Jouw urine als luchtverfrisser in de riolering

Iris De Corte

Stikstof in jouw urine kan vieze geurtjes in de riolering bestrijden. Iris De Corte, doctoraatsstudente aan de Universiteit Antwerpen, onderzoekt hoe deze stikstof op een efficiënte manier kan worden gedoseerd om zoveel mogelijk geuroverlast te vermijden.

Delen:

Het is een warme zomeravond in Antwerpen. Een groepje vrienden is rustig op stap, tot ze botsen op een vieze, doordringende, stinkende walm. Rotte eieren? Nee, dit is de geur van het riool. Enkele meters onder hun voeten huist een complex netwerk van rioleringsbuizen, met daarin een nog complexer ecosysteem van bacteriën die verantwoordelijk zijn voor deze geurtjes. Wat de vrienden niet weten, is dat de oplossing enkele meters terug te vinden is: de toiletten waar ze net zijn geweest. Meer specifiek: de stikstof in hun urine.

In Vlaanderen huist een complex netwerk van rioleringsbuizen, met daarin een nog complexer ecosysteem van bacteriën

Om te begrijpen hoe jouw urine rioolgeurtjes kan bestrijden, moeten we eerst onder de grond kijken. Vlaanderen heeft een uitgebreid netwerk van meer dan 50.000 km aan rioleringen. Deze rioolbuizen zijn veel meer dan een transportsysteem voor het afvalwater: ze vormen een grote bioreactor met enorm veel bacteriën die componenten in ons afvalwater afbreken. Onder zuurstofarme omstandigheden produceren de bacteriën zwavelrijke emissies, zoals waterstofsulfide. Dit zorgt niet alleen voor vieze geurtjes, maar kan ook de betonnen buizen aantasten. Op termijn kan dit leiden tot schade aan het rioleringsnetwerk, met dure herstellingen als gevolg.

Bacteriën kunnen voor veel problemen zorgen, maar gelukkig kunnen we ze sturen om ons te helpen. Zo brengt de aanwezigheid van nitraat, een vorm van stikstof, andere reacties teweeg: bacteriën gebruiken het nitraat om waterstofsulfide terug te verwijderen. Bovendien remt het nitraat de productie van nieuwe waterstofsulfide af. We creëren dus de juiste omstandigheden zodat de bacteriën de gewenste reacties uitvoeren. En dat is precies wat bio-ingenieurs doen: wij halen inspiratie uit de natuur om maatschappelijke problemen op te lossen.

We creëren de juiste omstandigheden zodat de bacteriën de gewenste reacties uitvoeren. En dat is precies wat bio-ingenieurs doen: wij halen inspiratie uit de natuur om maatschappelijke problemen op te lossen

Om deze omstandigheden te creëren hebben we voldoende stikstof nodig. Gelukkig vinden we de oplossing in het kleinste kamertje. Wist jij dat 80% van de stikstof in ons afvalwater afkomstig is van urine? Deze kleine, maar zeer geconcentreerde stroom kan met speciale scheidingstoiletten apart worden opgevangen. De stikstof kan dan worden omgezet in nitraat en worden gedoseerd in de riolering tegen waterstofsulfide. Er is echter nog een voordeel: door stikstof al bij de bron uit het afvalwater te halen, ontlasten we de waterzuiveringsinstallaties. Het verwijderen van stikstof uit afvalwater vraagt namelijk veel tijd en energie. Door urine apart te behandelen, kunnen we dus tegelijk de riolering beschermen én de waterzuivering efficiënter maken.

Aangezien we geen oneindige voorraad urine hebben, willen we het nitraat zo efficiënt mogelijk toevoegen aan de riolering. Met zo weinig mogelijk nitraat willen we dus een minimale uitstoot van waterstofsulfide. Bacteriële gemeenschappen zijn echter heel complex. Zo zijn er andere bacteriën die het nitraat gebruiken om koolstofhoudende componenten te verwijderen. Deze bacteriën zijn bovendien veel sneller dan de bacteriën die zich met zwavel voeden. En hier zit net de uitdaging: als deze bacteriën te snel zijn, is het nitraat op en worden er opnieuw vieze geurtjes geproduceerd.

Ook het rioleringsnetwerk is zeer complex. Geen enkele rioolbuis is hetzelfde. Op verschillende plaatsen in de riolering zijn er bijvoorbeeld andere soorten bacteriën te vinden. Bovendien varieert het afvalwater in samenstelling op verschillende locaties en momenten. Zo stroomt het afvalwater ’s nachts trager dan overdag. Al deze variabele parameters beïnvloeden de snelheid van de bacteriële reacties. Wat er zich exact afspeelt bij de bacteriën in de riolering is dus een groot mysterie voor ons.

Gelukkig bestaat er een manier om onder de grond te kijken, zonder in de riolering te moeten kruipen. De oxidatie-reductiepotentiaal (ORP) is een parameter die laat zien of we ons in zuurstofrijke, nitraatrijke of zuurstofarme omstandigheden bevinden. Zo kunnen we afleiden welke bacteriële reacties plaatsvinden en hoe snel ze verlopen.

In mijn doctoraat gebruik ik de ORP als puzzelstukje om het gehele plaatje in de riolering beter te begrijpen. Uitgerust met een kleine rioolreactor in het labo probeer ik de ORP-signalen te linken aan allerlei bacteriële reacties. Mijn uiteindelijke doel is om een controlestrategie te ontwikkelen voor het doseren van nitraat. Zo kunnen we in de toekomst met een ORP-sensor inschatten waar, wanneer en hoeveel urine we in een rioolbuis moeten toedienen om waterstofsulfide tegen te gaan.

Het is een warme zomeravond in Antwerpen. Een groepje vrienden is rustig op stap. Er is geen vuiltje aan de lucht, want enkele meters onder hun voeten wordt het herwonnen nitraat uit hun urine gretig opgepeuzeld door de bacteriën in de riolering. De vrienden feesten verder, en de bacteriën in het riool feesten mee.

Delen:

‘Licht het op, laadt het op, werkt het op stroom? Dan moet je recupellen!’ De campagnes van Recupel zijn niet zo memorabel als die met de plastic kip in de pmd-zak, maar ze blijven toch hangen. Jammer genoeg is recupellen niet de laatste stap naar een circulaire economie, maar de eerste. In het KU Leuven Instituut voor Duurzame Metalen en Mineralen werken ze aan de vervolgstappen – met robots.

Wanneer een motor van een drone uitvalt, vertellen zijn sensoren niet meteen wat er mis is. Door hun metingen te combineren met wat we al weten over hoe de drone zich hoort te gedragen, kunnen we ontdekken wat er veranderd is en op tijd bijsturen. 

Dit is een artikel van: Scicomm Academy van SciMingo

Van de bosbranden die deze zomer Europa teisterden tot elektrische wagens die moeilijker te blussen vallen: er komen nieuwe uitdagingen af op onze brandweerkorpsen. Technologieën die gaan van robots en drones tot satellietbeelden en voorspellende modellen helpen om branden beter te blussen, en soms ook te voorkomen.

Vanaf dinsdag 20 oktober tot 7 november kan je in de Nekkerhal in Mechelen zelf beleven welke innovatieve oplossingen wetenschap en technologie vandaag voor jou in petto hebben. Flanders Next is de naam van de expo die de blikvanger is van het FTI festival. Een maand lang staat ook in andere steden Vlaamse innovatie centraal. Eos vroeg aan minister-president Matthias Diependaele wanneer het technologiefesival voor hem geslaagd is.

Robotica-expert Abeje Mersha bouwt een vloot innovatieve drones voor civiele doeleinden, die zelfs levens kunnen redden.

Een nieuw geneesmiddel op de markt brengen kan snel twintig jaar duren en de chemicus speelt daarin een cruciale rol. Artificiële intelligentie is de gedroomde assistent om dat proces te versnellen. Maar ook een AI-assistent moet eerst naar de virtuele schoolbanken om die belofte waar te maken.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Diabetische wonden genezen vaak heel moeilijk, terwijl gewone wondverbanden vooral beschermen en niet actief helpen genezen. Mijn slimme wondverband ‘luistert’ naar wat er in de wond gebeurt en geeft pas een geneesmiddel vrij wanneer dat nodig is, om de genezing weer in gang te zetten.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Artsen staan vaak voor moeilijke keuzes. Computermodellen die hen zouden moeten adviseren, zijn helaas ook niet altijd zeker van hun stuk. Wie beter dan een onzekere ingenieur om te helpen die zee van onzekerheid oversteken?

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Onze sporthorloges meten voortdurend wat er in ons lichaam gebeurt en vangen signalen op die voor ons onzichtbaar blijven. Dat ondervond journalist Tom Peeters zelf aan den lijve toen zijn Garmin merkte dat er iets mis was voordat hij er zelf erg in had.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven