Mag je een geamputeerd been begraven? 

Kerkhof

Patiënten vragen soms om een geamputeerd lichaamsdeel mee te geven om te laten begraven. Dat kan belangrijk zijn vanuit hun religieuze of culturele overtuigingen. Toch is het voor zorginstellingen onduidelijk of zij op deze vraag moeten of zelfs mogen ingaan.  

Delen:

Het been van een patiënt moet worden geamputeerd. Kort daarna krijgt het ziekenhuis de vraag van een islamitische uitvaartondernemer om dit been mee te geven zodat het kan worden begraven. Voor de patiënt is dat belangrijk vanuit zijn religieuze overtuiging. Het ziekenhuis bevindt zich in een onduidelijke positie: Mag een geamputeerd lichaamsdeel worden begraven terwijl de patiënt nog leeft? Mag een ziekenhuis het lichaamsdeel meegeven? En welke regels zijn van toepassing?

Als het begraven van een geamputeerd lichaamsdeel voor iemand een belangrijk onderdeel vormt van zijn of haar geloof, zou de wetgever daar rekening mee moeten houden

Normaal gezien worden geamputeerde lichaamsdelen door zorginstellingen behandeld als medisch afval en verbrand. Dit gaat echter in tegen de overtuigingen van verschillende religieuze of culturele groepen, zoals die van moslims en joden. Volgens islamitische voorschriften moeten geamputeerde ledematen op een verantwoorde manier worden begraven, uit respect voor de menselijke waardigheid en vanuit de overtuiging dat elk deel van het menselijk lichaam met eerbied moet worden behandeld. Voor orthodoxe joden is het nog net iets anders, en moeten de ledematen worden bewaard en begraven met of nabij het lichaam van de patiënt wanneer die zelf komt te overlijden. Dit vanuit het idee dat het lichaam intact moet blijven om mee te kunnen opstaan, mocht de Messias komen.

Religieuze uitvaartcentra

Er bestaan verschillende religieuze organisaties of initiatieven die de naleving van deze voorschriften mogelijk maken. Zo zijn er religieuze uitvaartcentra die zich inzetten om hun cliënteel te begeleiden in het proces van het begraven van geamputeerde lichaamsdelen. In Nederland zijn er bijvoorbeeld private islamitische begraafplaatsen waar ruimte wordt voorzien voor de begraving van geamputeerde lichaamsdelen.

Toch wordt met die wensen vanuit zorginstellingen niet altijd rekening gehouden. Dat kan tot pijnlijke situaties leiden voor patiënten en hun naasten. Zo klaagde een joodse patiënt in de Verenigde Staten het Skokie Hospital aan nadat zijn geamputeerde been was verbrand. Volgens de patiënt had hij vooraf uitdrukkelijk aan het ziekenhuispersoneel en aan de rabbijn van het ziekenhuis gevraagd om het later met hem te kunnen begraven. De discussie past binnen de bredere vraag of ons uitvaartrecht voldoende ruimte maakt voor religieuze en levensbeschouwelijke verschillen in onze multiculturele samenleving.

Tot op zekere hoogte houdt de wet rekening met religieuze verschillen. Zo kunnen begraafplaatsen bepaalde religieuze gebruiken respecteren, en kunnen mensen zelf in een laatste wilsbeschikking aangeven volgens welke overtuiging hun uitvaart moet worden georganiseerd.

Overlijdensattest nodig

Toch bestaan er grenzen. Een openbare begraafplaats moet neutraal blijven en mag geen perceel uitsluitend voor één godsdienst reserveren. Bijvoorbeeld kunnen ze rekening houden met islamitische gebruiken door graven zo te oriënteren dat moslims met het aangezicht naar Mekka kunnen worden begraven, maar ze mogen niet uitsluitend voor moslims worden voorbehouden. Dat roept tegelijk de bredere vraag op wat neutraliteit precies betekent. Moet iedereen volgens dezelfde regels worden behandeld of moet er juist ruimte zijn voor religieuze en culturele verschillen? Die vraag is belangrijk omdat onze uitvaartpraktijken historisch sterk door het christendom zijn beïnvloed. Regels die neutraal lijken, kunnen daardoor in de praktijk beter aansluiten bij bepaalde religies dan bij andere.

Bij geamputeerde lichaamsdelen wordt die discussie heel concreet. De regels rond uitvaarten verschillen tussen de taalgebieden in België, maar zijn vooral geschreven voor de behandeling van een overleden lichaam en niet voor lichaamsdelen die tijdens het leven worden geamputeerd. In Vlaanderen verleent de burgerlijke stand toestemming voor de begraving van een “stoffelijk overschot” op basis van een overlijdensattest. Bij een geamputeerd lichaamsdeel is er uiteraard geen overlijden en dus ook geen overlijdensattest.

Europees mensenrecht

De Waalse regelgeving biedt meer houvast. De regelgeving over medisch afval bepaalt uitdrukkelijk dat anatomische delen kunnen worden begraven of aan een vergund crematorium kunnen worden toevertrouwd. De behandeling van geamputeerde lichaamsdelen binnen de regelgeving over medisch afval roept de vraag op of voldoende recht wordt gedaan aan aspecten van menselijke waardigheid en religieuze overtuiging. Hoe de begraving van een geamputeerd lichaamsdeel precies moet verlopen, wordt niet verder geregeld. Daardoor blijft onder meer onduidelijk welke toestemming nodig is en hoe de begraving moet worden geregistreerd. Het registratiesysteem is vooral bedoeld voor overleden personen of hun as, al kunnen bepaalde gegevens al tijdens het leven worden vastgelegd. Zo kan iemand al bij leven over een grafconcessie beschikken of kan de naam van een nog levende partner al op een familiegraf staan.

Als we breder kijken, zien we dat ook op Europees niveau bescherming bestaat. Rituelen en gebruiken rond uitvaarten en de zorg voor overledenen die voortvloeien uit religieuze overtuigingen, worden beschermd onder de vrijheid van godsdienst. Dit recht is terug te vinden in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in meerdere zaken de toepassing van artikel 9 in dodenzorgcontext heeft bevestigd, stellen we vast dat het Hof toch nog terughoudend omgaat met de precieze invulling ervan in deze context.

Meer duidelijkheid nodig

Als het begraven van een geamputeerd lichaamsdeel voor iemand een belangrijk onderdeel vormt van zijn of haar geloof, zoals binnen bepaalde islamitische of joodse tradities, zou de wetgever daar rekening mee moeten houden. Alleen wanneer er bijvoorbeeld duidelijke gezondheids- of veiligheidsrisico’s zijn, kan een verbod op begraving te verantwoorden zijn. De Waalse regelgeving toont evenwel aan dat begraving in principe mogelijk is. Ook onze buurlanden lijken zich bewust van de ontoereikende wetgeving. In Nederland ligt een conceptwetsvoorstel op tafel dat bepaalt dat ook een lichaamsdeel dat tijdens het leven wordt verwijderd, een bestemming kan krijgen zoals een volledig lichaam. Zo kan de persoon zelf beslissen wat met het geamputeerde lichaamsdeel gebeurt.

Het is duidelijk dat de Vlaamse wetgeving momenteel onvoldoende begeleiding geeft wanneer dit soort zorgvragen worden gesteld. Vanuit de praktijk klinkt de nood aan een ondersteunend kader waarin de religieuze belangen van de patiënt worden meegenomen steeds luider. Daarom is het belangrijk dat onze wetgever zich buigt over dit vraagstuk om meer duidelijkheid te scheppen voor de uitvaartondernemer, de zorginstelling, en ook de patiënt.

Delen:

advertentie fti festival

Helpt cognitieve training om een terugval in depressie te voorkomen? De effecten verschillen sterk van persoon tot persoon.

Dit is een artikel van: Mensenkennis (www.mensenkennis.be)

Iedereen geeuwt, vooral als je moe bent of je verveelt. Veel mensen merken dat ze een geeuw voelen opkomen zodra iemand naast hen geeuwt. Ook dieren geeuwen: van honden tot vogels. Is geeuwen echt besmettelijk is?

Dit is een artikel van: Gezondheid en Wetenschap

De zenuwcellen in onze hersenen moeten voortdurend beschadigde en overbodige onderdelen opruimen, ook in hun verste uithoeken. Maar niet alles wat ze daarvoor nodig hebben, is daar beschikbaar. Ons onderzoek met fruitvliegen laat zien hoe de aanvoer van materiaal binnen een zenuwcel mee bepaalt hoeveel er wordt opgeruimd.

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven