Van een eenvoudig prikje tot een heuse operatie: doneren kan op meer manieren dan je denkt. Maar wat kan je eigenlijk allemaal afstaan, en hoe gaat dat in zijn werk?
‘Voor wie geef jij?’ of ‘Er is een tekort aan bloeddonoren in jouw gemeente.’ Klinkt bekend? De kans is groot dat je deze oproepen al eens hoorde op de radio, voorbij zag komen op televisie of tussen twee Instagramverhalen zag verschijnen. Zeker tijdens de najaarscampagne van het Rode Kruis zijn ze moeilijk te missen. En terecht, want bloed- en plasmadonoren zijn hard nodig.
Maar wist je dat je veel meer kan doneren dan alleen bloed? Van zaadcellen tot stamcellen en zelfs je volledige lichaam: de mogelijkheden zijn verrassend uitgebreid. Toch staan we er vaak pas bij stil wanneer we zelf, of iemand in onze omgeving, een donatie nodig hebben. Tijd dus om daar verandering in te brengen. Wat kan je eigenlijk allemaal doneren? En wat komt daar precies bij kijken?
Het begint bij het begin. Letterlijk.
Voor er sprake is van een leven, moet dat leven natuurlijk eerst ontstaan. En ook daarbij kan je als donor een handje helpen. Zo kan je eicellen of zaadcellen doneren aan mensen die moeilijk of niet op natuurlijke wijze kinderen kunnen krijgen. Dat kan aan iemand die je kent, maar ook aan een onbekende.
Al is de procedure voor mannen en vrouwen behoorlijk verschillend. Voor mannen komt het, kort door de bocht, neer op 'een kwakje in een bakje'. Bij vrouwen is het een ander verhaal. Zij moeten eerst een hormonale behandeling ondergaan om meerdere eicellen te laten rijpen. Vervolgens worden die eicellen tijdens een medische ingreep, meestal onder verdoving of sedatie, weggenomen.
Bloed geven: meer dan een prikje
Terug naar die oproepen van het Rode Kruis. Bloed doneren is wellicht de bekendste vorm van donatie. Toch kan niet iedereen zomaar binnenwandelen en zijn mouw opstropen.
Of je bloed mag geven, hangt af van verschillende factoren. Zo mag je bijvoorbeeld geen bloed doneren als je hiv-positief bent of aan bepaalde stollingsstoornissen lijdt. Heb je onlangs een tatoeage laten zetten? Dan moet je normaal gezien vier maanden wachten voor je opnieuw bloed mag geven. Je nieuwe tattoo kan je dus meteen showen, maar je bloed moet nog even wachten.
Gelukkig betekent een tijdelijk verbod op bloeddonatie niet altijd dat je helemaal niets kan doneren. Soms kom je namelijk wel nog in aanmerking voor plasmadonatie.
Plasma is het lichtgele, vloeibare deel van je bloed waarin onder andere eiwitten, antistoffen en stollingsfactoren zitten. Bij een plasmadonatie haalt een machine het plasma uit je bloed, terwijl je bloedcellen grotendeels terug naar je lichaam gaan. Daardoor kan je in sommige situaties wel plasma doneren, ook wanneer een gewone bloeddonatie tijdelijk niet mogelijk is. Bijvoorbeeld wanneer je hemoglobinegehalte, een maat voor de hoeveelheid zuurstof transporterend eiwit in je bloed, wat te laag is voor een bloeddonatie.
Twijfel je of je in aanmerking komt? Dan kan je de Donorzelftest van het Rode Kruis invullen. Zo weet je meteen of je die mouw al mag opstropen.
Stamcellen: kleine cellen, grote impact
Bloed kan nog op een andere manier levens redden. Of beter gezegd: de stamcellen die erin terecht kunnen komen.
Stamcellen zijn bijzondere cellen die zich kunnen ontwikkelen tot verschillende soorten gespecialiseerde cellen. Bij een stamceldonatie gaat het specifiek om bloedvormende stamcellen. Die kunnen nieuwe bloedcellen aanmaken en zijn daardoor van levensbelang voor patiënten met bepaalde ernstige bloedziekten, zoals leukemie of sikkelcelziekte.
Maar hoe doneer je zoiets? Bij de meest gebruikte methode krijg je enkele dagen voor de donatie injecties met een stof die ervoor zorgt dat er meer stamcellen vanuit je beenmerg in je bloedbaan terechtkomen. Op de dag van de donatie wordt je bloed via een infuus door een speciale machine geleid. Die haalt de stamcellen eruit en geeft de rest van je bloed terug. Een beetje zoals bij een plasmadonatie dus.
Na de donatie mag je doorgaans dezelfde dag weer naar huis. Voor jou betekent dat misschien enkele dagen ongemak en een dag in het ziekenhuis. Voor iemand anders kan het een tweede kans op leven betekenen.
Een orgaan cadeau doen? Het kan!
Van bloed en stamcellen gaan we naar een iets grotere donatie: organen.
In België geldt het principe van veronderstelde toestemming. Dat betekent dat wie aan de wettelijke voorwaarden voldoet, in principe orgaandonor is na overlijden, tenzij die persoon uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt. Je hoeft je dus niet noodzakelijk te registreren om donor te zijn.
Toch is het een goed idee om dat wél te doen. Je kan namelijk ook expliciet vastleggen dat je toestemming geeft voor orgaandonatie. Waarom zou je dat doen als je volgens de wet toch al donor bent?
Omdat de praktijk soms ingewikkelder is dan de wet. Wanneer iemand overlijdt, worden familieleden vaak betrokken bij het donatieproces. Als zij niet weten wat hun dierbare gewild zou hebben, kan dat voor moeilijke gesprekken zorgen op een moment dat ze al genoeg aan hun hoofd hebben. Door je keuze vooraf vast te leggen én erover te praten, neem je een deel van die onzekerheid weg.
En je hoeft zelfs niet te wachten tot na je overlijden om een orgaan te doneren. Ook tijdens je leven kan je onder bepaalde voorwaarden een nier of een deel van je lever afstaan. Je lever heeft namelijk een bijzonder talent: hij kan na een gedeeltelijke donatie opnieuw aangroeien. Was het maar zo eenvoudig met alle organen.
Zelfs na je dood kan je nog iets betekenen
Misschien klinkt het wat luguber, maar ook na je overlijden kan je nog bijdragen aan de wetenschap. En dan hebben we het niet alleen over orgaandonatie.
Je kan er namelijk voor kiezen om je volledige lichaam aan de wetenschap te schenken. Universiteiten gebruiken zulke lichamen onder andere om toekomstige artsen op te leiden en medisch onderzoek uit te voeren. Want hoe geavanceerd medische simulaties tegenwoordig ook zijn, de menselijke anatomie leer je nog altijd het best kennen door ze daadwerkelijk te bestuderen.
Er is wel een belangrijk verschil met orgaandonatie. Wie zijn lichaam aan de wetenschap wil schenken, moet daarvoor tijdens zijn leven zelf de nodige stappen ondernemen. Je lichaam wordt dus niet automatisch aan een universiteit geschonken.
Bovendien heeft elke universiteit haar eigen voorwaarden en procedures. Wie hierover nadenkt, informeert zich dus best op tijd.
Benieuwd wat er precies met een lichaam gebeurt dat aan de wetenschap wordt geschonken? Lees dan deze blog.
En jij, wat zou jij doneren?
Van het prille begin van een mensenleven tot lang na het einde ervan: donatie kan in zowat elke levensfase een rol spelen. Sommige vormen vragen niet veel meer dan een prikje, terwijl andere een grotere medische ingreep of een weloverwogen beslissing vereisen.
Wat ze allemaal gemeen hebben? Je kan er iemand anders mee helpen. Soms zelfs iemand die je nooit zal ontmoeten.
En toch weten veel mensen niet welke mogelijkheden er allemaal bestaan, laat staan of ze zelf in aanmerking komen. Gelukkig hoeft dat niet zo te blijven.
Wil je ontdekken welke vormen van donatie bij jou passen en ondertussen je kennis testen? Kom dan zeker langs bij ‘Doneren? Denk er eens over na.’ op de Dag van de Wetenschap bij KU Leuven.
Wie weet ontdek je wel dat je meer te geven hebt dan je dacht.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

