In een grootschalig onderzoek toonden Britse psychologen aan dat mensen met ADHD een verhoogde mortaliteit hebben door alle oorzaken. Daarvoor legden ze de resultaten van negentien studies met in totaal meer dan 15,9 miljoen deelnemers samen.
Mensen met ADHD van alle leeftijdsgroepen sterven gemiddeld 1,7 keer zo vaak als mensen zonder ADHD, door alle oorzaken: zelfdoding, onopzettelijk of opzettelijk letsel en natuurlijke oorzaken. Mensen die medicatie nemen voor ADHD overlijden dan weer een kwart minder vaak dan mensen die er geen nemen – mensen met en zonder ADHD meegeteld. Het onderzoek bracht gegevens samen uit de periode 1990 tot 2019 over sterfte bij mensen met ADHD, bij alle leeftijden en door alle oorzaken. Om een zo breed mogelijk conclusie te kunnen trekken, waren daar ook studies bij met mensen zonder officiële diagnose.
De onderzoekers schrijven dat het verschil tussen de studies die ze samenbrachten heel groot was, en dat er dus dringend nood is aan gestandaardiseerde methoden om het sterfterisico bij mensen met ADHD beter te kunnen karakteriseren. Ze benadrukken het belang van studies als de hunne omdat die bewijzen dat een tijdige diagnose en behandeling – met medicatie - bij ADHD van groot belang is.
Voor het grotere risico op sterfte bij ADHD zijn volgens de auteurs verschillende verklaringen aannemelijk. Kenmerken van ADHD als andere impulsbeheersing, emotieregulatie en risicovol gedrag kunnen het sterfterisico verhogen. Daardoor lopen mensen met ADHD ook een groter risico op onopzettelijk of opzettelijk letsel en psychische aandoeningen als depressie – met een verhoogd risico op zelfdoding.
Het verhoogd risico op sterfte door natuurlijke oorzaken is misschien te verklaren doordat mensen met ADHD meer roken en vaker alcohol drinken, en niet zo gemakkelijk naar de dokter gaan. Lichamelijke aandoeningen als hart- en vaatziekten en stofwisselingsstoornissen komen vaak samen met ADHD voor. De auteurs wijzen erop dat de maatschappij problemen als middelengebruik vaak bij de individuele mens zoekt en ze als stoornissen bestempelt. Nochtans zijn structurele ongelijkheden, onvervulde behoeften en uitsluiting vaak een grote bepaalde factor, zeker voor mensen die neurodivergent zijn.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.


