt dan ook van het verkeer. ‘Brussel is volledig doorvlochten met wegen. Zowat iedereen in het gewest hoort weglawaai.’
De tweede bron van lawaai is het vliegverkeer vanuit Zaventem. ‘Vliegtuigen zijn het luidst wanneer ze opstijgen, ze maken veel minder lawaai bij het landen’, zegt Poupé. Laat dat opstijgen nu net grotendeels naar het zuidwesten gebeuren, diagonaal over het gewest. ‘Opstijgen moeten vliegtuigen nu eenmaal met hun neus in de wind, en in 85 tot 90 procent van de tijd komt die hier uit het zuidwesten.’
Ook de spoorwegen verstoren de rust. ‘Al valt dat in grote delen van Brussel goed mee, omdat we veel ondergrondse spoorlijnen hebben.’ Poupé neemt er een grote kaart bij. ‘Hierop staat het geluid van de drie verkeerstypes samen. Ze toont dat veel Brusselaars aan alle lawaaibronnen tegelijk worden blootgesteld. Ze kunnen een weg aan de voorkant van hun huis hebben, een spoorweg aan de achterkant, en boven hun hoofden kunnen vliegtuigen opstijgen.’
Lawaaistress
Te veel lawaai is slecht voor de gezondheid. Dat luide muziek slecht is voor je oren, is ondertussen bekend. ‘Lawaai beschadigt de haarcellen in het oor. Dat kan definitief gehoorverlies veroorzaken’, zegt expert gehoortechnologie Sarah Verhulst (UGent).
Maar er is meer. ‘Veel personen horen in drukke omgevingen wel dat iemand iets zegt, maar verstaan niet wat precies.’ Experts noemen dat verborgen gehoorverlies, omdat die mensen bij de klassieke gehoortest met de piepjes wel goed scoren.
Volgens recent onderzoek is er wel degelijk een fysiologische oorzaak voor verborgen gehoorverlies. ‘Waarschijnlijk ligt die bij beschadiging of verlies van de synapsen, die de geluidsinformatie van de oren naar de hersenen overbrengen.’
Ik raad iedereen met een auto aan om stille banden te kopen en die precies goed op te pompen
Lawaai kan nog andere gezondheidseffecten hebben, en dan spreken we niet alleen over psychologische of slaapproblemen. Volgens audioloog Hannah Keppler (UZ Gent) hangen die sterk samen met stress. ‘Hartproblemen en een hoge bloeddruk komen veel voor bij individuen die in een lawaaierige omgeving wonen of werken. Ook bij geluidsniveaus die niet hoog genoeg zijn om gehoorschade te veroorzaken.’
Krijgen mensen die zich goed kunnen afsluiten voor het lawaai dan geen gezondheidsproblemen? ‘Toch wel’, zegt Keppler. ‘Personen die zenuwachtig worden van lawaai vertonen sneller andere symptomen. Maar ook mensen die zeggen dat ze geen last hebben van hun luide leefomgeving kunnen hartproblemen krijgen.’
Poupé vindt de verklaring daarvoor in onze biologie. ‘Ons gehoor is ons primitiefste zintuig. Het is het minst mee geëvolueerd met onze levensstijl.’ Al dat geluid stoort ons niet meer. Maar het brein registreert die informatie wel. ‘En dat activeert onze stresshormonen. Ons lichaam verkeert voortdurend in een staat van paraatheid, klaar om te vluchten of te vechten.’
Volgens de Europese regelgeving moet elke lidstaat of, in België, elk gewest geluidsblootstellingskaarten opmaken. ‘Zo kunnen we bepalen hoeveel Brusselaars gezondheidsrisico’s lopen door lawaai.’
Objectief meten
Om zulke kaarten te maken gebruikt Brussel vooral geluidmetingen. ‘We hebben een vast meetnet voor het verkeerslawaai, met 22 meetpunten verspreid over het gewest’, zegt Catherine Lecointre, verantwoordelijk voor het meetnet. Een van die meetpunten ligt aan de Houba De Strooperlaan, een van de luidste toegangswegen van Brussel. Lecointre stuurt de bijna-geruisloze elektrische auto van Leefmilieu Brussel met vaste hand door het drukke verkeer. ‘Zelf kom ik met de fiets naar het werk. Veel sneller.’
We parkeren vlak bij de microfoon op een hoge paal boven de grond. Die gaat zo goed op in het straatbeeld dat iemand er zijn fiets aan heeft vastgemaakt. Via het ondergrondse metrostation en enkele van haar achterdeuren komen we in de ruimte waar de datalogger staat, verpakt in een afgesloten koffertje.
Lecointre verontschuldigt zich: ‘Dit is niet het mooiste meetstation om foto’s van te nemen, wel integendeel. Maar we delen deze ruimte met de MIVB en we moeten ervoor zorgen dat iedereen plaats heeft.’ De decibelmeter toont een tijdlang 68 dB, en gaat dan naar 74 dB. De cyclus herhaalt zich elke paar minuten.
De decibelschaal is logaritmisch, dus die 6 decibel meer betekenen een verdubbeling van het lawaai. ‘Dat is het verkeerslicht vlak bij onze microfoon’, volgens Lecoutre. ‘Als de auto’s voor het rode licht staan, meet de microfoon het motorlawaai van pakweg twintig wagens tegelijk. Nu trekken ze op, kijk.’
De microfoons van het vaste meetnet zijn constant actief, en de dataloggers sturen elke seconde een meting door naar het systeem. ‘Dat laat toe ons toe om gemiddelden te maken over een bepaalde periode, om pieken te analyseren of om te kijken naar de effecten van de autoloze zondag.’ Of van de coronacrisis. ‘Die was eigenlijk een zegen voor de rust hier.’ Poupé kijkt een beetje ongelukkig terwijl ze dat vertelt. ‘We zagen het in ons meetnet. In dit meetstation gingen we van zo’n 60 dB gemiddeld overdag naar 50 dB. Op sommige assen hadden we zelfs 20 dB minder. Dat zijn dalingen zoals op een autoloze zondag.’
Volgens een enquête van Leefmilieu Brussel vindt 71 procent van de Brusselaars minder lawaai dan ook het belangrijkste positieve milieueffect van de pandemie. ‘Je zou daar geen crisis voor nodig mogen hebben, maar covid-19 heeft de Brusselaars wel gesensibiliseerd voor lawaai. Toen alles weer wat op gang kwam, viel de terugkeer van lawaai de mensen het meeste op.’
Lichte voet
Als je alle verkeersgeluid samentelt, wordt zowat 70 procent van de Brusselse bevolking blootgesteld aan lawaai boven de grenzen die de WHO aanbeveelt. De grens voor het vlieglawaai, 45 dB gemiddeld overdag, wordt in zowat twee derden van het gewest overschreden.
Maar ook in de buurt van autosnelwegen, grote invalswegen en spoorwegen gaan de decibels ver boven de aanbevolen maxima. ’s Nachts zou het wegverkeer niet boven een gemiddelde van 45 dB mogen gaan. Aan de grote invalswegen en de kleine ring zijn gemiddelde geluidsniveaus van 60 dB tot wel 75 dB dagelijkse (nachtelijke) kost.
Wat kan Leefmilieu Brussel doen op plaatsen waar de kaarten niet groen of geel kleuren? De eerste stap is de geluidsbron aanpakken. Poupé: ‘Hoe dichter bij de bron je iets onderneemt, hoe meer je kunt verhinderen dat geluid zich voortplant. We kijken eerst naar de plaatsen met de hoogste decibelwaarden. En naar hoeveel mensen er wonen.’
Voor het openbaar vervoer betekent de aanpak aan de bron zorgen voor de kwaliteit van het rijdend materiaal. ‘Bij trams en treinen maakt vooral het contact tussen wielen en sporen lawaai’, zegt Poupé. ‘Door te remmen worden wielen hoekig en krijgen de sporen ribbels en putten. Vierkante wielen maken meer geluid.’ Goed onderhoud is belangrijk, en daarvoor contacteert de organisatie dan Infrabel, de NMBS of de MIVB.
Verschillende snelheidsbeperkingen die onlangs zijn ingevoerd, dragen ook bij tot een stiller Brussel. ‘Op de ring mag je nu maar 100 km/u meer, en dat merken we.’ Bovendien voerde een groot deel van de Brusselse gemeenten snelheidsbeperkingen tot maximaal 30 km/u in.
Volgens de metingen van Mobiliteit Brussel leiden die ertoe dat er overal wat trager gereden wordt. ‘Gemiddeld zitten we nog niet aan 30 kilometer per uur, maar aan 34’, zegt Poupé met een knipoog. ‘Maar zelfs op plaatsen waar mensen nog 50 mogen, rijden ze nu gemiddeld nog maar 45.’
Verder kiest Brussel bij de aanleg van wegen meer en meer voor fluisterasfalt, dat het geluid van banden absorbeert. ‘Tot aan snelheden van 30 km/u hoor je voornamelijk de motor van een auto. Als je sneller rijdt dan 40 km/u zijn het vooral de banden die lawaai produceren. Daarom zijn elektrische auto’s ook zo stil als ze traag rijden.’
Autobestuurders kunnen zelf dus veel doen. ‘Ik raad aan om stille banden te kopen met A-label en die precies goed op te pompen’, zegt Poupé. ‘Onderhoud je auto en de motor goed. En vooral: ‘lève le pied’. Rijd anticiperend, in de flow met het verkeer. Door meer zen te rijden, maak je de stad meer zen. Remmen en optrekken produceert lawaai.’
‘Wat we als gewest wel zelf in handen hebben, is stadsplanning. Gebouwen houden de voortplanting van lawaai tegen. Wanneer we wijken opnieuw inrichten, zorgen we ervoor dat niet-gevoelige gebouwen, zoals kantoren of winkels, een scherm vormen voor gevoelige, zoals scholen, ziekenhuizen en woningen.’
Om iets te doen aan het ontvangende eind van het lawaai, probeert de afdeling samen met de cel Duurzaam Bouwen de architecten en de projectontwikkelaars te sensibiliseren. ‘Er bestaat isolatie die perfect bestand is tegen vliegtuiglawaai. Die draagt de strengste productnorm. Maar veel architecten en projectontwikkelaars zijn zich daar niet van bewust.’
Bij grote projecten adviseert Leefmilieu Brussel, en legt het de strengste isolatienorm op. Bij kleine projecten niet. ‘Daarom zijn we nu begonnen met opleidingen akoestiek voor architecten en aannemers. Zo hopen we zoveel mogelijk bouwprojecten positief te beïnvloeden.’
Stilte en stilstaan
Op 30 kilometer in vogelvlucht van het metrostation Houba-Brugmann en het meetpunt van Leefmilieu Brussel ligt Hingene. Een groot deel van deze deelgemeente van Bornem, in een bocht aan de Schelde, staat gelabeld als een van de tien officiële Vlaamse stiltegebieden. Hier, op een boogscheut van industrie, een drukke N16 en de Schelde met haar vrachtschepen, hoor je verrassend weinig verkeer. Af en toe, ver weg, misschien een flard autogeluiden, of een vliegtuig.
Aan het paviljoen De Notelaer is het nochtans niet echt stil. Het waait er hard, en de vele populieren ruisen hevig. ‘Het is ook niet de bedoeling dat je niets hoort in een stiltegebied,’ legt stiltegids Cille Blondiau uit, ‘wel dat alle geluiden er van nature thuishoren.’ Dat zijn bomen, vogels en zelfs ronkende tractoren, al mogen die laatste niet te veel doorwegen.
‘De afspraak is dat de geluiden van de natuur voor 80 procent van de tijd domineren.’ Blondiau haalt haar decibelmeter boven. Zelfs bij hevige windstoten gaat die niet boven de 50 dB. Op de Brusselse geluidskaarten geldt 50 dB nog als ‘heel stil’.
We wandelen door het natuurgebied. Normaal doet Blondiau deze rondleiding voor scholen. Enkele van de oefeningen voor de jongeren doen we nu ook. Zoek met een houten kadertje een beeld dat je mee naar huis zou willen nemen. Sta stil en luister naar je gedachten. En: ga met een spiegel in je handen vlak bij een boom staan en kijk naar beneden, naar het spiegelbeeld van de kruin.
Onderweg praten we weinig. Hangmatten nodigen bezoekers uit om echt tot rust te komen en de ogen te sluiten. Of naar de wolken te kijken die aan de herfstige hemel voorbijschuiven. Een mens wordt er inderdaad kalm van. Op de paden vol dorre bladeren zet ik mijn voeten zachtjes neer, om niet te veel lawaai te maken.
Terug bij het paviljoen volgt er meer uitleg. ‘Het idee is niet alleen om de mensen tot rust te laten komen omdat het hier stil is, we willen hen daar ook bewust van maken. We willen dat ze erbij stilstaan.’
The sound of C
Ook infrageluid en laagfrequent geluid kunnen de gezondheid schaden. Zeldzame wetenschappelijke rapporten spreken over lichte symptomen zoals concentratieproblemen tot zwaardere, zoals constante hoofdpijn en gewrichtspijn, en zelfs van plotse epileptische aanvallen.
In de meeste Europese landen bestaat er geen wetgeving die de burgers moet beschermen tegen de schadelijke gevolgen van infrageluid. Misschien omdat er nog zo weinig onderzoek naar gedaan is, en omdat het bij lage geluidsintensiteit niet of nauwelijks hoorbaar is. Alleen Denemarken maakte er een wet voor, met maximum blootstellingsduur en -sterkte. En Brussel, althans voor versterkt geluid, zoals muziekinstallaties.
‘De meeste Europese landen, en ook de andere Belgische gewesten, maken alleen gebruik van de A-weging voor controle van geluidsoverlast’, vertelt Marie Poupé (Leefmilieu Brussel). Voor de controle op geluidsoverlast wordt aan bepaalde frequenties een belang toegekend, een zogenaamde weging.
De A-weging telt de hoge frequenties sterk mee, de lagere wat minder, en de heel lage niet. Die is aangepast aan ons gehoor. ‘Dat is bijvoorbeeld heel gevoelig aan hoge schreeuwen, zoals van een kind. Tenminste, tot ongeveer 85 decibel (dB). Daarboven is het oor even gevoelig aan de lage tonen als aan de hoge.’
Voor controle van evenementen of plaatsen met versterkt geluid, zoals concerten, bars of festivals, neemt Brussel ook de C-weging in acht. Die filtert er de lage frequenties niet uit. ‘Die frequenties planten zich over enorme afstanden voort. Evenementen op Thurn en Taxis waren soms te horen tot in Evere.’
Bovendien ontdekten de controleurs een slimmigheidje van geluidstechnici. ‘We merkten dat sommige technici de neiging hadden om de lage frequenties te boosten, omdat ze dat met de hogere niet mochten. Die brengen het publiek een beetje in trance, en dat hebben dj’s graag. Als je alleen met de A-weging controleert, kun je daar niets aan doen.’
‘De lage frequenties zijn ook slecht voor de gezondheid, zeker bij dat geluidsniveau. Niet alleen voor onze oren, maar ook voor ons lichaam, omdat we helemaal mee gaan trillen.’ Bijgevolg staat Brussel maximaal 100 dB toe voor de A-weging, en 110 dB voor de C-weging.
‘Voor de lagere geluidsintensiteiten meten we niet volgens de C-weging, al zijn we ons er wel van bewust dat sommige mensen gevoelig zijn aan die laagfrequente geluiden’, zegt Poupé. ‘Maar de wetgeving is gemaakt voor het merendeel van de mensen, spijtig genoeg niet voor de bijzonder gevoeligen.’
De laatste controle van deze pagina was op 21 oktober 2026.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.


