Geeuwen is besmettelijk, maar we weten nog niet waarom

baby

Iedereen geeuwt, vooral als je moe bent of je verveelt. Veel mensen merken dat ze een geeuw voelen opkomen zodra iemand naast hen geeuwt. Ook dieren geeuwen: van honden tot vogels. Is geeuwen echt besmettelijk is?

Delen:

Je mond gaat wijd open, je ademt diep in, je ogen gaan even dicht en vaak rek je je bovenlichaam uit. Je beslist dat niet zelf: de beweging start in je hypothalamus (een klein gebied diep in je hersenen) en loopt via je hersenstam naar je spieren.

Een geeuw duurt gemiddeld 4 tot 7 seconden. We geeuwen 6 tot 23 keer per dag.

Geeuwen is heel oud gedrag. Bijna alle gewervelde dieren doen het: van vissen tot vogels. En een baby geeuwt al in de buik.

Je geeuwt niet omdat je hersenen meer zuurstof nodig hebben

Een bekende verklaring is dat je geeuwt omdat er te weinig zuurstof of te veel koolstofdioxide in je bloed zit. Onderzoekers lieten deelnemers daarom zuivere zuurstof inademen of lucht met extra koolstofdioxide. Dat zou het geeuwen moeten afremmen of juist uitlokken. Geen van beide gebeurde: de deelnemers ademden wel sneller, maar geeuwden niet meer en niet minder. Een geeuw lijkt dus niet bedoeld om je ademhaling bij te sturen.

Koelt een geeuw je hersenen af?

Een tweede verklaring: geeuwen zou je hersenen een beetje afkoelen. Door je mond wijd open te zetten en diep in te ademen, zou je warmte afvoeren.

Onderzoekers die deze verklaring verdedigen, wijzen erop dat mensen en dieren alleen geeuwen binnen een bepaald bereik van buitentemperaturen. Bij grote hitte geeuwen mensen bijvoorbeeld minder mee. Misschien omdat de ingeademde lucht dan te warm is om je hersenen af te koelen.

Er is alleszins nog te weinig bewijs voor deze verklaring.

Dat geeuwen aanstekelijk is, staat wel vast

In een studie keken 328 volwassenen 3 minuten naar beelden van geeuwende mensen, met een camera op hen gericht. Ongeveer 2 op de 3 geeuwde minstens één keer mee. Wie niet mee-geeuwde, hield zich meestal niet in: die mensen voelden zelfs geen neiging om te geeuwen.

Alleen al denken aan geeuwen kan ook een geeuw uitlokken.

Je geeuwt vooral mee met mensen met wie je een nauwe band hebt

Onderzoekers observeerden een jaar lang alledaagse ontmoetingen tussen volwassenen (8). Alleen de band tussen mensen voorspelde wie mee-geeuwde. Mee-geeuwen gebeurde het vaakst bij familie, dan bij vrienden, dan bij kennissen en het minst bij vreemden. Geslacht en nationaliteit maakten niets uit.

Bij dieren zie je soms hetzelfde. Gelada-bavianen geeuwen vooral mee met apen waarmee ze veel optrekken.

3 mogelijke verklaringen voor mee-geeuwen

Je voelt mee met de ander. Mee-geeuwen zou samenhangen met empathie: je vermogen om aan te voelen wat een ander voelt. Maar het bewijs hiervoor is tegenstrijdig en niet overtuigend.

Het helpt de groep. Volgens een evolutionaire theorie hielp mee-geeuwen onze voorouders om als groep alert te blijven. Een geeuw zou slaperigheid signaleren en tegelijk de waakzaamheid verhogen. Als anderen mee-geeuwen zou de hele groep beter op gevaar kunnen letten. Er is geen goed bewijs voor deze verklaring.

Je lichaam doet het automatisch na. In een experiment bij 36 volwassenen maten onderzoekers met magnetische prikkels op de schedel hoe snel het hersengebied dat je bewegingen aanstuurt in actie komt. Die meting voorspelde ongeveer de helft van de verschillen in mee-geeuwen. Dat past bij wat wetenschappers een echofenomeen noemen: je lichaam neemt vanzelf het gedrag van een ander over, zoals een echo een geluid terugkaatst. Het experiment was klein en bewijst alleen dat er een verband is. We weten niet of het een oorzakelijk verband is.

Conclusie

Dat geeuwen aanstekelijk is, staat vast. In een studie geeuwden ongeveer 2 op de 3 deelnemers mee bij beelden van geeuwende gezichten. Je geeuwt vooral mee met mensen met wie je een nauwe band hebt. Waarom we geeuwen, weten we niet. Misschien om onze hersenen af te koelen, maar dat wordt betwist.

Referenties

  • Wani PD, Agarwal M. The science of yawning: Exploring its physiology, evolutionary role, and behavioral impact. J Family Med Prim Care 2025;14(8):3115-3120.

  • Massen JJM, Gallup AC. Why contagious yawning does not (yet) equate to empathy. Neurosci Biobehav Rev 2017;80:573-585.

  • Guggisberg AG, Mathis J, Schnider A, et al. Why do we yawn? Neurosci Biobehav Rev 2010;34(8):1267-1276.

  • Provine RR, Tate BC, Geldmacher LL. Yawning: no effect of 3-5% CO2, 100% O2, and exercise. Behav Neural Biol 1987;48(3):382-393.

  • Gallup AC, Eldakar OT. The thermoregulatory theory of yawning: what we know from over 5 years of research. Front Neurosci 2012;6:188.

  • Bartholomew AJ, Cirulli ET. Individual variation in contagious yawning susceptibility is highly stable and largely unexplained by empathy or other known factors. PLoS One 2014;9(3):e91773.

  • Norscia I, Palagi E. Yawn contagion and empathy in Homo sapiens. PLoS One 2011;6(12):e28472.

  • Palagi E, Leone A, Mancini G, et al. Contagious yawning in gelada baboons as a possible expression of empathy. Proc Natl Acad Sci U S A 2009;106(46):19262-19267.

  • Brown BJ, Kim S, Saunders H, et al. A neural basis for contagious yawning. Curr Biol 2017;27(17):2713-2717.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

advertentie fti festival

Helpt cognitieve training om een terugval in depressie te voorkomen? De effecten verschillen sterk van persoon tot persoon.

Dit is een artikel van: Mensenkennis (www.mensenkennis.be)

Patiënten vragen soms om een geamputeerd lichaamsdeel mee te geven om te laten begraven. Dat kan belangrijk zijn vanuit hun religieuze of culturele overtuigingen. Toch is het voor zorginstellingen onduidelijk of zij op deze vraag moeten of zelfs mogen ingaan.  

De zenuwcellen in onze hersenen moeten voortdurend beschadigde en overbodige onderdelen opruimen, ook in hun verste uithoeken. Maar niet alles wat ze daarvoor nodig hebben, is daar beschikbaar. Ons onderzoek met fruitvliegen laat zien hoe de aanvoer van materiaal binnen een zenuwcel mee bepaalt hoeveel er wordt opgeruimd.

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven