Hoe lawaai aan je hoofd en lijf vreet

Lawaai

Te veel lawaai verhoogt het risico op hartaandoeningen bij volwassenen en veroorzaakt leerproblemen bij kinderen.

Delen:

Tien jaar geleden begon Jamie Banks te werken vanuit haar huis in Lincoln, een middelgroot dorp in Massachusetts. Na een paar maanden werd de voortdurende herrie van tuinmachines haar te veel, zelfs binnenshuis. “Het vreselijke lawaai ging urenlang door, elke dag opnieuw, week in, week uit”, vertelt ze. “Bladblazers, industriële grasmaaiers, heggenscharen.”

Een bladblazer op benzine kan tot 75 decibel (dB) luid klinken voor iemand die binnenshuis is. Dat is meer dan de veilige bovengrens per 24 uur die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert voor de bescherming van het gehoor. “Dit kan niet goed zijn, begon ik te denken”, zegt Banks. “Het doet mij in elk geval geen goed. Het kan ook niet goed zijn voor de mensen die die machines bedienen. En ook niet voor de vele kinderen en senioren die in de buurt wonen.”

De evolutie heeft de mens geprogrammeerd om geluiden te ervaren als mogelijke bronnen van gevaar

Banks is gezondheidszorgdeskundige en milieuwetenschapper. Ze bleef niet bij de pakken zitten. Samen met een gelijkgestemde buur ging ze achter het gemeentebestuur aan. Het kostte hen zeven jaar om een verbod op bladblazers op benzine in de zomer voor elkaar te krijgen. Het hele proces was zo frustrerend dat het Banks aan het denken zette: ze besloot hoger te schakelen en zo ook anderen te helpen.

In juni 2023 klaagde Quiet Communities, de non-profitorganisatie die ze oprichtte en leidt, het Amerikaanse milieuagentschap EPA aan. Dat bleef volgens Banks in gebreke doordat het naliet regels uit te vaardigen en te handhaven voor lawaai: knetterende motorfietsen, kakofonische fabrieken, brullende vliegtuigen, voorbij denderende treinen, schreeuwerige soundtracks tijdens spinninglessen, en ga zo maar door. Het EPA is bij wet verplicht om geluidsbeperkingen op te leggen, maar daar wordt al meer dan veertig jaar niet op toegezien.

Meer stress, slechtere slaap

Banks’ idee dat hard geluid niet goed kan zijn, wordt gedragen door de wetenschap. Lawaai beschadigt meer dan onze oren. Overdag veroorzaakt het stress en ’s nachts verstoort het de slaap. Dat is slecht voor hart en bloedvaten, het verstoort het hormoonstelsel en bemoeilijkt nadenken en leren. Volgens berekeningen van de WHO gingen in 2018 in de Europese Unie 1,6 miljoen gezonde levensjaren verloren door verkeerslawaai.

Het is moeilijk te weten tot welk geluidsniveau specifieke aandoeningen worden voorkomen. Maar minder volume leidt tot minder schade, zo blijkt uit onderzoek. Het is onmogelijk om lawaai overal te bannen, maar je kunt jezelf wel op verschillende manieren beschermen.

Lawaai is al sinds mensenheugenis een bron van ergernis. De eerste geluidsverordening die ons bekend is, werd opgesteld door Julius Caesar kort voor hij werd vermoord in 44 v.Chr. Ze beperkte de tijden waarop lawaaierige karren de straat op mochten. Het moderne industriële tijdperk bracht regelgeving om de oren te beschermen van arbeiders die werkten met stoommachines en andere luide machinerie. Alledaagse geluiden bleven echter onder de radar. Een sleutelmoment kwam er in 1966, toen psychoakoestisch deskundige Karl Kryter (toen verbonden aan het Stanford Research Institute, VS) het boek The Effects of Noise on Man uitbracht. Daarin beschreef hij wat hard geluid kan aanrichten aan het gehoor en ging hij ook kort in op het effect op werkprestaties, slaap, gezichtsvermogen en bloedsomloop.

Geluid = gevaar

Dat de lichamelijke respons niet beperkt is tot het gehoor is evolutionair gezien heel logisch. Lawaai kan signaleren dat er een kudde olifanten op het kamp afstormt of dat er een roedel wolven vlakbij is. Je moet weten dat er iets op til is, en je lichaam moet zich daar klaar voor houden. “De evolutie heeft de mens geprogrammeerd om zich bewust te zijn van geluiden als mogelijke bronnen van gevaar”, schreef geluids- en slaaponderzoeker Mathias Basner van de University of Pennsylvania in 2014 in The Lancet.

Vanuit evolutionair oogpunt bekeken is slaap “een bijzonder gevaarlijke staat”, zegt Basner, want je moet waakzaam blijven voor je omgeving. Maar tegenwoordig doet die ‘nachtwacht-functie’ waardoor je in het midden van de nacht wakker schiet, meer kwaad dan goed, vertelt de psychiater en epidemioloog, die heel wat onderzoek heeft gedaan naar het effect van vliegveldlawaai op de slaap van omwonenden.

Mensen geloven graag dat omgevingslawaai hen niet deert tijdens hun slaap. Daarin vergissen ze zich. Basner heeft tijdens slaaponderzoek honderden proefpersonen blootgesteld aan geluiden. Velen van hen zijn er ’s ochtends rotsvast van overtuigd dat ze doorgeslapen hebben, maar de data bewijzen dat ze vaak wakker zijn geworden.

Leren met lawaai

In de jaren 1970 groeide met de ergernis over lawaai ook het b­ewustzijn over de gezondheidseffecten ervan, onder meer op het gedrag en het leervermogen. Een Amerikaans onderzoek uit 1973 bewees dat wonen vlakbij de snelweg behoorlijk wat schade kan aanrichten. De onderzoekers bestudeerden 73 lagereschoolkinderen die in New York in flats woonden, vlak naast Interstate 95. Kinderen op de lagere verdiepingen werden meer blootgesteld aan lawaai van de snelweg. Zij bleken minder goed in staat geluiden te onderscheiden en haalden een lager leesniveau dan kinderen die veel hoger in dezelfde flatgebouwen woonden. Er was zelfs een dosis-responsrelatie: hoe langer een kind al in het gebouw woonde, hoe lager vaak de score.

Lawaai overdag veroorzaakt stress; ’s nachts verstoort het de slaap. Dat is slecht voor hart en bloedvaten, voor de hormonen en voor het brein

Twee jaar later bekeken onderzoekers van City University of New York de schoolrapporten van 161 kinderen van wie de lagere school vlak naast een bovengrondse metrolijn lag. Om de vijf minuten denderde er een trein voorbij. De kinderen in klaslokalen aan die kant van de school liepen drie tot vier maanden achterop met lezen in vergelijking met kinderen in klassen aan de rustigere kant.

In 1992 kregen onderzoekers een buitenkans op een natuurlijk experiment toen de luchthaven van München verhuisde. Bij de kinderen uit de buurt van de oude luchthaven gingen het langetermijngeheugen en de leesvaardigheid erop vooruit na de sluiting, en hun stresshormoonniveau zakte. Bij kinderen die vlak bij de nieuwe luchthaven woonden, zagen de onderzoekers een omgekeerde beweging.

Begin de jaren 2000 bestudeerde Stephen Stansfeld, toen psychiater aan de University of London, negen- en tienjarige kinderen die in de buurt van Europese luchthavens woonden en er naar school gingen. Hij vergeleek hun leervermogen met dat van vergelijkbare kinderen die niet onder een aanvliegroute woonden. Het vliegtuiglawaai liep op verschillende scholen op tot 77 dB(A).

De A-gewogen decibelwaarde houdt er rekening mee voor welke frequenties het menselijke oor het gevoeligst is. “We zagen een lineair verband tussen toenemend vliegtuiglawaai en problemen met begrijpend lezen”, vertelt Stansfeld. “Lawaaierige scholen zijn geen gezonde onderwijsomgeving.” Die negatieve effecten bleven ook doorwerken op de middelbare school, stelde een collega vast.

Te hard voor het hart

Ook het hart en de bloedvaten ontsnappen niet aan de impact van lawaai. Verrassend is dat niet: we weten dat lawaai stress uitlokt, en kennen de gevolgen van stress op de bloedsomloop. Een stapel epidemiologisch onderzoek koppelt omgevingslawaai - en dan vooral nachtlawaai - aan hoge bloeddruk, hartfalen, hartinfarct en beroerte. Dat verband houdt ook stand wanneer het onderzoek rekening houdt met de mogelijke invloed van luchtvervuiling, leeftijd, gewicht en socio-economische variabelen.

Kinderen die bij de luchthaven wonen, lezen slechter en hebben een slechter geheugen dan kinderen in een rustige buurt

Enkele van de meest overtuigende onderzoeksresultaten komen uit Denemarken. Dat is het gedroomde land voor epidemiologen, want het houdt gezondheidsgegevens bij over zowat elke inwoner. Een team onder leiding van Mette Sørensen (Roskilde Universiteit) en Thomas Münzel (Johannes Gutenberg-­Universität Mainz) boog zich over het effect van lawaai op hartaandoeningen zoals infarcten, angina pectoris (h­artkramp) en hartfalen bij 2,5 miljoen mensen boven 50 jaar. Ze stelden vast dat lawaai van wegverkeer de incidentie van alle drie verhoogde. In 2021 toonden ze aan hoe een gemiddelde dagelijkse toename met 10 dB verkeersgeluid het risico op een beroerte bij 3,6 miljoen Denen met 3 tot 4 procent verhoogde.

Ze keken ook naar diabetes type 2, een aandoening waarvan we weten dat chronisch verstoorde slaap er een rol in speelt. Dat houdt steek, zegt Sørensen: de stress van herhaaldelijk wakker worden, stuwt het glucocorticoïdegehalte omhoog. Dat leidt tot diabetes, want die hormonen remmen de uitscheiding van insuline en de insulinegevoeligheid. In 2013 mat Sørensen een toename van het diabetesrisico met 8 procent voor elke bijkomende 10 dB blootstelling aan wegverkeerslawaai. Acht jaar later bleek uit haar analyse bij 3,5 miljoen Denen, met ruim 200.000 nieuwe gevallen van diabetes, dat het lawaai van wegverkeer verantwoordelijk was voor 8,5 procent van alle gevallen van diabetes in Denemarken. Spoorweglawaai was goed voor 1,4 procent.

Sørensen is zich ervan bewust dat die percentages niet erg hoog lijken. Maar ze zijn wel degelijk betekenisvol, zegt ze. In Denemarken krijgt meer dan een derde van de bevolking te maken met gemiddelde dagelijkse geluidsniveaus hoger dan 58 dB. “Er wordt een groot aandeel van de bevolking aan blootgesteld”, legt ze uit. “Dus ook al gaat het om een kleine toename van het risico, het betekent wel dat een groot aantal mensen diabetes krijgt door lawaai.”

De achterliggende mechanismen worden nog onderzocht, maar dierproeven lichten al een tip van de sluier. Zo heeft Münzel bij muizen, die hij gedurende vier dagen onderwierp aan gemiddelde geluidsniveaus van 72 dB, een verhoogde bloeddruk, meer stresshormonen en meer ontsteking gemeten. Er traden ook veranderingen op in de activiteit van de genen die instaan voor de vasculaire gezondheid en celdood.

Is het geluid of lawaai?

Sinds geluidsoverlast in de jaren 1970 voor het voetlicht kwam, is de wereld er alleen maar luider op geworden. In 1972 schatte het nieuw opgerichte Office of Noise Abatement and Control van het EPA dat 100 miljoen Amerikanen op 24 uur tijd blootgesteld werden aan gemiddeld 55 dB of meer. In 2013 was die blootstelling naar schatting meer dan 70 dB. Dat is een toename met 15 dB in amper een generatie, en het verschil tussen een normaal gesprek en een draaiende wasmachine — de hele dag lang. Ook in Europa wordt twintig procent van de bevolking, meer dan 100 miljoen mensen, langdurig blootgesteld aan lawaai dat schadelijk is voor de gezondheid, zo blijkt uit berekeningen van het Europees Milieuagentschap. In de Randstad en in Vlaanderen is geluidsbelasting bijna nergens meer weg te denken. Op de stiltekaart van Europa kleurt dat gebied donkerrood: stilte is er een schaars goed geworden.

Net als bij chemische en luchtvervuiling worden mensen in armoede over het algemeen het zwaarst getroffen door geluidsoverlast. Ze wonen bijvoorbeeld vaker vlak naast een snelweg, fabriek of luchthaven. Om daar iets aan te doen, moet je vertrekken vanuit de prioriteiten van de lokale gemeenschap, weet epidemioloog Erica Walker (Brown University, VS). Ze is de drijvende kracht achter het Community Noise lab, dat samen met lokale gemeenschappen de effecten van hinder zoals lawaai onderzoekt en probeert in te perken. Volgens haar is het niet zozeer het absolute geluidsniveau dat bepaalt hoeveel schade er optreedt; het gaat erom hoe gewenst of ongewenst een geluid is. Verhoogt langdurige blootstelling aan 75 dB (ongeveer het volume van straatmuzikanten die tien meter bij je vandaan trompet spelen) het stressniveau zoals aangetoond in grootschalig onderzoek ook als het een welkom geluid is? “We moeten helder krijgen wat het verschil is tussen geluid en lawaai, vanuit het perspectief van het individu en de gemeenschap”, aldus Walker.

Ze probeert te ontrafelen wat maakt dat iets onaanvaardbaar lawaai is of aanvaardbaar geluid. Ze vraagt proefpersonen wat verschillende soorten geluiden met hen doen. Vervolgens bewerkt ze die geluiden zodat ze niet meer herkenbaar te onderscheiden zijn, maar wel dezelfde geluidssterkte en frequentie (hoge en lage tonen) behouden. Tegen het eind van deze zomer hoopt Walker te achterhalen of het gedeconstrueerde geluid hetzelfde effect heeft als herkenbaar geluid. Dat zou ons helpen te begrijpen welke rol culturele connotatie speelt bij de schade die geluid kan aanrichten.

Op zoek naar stilte

Lawaai zou dus iets subjectiefs kunnen zijn. Het is hoe dan ook moeilijk om te bepalen welke precieze geluidsniveaus acceptabel zijn. Er bestaat geen formule die zegt dat x uur blootstelling aan verkeerslawaai je risico op hartaandoeningen met y procent verhoogt. Volgens de WHO loop je met een langdurige blootstelling aan minder dan 75 dB(A) geen risico. Boven die grens gaat het snel van kwaad naar erger. Elke dag één uur blootstelling aan 90 dB(A) veroorzaakt al gehoorschade. De WHO beveelt ook aan om nachtlawaai te beperken tot 40 dB(A) en beschouwt een continu volume boven 55 dB(A) als gevaarlijk voor hart en bloedvaten, doordat het de nachtrust te zeer verstoort. Om de gezondheidseffecten van verkeerslawaai te voorkomen, beveelt de WHO aan de blootstelling te beperken tot onder een gewogen gemiddelde voor 24 uur van 53 dB overdag (zo luid als een kampvuur op vijf meter afstand) en 45 dB ’s nachts (een stortbui).

Hoe bescherm je jezelf tegen al dat lawaai? Het logische antwoord is om het uit de weg te gaan. Uit Sørensens data blijkt dat het een verschil maakt om aan de stillere kant van een gebouw te slapen, weg van de straat. Je kunt ook in een stillere buurt gaan wonen, al is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Niet iedereen kan het zich veroorloven om te verhuizen naar een rustige plek. Doe je het toch, dan raadt Basner aan om de buurt vooraf meermaals te bezoeken.

Wil je weten waar je meer stilte kunt vinden, dan helpen geluids­belastingskaarten die tonen waar er in Europa meer of minder lawaai is van spoor-, lucht- en wegverkeer en industrie. Maar die zeggen natuurlijk niks over lawaai binnenshuis of over de activiteiten in de buurt.

Stille lockdown

Er bestaan wel apps die het geluidsniveau waar je bent live meten. De Apple Watch-app kun je bijvoorbeeld zo instellen dat die je automatisch waarschuwt wanneer het geluid in je omgeving een bepaald volume bereikt.

De data van zulke apps liegen er niet om: er wordt veel lawaai gemaakt. De Apple Hearing Study, waaraan in de Verenigde Staten duizenden mensen met een Apple Watch of iPhone deelnamen, geeft aan dat een op de drie volwassen Amerikanen blootgesteld wordt aan overmatig lawaai, en aan gevaarlijke dagelijkse gemiddelden van 70 dBA.

In Vlaanderen loopt momenteel een onderzoek, van onder meer Universiteit Antwerpen, waar achtduizend burgers aan deelnemen. Ze brachten hun geluidsomgeving al in kaart, vulden enquêtes in en ruim duizend inwoners van Antwerpen, Gent en Leuven meten met een sensor aan hun raam de komende maanden het geluid in hun straat. Resultaten zijn er nog niet.

Het Amerikaanse onderzoek toonde overigens aan dat een stillere wereld mogelijk is. Daarvoor hadden we wel de coronalockdowns nodig. De onderzoekers achter de Apple Hearing Study - een team onder leiding van Richard Neitzel van de University of Michigan - kregen smartphone-data van zowat 6.000 deelnemers voor een periode net voor de pandemie uitbrak in januari 2020 tot eind april van dat jaar, toen heel wat bedrijven en activiteiten uit veiligheidsoverwegingen gesloten of gestopt waren en veel mensen dicht bij huis bleven. De blootstelling aan geluid bleek met 3 dBA gezakt te zijn. Decibels worden gemeten op een logaritmische schaal, dus dat komt neer op een halvering van de geluidsenergie. Voor het menselijk oor is dat een goed merkbaar verschil.

Wat kun je doen?

Voor lawaai dat onvermijdelijk is, zou de wetenschap in de toekomst soelaas kunnen bieden, ten minste voor de oren. Plotse harde geluiden (zoals concerten, straalmotoren, bladblazers en luide machines) prikkelen de gevoelige haarcellen en zenuwvezels in het binnenoor, waardoor schadelijke vrije radicalen vrijkomen. Dierproeven hebben een aantal veelbelovende chemische stoffen aan het licht gebracht om die moleculen op te slorpen, vertelt Colleen LePrell, die aan de University of Texas het departement spraak, taal en gehoor leidt. Er bestaat al een medicijn voor kinderen om gehoorverlies te voorkomen bij chemo­therapie, maar dat heeft aanzienlijke bijwerkingen. Het zal dus nog zijn tijd duren voor er een medisch hulpmiddeltje op de markt komt om ons te vrijwaren van gehoorschade.

In de tussentijd nemen we maar beter het heft in eigen handen om te voorkomen dat lawaai onze gezondheid al te veel schaadt. De experts nemen dat in elk geval heel serieus. Sørensen is verhuisd van de stad naar het platteland en heeft op voorhand de geluidsbelastingskaart van de regio bekeken. Maar je hoeft niet per se te verhuizen om een verschil te maken, vertelt Neitzel. “Ik probeer mijn dag zo te plannen dat ik een tijdje weg ben van alle lawaai”, vertelt hij. Hij zoekt dan met de fiets een rustig gebied op of zet de televisie uit. Bij de bushalte gaat hij zo ver mogelijk van de straat af staan en hij draagt geregeld geluiddempende oordopjes, onder meer op concerten en in het vliegtuig. Zijn hele gezin heeft ook koptelefoons met ruisonderdrukking. Die sluiten het oor hermetisch af om geluid van buitenaf te dempen, waardoor je op een lager volume kunt luisteren. Al mag je daar niet mee overdrijven. Experts waarschuwden onlangs dat voortdurend een ruisonderdrukkende koptelefoon dragen, risico geeft om overgevoelig te worden voor geluid.

Stillere sportles

Voor muziekspelers helpt de Europese wetgeving ons een handje. Sinds 2013 moeten zulke toestellen standaard op maximaal 85 dB ingesteld staan. Dat volume wordt gezien als de bovengrens om langere tijd veilig te kunnen luisteren. Bij 103 dB treedt er al na 3 minuten gehoorschade op. Daarom mag het geluid maximaal 100 dB zijn als je de begrenzer uitschakelt. Het lijkt een duidelijke en makkelijke maatregel — alleen staat die begrenzer in de praktijk niet altijd aan. Je houdt dus maar beter zelf het volume binnen de perken.

Dat kun je ook aan anderen proberen te vragen. Sharon Kujawa en haar collega’s deden een experiment om te zien of mensen in spinninglessen de muziek liever luider of zachter hadden. Zachter kreeg de voorkeur, en uiteindelijk stemde de uitbater in met een volumevermindering van 3 dB. Collega-onderzoeker LePrell doneerde dan weer oordopjes aan het hele muziekkorps van haar kinderen op de middelbare school.

En Jamie Banks? Die geniet met volle teugen van de rust op het platteland in Maine, verlost van schreeuwerige tuinmachines en ander lawaai.

Delen:

De laatste controle van deze pagina was op 21 oktober 2026.

advertentie fti festival

Brokkelt het geloof in het Westen verder af, of krijgt het gewoon een nieuwe vorm? Vooral jongeren ontdekken het geloof op hun eigen manier, soms zelfs via sociale media en artificiële intelligentie.

Terwijl de samenleving verder seculariseert, (her)ontdekken heel wat jongeren juist de betekenis van geloof, zingeving en gemeenschap. Van een religieuze revival of een massale toestroom naar de kerk is echter nog geen sprake: jongeren lijken er vooral anders mee om te gaan.

Er zijn van die dagen waarop werken op kantoor haast onmogelijk lijkt: allerhande storende geluiden, mensen die af en aan lopen, gesprekken om je heen … Wat kun je in zo'n geval doen? Je aandacht zelf in de hand houden, zodat je niet langer afgeleid wordt.

In een grootschalig onderzoek toonden Britse psychologen aan dat mensen met ADHD een verhoogde mortaliteit hebben door alle oorzaken. Daarvoor legden ze de resultaten van negentien studies met in totaal meer dan 15,9 miljoen deelnemers samen.

Helpt cognitieve training om een terugval in depressie te voorkomen? De effecten verschillen sterk van persoon tot persoon.

Dit is een artikel van: Mensenkennis (www.mensenkennis.be)

Iedereen geeuwt, vooral als je moe bent of je verveelt. Veel mensen merken dat ze een geeuw voelen opkomen zodra iemand naast hen geeuwt. Is geeuwen echt besmettelijk?

Dit is een artikel van: Gezondheid en Wetenschap

Patiënten vragen soms om een geamputeerd lichaamsdeel mee te geven om te laten begraven. Dat kan belangrijk zijn vanuit hun religieuze of culturele overtuigingen. Toch is het voor zorginstellingen onduidelijk of zij op deze vraag moeten of zelfs mogen ingaan.  

De zenuwcellen in onze hersenen moeten voortdurend beschadigde en overbodige onderdelen opruimen, ook in hun verste uithoeken. Maar niet alles wat ze daarvoor nodig hebben, is daar beschikbaar. Ons onderzoek met fruitvliegen laat zien hoe de aanvoer van materiaal binnen een zenuwcel mee bepaalt hoeveel er wordt opgeruimd.

Dit is een artikel van: Scicomm Academy van SciMingo

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven