Onze gevangenissen vergrijzen. Wegwerpcamera’s laten zien wat dat betekent voor mensen achter tralies
- 28 oktober 2026
Mannen in gevangenschap nemen zelf foto's van hun dagelijkse indrukken en voorzien die ook van bijschriften. Voor deze foto: sta zelf eens in mijn schoenen.
We worden allemaal ouder. Maar wat als je ouder wordt in gevangenschap? Om dat te onderzoeken gaf ik zeven mannen in de gevangenis een wegwerpcamera. Wat ze op de gevoelige plaat legden, bleek allesbehalve een zwart-witverhaal.
Voor me ligt een stapel ouderwetse Kodak-wegwerpcamera’s. Een smartphone of digitale camera meegeven? In een gevangenis is dat not done. Rond me zitten mannen in gevangenschap tussen 60 en 79 jaar. Ik heb hen net gevraagd om een week lang te fotograferen wat voor hen belangrijk is. Het enthousiasme is beperkt. 'Ik kan dat niet', zegt iemand. Een ander vraagt zich af wat hier überhaupt te fotograferen valt. Sommigen blijken vooral bezorgd of hun foto’s wel mooi genoeg zullen zijn. Maar mooie foto’s zoek ik niet. Ik wil weten wat zij belangrijk genoeg vinden om in beeld te brengen.
Ook gevangenissen vergrijzen
Bij vergrijzing denken we al snel aan pensioenen, woonzorgcentra of misschien aan onze eigen oude dag. Zelden aan gevangenissen. Toch kleuren ook die langzaam grijzer.
Buiten de gevangenismuren is ongeveer één op de vijf Belgen 65-plus. Achter de muren is dat maar één op de veertig. Een kleine groep dus, maar wel een die groeit. In België steeg het aantal 60-plussers in de gevangenis van 550 in 2019 tot 719 in juni 2026: bijna een derde meer in zeven jaar tijd.
Dat zijn misschien geen spectaculaire aantallen. Maar dat stelt een systeem dat lang rond relatief jonge mensen is georganiseerd voor nieuwe vragen. Een trap naar de bezoekruimte, een bovenbed, lang in de rij staan of een dagritme dat weinig ruimte laat om het wat rustiger aan te doen: het lijken details. Tot je ouder wordt.
Sommige landen proberen daarop een antwoord te bieden met gespecialiseerde afdelingen of zelfs aparte ouderengevangenissen. Mijn onderzoek vond plaats op zo’n afdeling in de gevangenis van Merksplas, waar mensen verblijven die vanwege hun ouderdom, gezondheid of zorgbehoefte ondersteuning nodig hebben.
Dat lijkt logisch. Zo’n afdeling kan meer rust, veiligheid en aangepaste zorg bieden. Maar afzondering kan ook sociaal isolement, stigmatisering en verlies van autonomie versterken.
En er zit een fundamentelere vraag onder. Zodra we voorzieningen voor ‘oudere’ mensen creëren, moeten we bepalen wie we eigenlijk als oud beschouwen.
Dat blijkt minder eenvoudig dan een leeftijd op een identiteitskaart.
Oud? Dat zijn vooral de anderen
Sommige mannen waren volgens hun kalenderleeftijd onmiskenbaar ouder. Toch herkenden ze zich niet noodzakelijk in dat beeld van ‘oude mensen’. Daarvoor verwezen ze bijvoorbeeld naar iemand die moeilijker stapte, dingen vergat of meer hulp nodig had. Oud waren vooral de anderen.
Precies daar raakt mijn onderzoek aan ageism: stereotypen, vooroordelen en discriminatie op basis van leeftijd. Aan ouderdom verbinden we verwachtingen over zelfstandigheid, kwetsbaarheid, afhankelijkheid en wat iemand nog kan of zou moeten kunnen. Die beelden beïnvloeden niet alleen hoe anderen naar ons kijken, maar ook hoe we naar onszelf en andere oudere mensen kijken.
Zo’n gespecialiseerde afdeling roept daarom ook een interessante vraag op. Mensen worden er samengebracht omdat ze bepaalde zorg of ondersteuning nodig hebben. Maar dat betekent niet dat ze ouder worden op dezelfde manier. Twee mannen van zeventig kunnen sterk verschillen in gezondheid en zorgbehoeften, maar ook in wat ze belangrijk vinden en hoe verleden, heden en toekomst hun blik op het leven kleuren.
Wie houdt de camera vast?
Als sociaal wetenschapper ben ik getraind om interviews af te nemen, te observeren en vragenlijsten te gebruiken. Maar hoe open ik ook probeer te werken, als onderzoeker bepaal ik mee wat zichtbaar wordt. Ik kies welke vragen ik stel, waarop ik doorvraag en uiteindelijk wat ik analyseer.
Als ik iemand vraag: ‘Wat wordt moeilijker voor jou nu je ouder wordt?’, heb ik ouder worden al als een verhaal van verlies ingekaderd. Misschien ervaart die persoon dat helemaal anders of houdt hem iets anders bezig. Misschien zit er betekenis in een alledaags voorwerp waarvoor ik nooit een interviewvraag had bedacht.
Daarom gebruikte ik Photovoice: een participatieve onderzoeksmethode waarbij deelnemers zelf foto’s maken en vervolgens vertellen wat die beelden voor hen betekenen.
Zeven mannen kregen een week lang een wegwerpcamera. Niet elke camera hield het overigens een week vol: één exemplaar werd tussendoor in de vuilnisbak teruggevonden. Daarna sprak ik individueel met de mannen over hun foto’s. Vijf deelnemers gingen tijdens een groepsgesprek verder met elkaar in gesprek over een selectie ervan. De foto’s, verhalen en observaties vormden samen mijn onderzoeksmateriaal.
Volledige vrijheid bood dat niet. Om veiligheids- en privacyredenen mocht niet alles worden gefotografeerd. En ook ik verdween als onderzoeker natuurlijk niet: ik ontwierp de studie, stelde vragen en analyseerde het materiaal.
Maar één ding wist ik vooraf niet: wat er op de rolletjes zou staan. Na een week kreeg ik het antwoord. Geen expliciete beelden. Daarvoor had personeel me nochtans gewaarschuwd. Wel schoenen. Een wandelstok. Een medicijnkast. Een brievenbus. Een kop koffie. En opvallend veel planten.
Planten in een pot
Eén van de mannen fotografeerde een verwelkende plant. Zonder zijn verhaal had ik daar zelf allerlei betekenissen aan kunnen geven. Voor hem stond de plant voor medebewoners die hij lichamelijk of cognitief zag achteruitgaan. In de gesprekken kreeg de plantenmetafoor nog meer lagen. De afdeling werd vergeleken met een grote bloempot waarin verschillende planten bij elkaar staan. Sommige gedijen, andere verwelken.
Het klinkt bijna huiselijk: een gevangenisafdeling als bloempot. De werkelijkheid erachter was dat minder.
De mannen woonden samen met mensen die ze niet zelf hadden gekozen, binnen een sterk gereguleerd dagelijks ritme en op grote afstand van de buitenwereld. In mijn analyse kwamen dan ook niet alleen lichamelijke achteruitgang en zorg naar voren, maar ook stigma, afzondering en verlies van individualiteit.
Bijschrift door fotograaf: We zijn als planten in een pot. Dit zijn de planten die “verrotten”: de mensen waar er stilaan geen leven meer in zit.
De plant maakte bovendien iets zichtbaar wat moeilijk in een leeftijdsgrens te vatten is. Ouder worden gebeurt niet los van de omgeving. Of iemand kan deelnemen, contacten kan onderhouden, keuzes kan maken of iets voor een ander kan betekenen, hangt niet alleen af van zijn lichaam. Ook de omgeving bepaalt welke mogelijkheden iemand krijgt. Maar de verwelkende planten toonden niet het hele plaatje.
Een bakje troost
Tussen de foto’s stond ook een brievenbus. Brieven vormden een verbinding met familie en het leven buiten de muren. Een handvat werd iets om je letterlijk en figuurlijk aan vast te houden. En een kop koffie was een klein dagelijks moment van troost. De mannen spraken ook over bordspellen, geloof en andere manieren om de dagen vorm te geven.
Eén onder hen vertelde hoe blij hij was dat hij ’s middags de tafels mocht schoonmaken. Niet omdat tafels afvegen plots een bijzonder aantrekkelijke bezigheid wordt zodra je ouder bent. Voor hem zat de betekenis ergens anders: hij kon iets doen wat nuttig was voor anderen. Deze mannen wilden ook nog iets betekenen.
In mijn schoenen
Zeven mannen op één gevangenisafdeling kunnen natuurlijk niet vertellen hoe iedereen ouder wordt achter tralies. Ook Photovoice geeft geen ongefilterde toegang tot iemands leven. Een foto spreekt niet voor zichzelf. De betekenis ontstond in wat de mannen erover vertelden, en ook ik bleef als onderzoeker interpreteren. Maar die ouderwetse camera’s veranderden wel wat er in onze gesprekken terechtkwam.
Eén man maakte misschien de eenvoudigste foto: zijn schoenen. Zijn boodschap erbij was al even eenvoudig: ‘Ga eens in mijn schoenen staan.’ Zonder die woorden waren het gewoon schoenen geweest. Met zijn verhaal werden ze een uitnodiging om even vanuit zijn standpunt te kijken.
Misschien is dat uiteindelijk ook wat deze camera’s met mijn onderzoek deden. Ze namen mijn wetenschappelijke blik niet weg, maar brachten me ertoe geregeld opnieuw scherp te stellen. Categorieën als ‘oud’ of ‘gedetineerd’ helpen ons om de werkelijkheid in beeld te brengen. Maar wie beter kijkt, ontdekt al snel dat die werkelijkheid zelden zwart-wit is.
Dat geldt ook voor de aanpak van vergrijzing in onze gevangenissen. Gespecialiseerde afdelingen bieden uitzicht op betere zorg en een aangepaste omgeving, maar kunnen ook leiden tot afzondering en verlies. De foto’s laten zien waarom we verder moeten kijken dan lichamelijke noden, naar hoe mensen hun detentie beleven en wat hun dagelijkse leven betekenis geeft.
Wie gevangenissen wil aanpassen aan een vergrijzende bevolking, moet ook oog hebben voor de verschillende tinten grijs.
Nog niet uitgekeken? Bekijk dan op VRT MAX de documentaire Achter de tralies van de tijd, over ouder worden achter tralies.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

