Teun Everts gebruikt DNA-onderzoek om bestrijding van exotische kikker naar hoger niveau te tillen

Teun Everts gebruikt DNA-onderzoek om bestrijding van exotische kikker naar hoger niveau te tillen

Delen:

Stemmen op Teun Everts of een van de andere laureaten kan via de poll onderaan dit artikel. Of klik hier om direct naar de poll te gaan.

Beluister de podcast, of lees het portret hieronder.

De biodiversiteit in Vlaanderen staat niet alleen onder druk door klimaatverandering en milieuvervuiling. Ook de introductie van exotische (uitheemse) soorten kan lokale ecosystemen danig ontwrichten. De Amerikaanse stierkikker is zo’n invasieve exoot. Vooral in de provincie Antwerpen, meer bepaald in het stroomgebied van de Grote Nete, zorgt deze kikker de afgelopen twee decennia voor grote verstoringen. Door zijn formaat (als hij zijn poten uitstrekt is hij een armlengte lang) en zijn omnivoor dieet is hij een ernstige bedreiging voor inheemse amfibieën, die vaak een stuk kleiner zijn. Maar de stierkikker eet ook kuikens van (water)vogels en ongewervelden, zowel in het water als op het land. Bovendien heeft hij zelf hier weinig natuurlijke vijanden. De kikkers kunnen trouwens in heel dense populaties voorkomen, met meer dan honderdduizend dikkopjes (kikkerlarven) op één hectare of vijf volwassen kikkers op een honderd meter lang stuk oever. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, verspreiden de kikkers ook ziekten die andere amfibieën nog meer in verdrukking brengen.

Tachtig procent van de vijvers in het stroomgebied van de Grote Nete is vandaag ‘bezet’ door de stierkikker

Beheerinstanties proberen de aanwezigheid en verdere verspreiding van de stierkikker in te dijken met onder meer fuikvallen en afschot. Jaarlijks worden er tienduizenden dikkopjes gevangen, en worden er honderden kikkers afgemaakt. Ook loopt er een proefproject met het oog op het uitzetten van steriele, onvruchtbare mannetjeskikkers.

Ondanks bestrijdings- en bewustmakingsmaatregelen is het rijk van deze amfibische invasieve exoot nog lang niet uit. Maar beheerinstanties hebben nu wel versterking gekregen. Ecoloog Teun Everts (KU Leuven en INBO) reconstrueerde in zijn doctoraatsonderzoek de introductie en verspreiding van de stierkikker in Vlaanderen. Dat deed hij aan de hand van DNA, zowel verzameld bij de kikkers zelf als in af- en uitscheidingen zoals slijm en schubben.

De tweede soort DNA, dat indirect wordt verzameld, wordt omgevings-DNA of eDNA genoemd. De methode laat toe om de aanwezigheid en de verspreiding van soorten alsook de densiteit van populaties in kaart te brengen. Dat gebeurt door stalen van bijvoorbeeld oppervlaktewater te nemen. Om de kracht van de methode te illustreren: eDNA-analyses zijn zo gevoelig dat ze de aanwezigheid van één dikkopje in een vijver met afmetingen van een Olympisch zwembad kunnen detecteren.

Bodemschimmels

Everts was al vertrouwd met eDNA toen hij in 2020 aan zijn doctoraat begon. Zijn masterthesis aan de KU Leuven ging niet over kikkers maar over bodemschimmels, meer bepaald schimmels die in het Zoniënwoud in symbiose met beukenbomen leven. Via eDNA-onderzoek bracht hij de schimmelgemeenschappen in kaart. ‘Onze hypothese was dat de schimmels een rol speelden in de crisis die het bekende beukenwoud toen doormaakte’, vertelt Everts. ‘De verjonging van het bos stokte, omdat nakomelingen minder vaak overleefden. We dachten dat dit mogelijk kwam doordat de schimmelgemeenschappen verstoord waren, bijvoorbeeld door verhoogde stikstofdepositie.’ Doordat het onderzoek in de tijd beperkt was, kon de hypothese evenwel niet worden bevestigd. Vandaag lijkt het probleem trouwens van de baan: het Zoniënwoud verjongt weer.

In zijn doctoraatsonderzoek naar de stierkikker in Vlaanderen bekwam Everts wel duidelijke resultaten. Met eDNA-onderzoek bracht hij de aanwezigheid en de verspreiding van de kikker in kaart – en dus de mogelijke impact op de natuur in en rond de Grote Nete. Hij kon zo onder meer hotspots identificeren, dense populaties waar zich veel kikkers voortplanten. Via ‘normaal’ DNA-onderzoek, gebaseerd op genetisch materiaal verzameld bij kikkers zelf, kon hij vervolgens reconstrueren hoe de huidige situatie in de loop der jaren tot stand is gekomen.

Dat laatste onderzoek, een vorm van populatiegenetica, bracht het bestaan van verschillende kikkerpopulaties aan het licht. Hun leefgebieden bleken van elkaar gescheiden door kanalen, het Albertkanaal en het kanaal Dessel-Kwaadmechelen, die onoverkomelijke barrières vormen. ‘De Grote Nete en enkele van haar zijrivieren (andere ‘Netes’ zoals de Kleine Nete en de Molse Nete, red.) duiken onder de kanalen door, maar de kikkers overleven die ondergrondse passages niet. Dat betekent dat er minstens drie verschillende populaties zijn, maar ook dat de Amerikaanse stierkikker meerdere keren is geïntroduceerd geweest in deze regio.’

Over die introducties bestaat nog veel onduidelijkheid. Everts verwijst naar speciaalzaken, dierenmarkten en kermissen waar de kikkers (of hun dikkopjes) in de jaren 1980 en 1990 werden verkocht. Aanvankelijk waren ze geliefd bij eigenaars van buitenverblijven in de Kempen, die ze in hun tuinvijvers uitzetten. Dat was een grote vergissing, want kijk tot wat het heeft geleid: vandaag is naar schatting tachtig procent van de vijvers in het stroomgebied van de Grote Nete ‘bezet’ door de stierkikker. En de exoot dreigt zelfs op te rukken naar het westen, zo werd hij al gesignaleerd in de Rupel. Volgens Everts werd de stierkikker bij zijn verspreiding geholpen door overstromingen, zowel natuurlijke als kunstmatige.

‘Een volwassen kikker legt normaal niet meer dan anderhalve kilometer in een jaar af. Maar als een vijver overstroomt, kunnen kikkers of dikkopjes door afspoeling via de rivier opeens wel grote afstanden afleggen. Tijdens ons onderzoek waren we heel verrast toen we een naaste verwantschap ontdekten tussen twee kikkers die zich tientallen kilometers van elkaar bevonden.’ Everts pleit ervoor dat beheerinstanties het ecologische totaalplaatje bekijken. ‘Natuurherstellende ingrepen zoals vernatting van een gebied kunnen, als ze onbezonnen gebeuren, de verspreiding van exoten dus nog versterken. Ze hebben dus niet noodzakelijk een netto-positief effect op de natuur.’

De resultaten van Everts’ onderzoek dragen bij aan de bestrijding van de stierkikker in Vlaanderen. ‘Voordien dacht men dat het om één genetisch homogene populatie ging, die was voortgekomen uit een enkele introductie in de buurt van Balen-Olmen. Nu blijkt het om minstens drie verschillende, kleinere populaties te gaan, elk het gevolg van een aparte introductie. Deze kennis verhoogt de kansen om de Amerikaanse stierkikker effectief te bestrijden, want bij kleinere populaties gaat dat gemakkelijker.’

Everts heeft er goede hoop op dat zijn resultaten ook effectief door beheerinstanties zullen toegepast worden. ‘Hoe wij de problematiek van de stierkikker onderzocht hebben, met behulp van innovatieve genetische technieken waarbij we rekening hielden met de ruimtelijke context van het dichtbebouwde Vlaamse landschap, is uniek in Europa. Het onderzoek is niet vrijblijvend, het heeft als doel het beheer te verbeteren. Dat is elders in Europa niet altijd het geval.’ De onderzoeksresultaten kunnen helpen bij het prioriteren van beheeracties, als er bijvoorbeeld meerdere plekken worden gemeld waar stierkikkers aanwezig zijn. ‘Als uit DNA-analyses dan bijvoorbeeld blijkt dat er een hotspot met veel voortplanting tussen zit, dan kunnen we meteen een team daarheen sturen.’

Teun Everts

Teun Everts (1996) studeerde biologie aan de KU Leuven. In zijn doctoraatsonderzoek bestudeerde hij de introductie, verspreiding en ecologische impact van de Amerikaanse stierkikker in Vlaanderen. De resultaten van het onderzoek dragen bij aan een meer efficiënte bestrijding van deze invasieve exoot.

De Eos Pipet wordt georganiseerd in samenwerking met de Jonge Academie.

Delen:

advertentie fti festival

De herfst is het seizoen waarin de natuur haar kleurrijkste tapijt uitrolt. Voor veel tuiniers is dat vooral een uitnodiging om de bladblazer boven te halen. Zonde, want in die rommelige laag bladeren krioelt het van het fascinerende leven.

Onlangs versoepelde de Europese wetgeving rond gentech bij planten. Plantenfysioloog Dominique Van Der Straeten ziet mogelijkheden voor de toekomst, maar ook wetenschappelijke inconsequenties in de nieuwe regels.

Verbleekte koralen kunnen herstellen door contact met stukjes gezonde koralen.

De milieu-impact van medisch afval en hygiëneproducten als luiers is enorm.

Microplastics zitten overal, van de diepzee tot in onze lichamen. De gevolgen van hun aanwezigheid in organismen blijven echter onduidelijk. Het inzicht dat plastic deeltjes chemisch actiever blijken te zijn dan grote volumes van hetzelfde materiaal, opent mogelijkheden tot een beter begrip van de effecten ervan op onze gezondheid.

Dieren passen zich evolutionair aan onze ‘natuurlijke’ habitat aan: de stad! Ook in Vlaamse vijvers vinden we bewijs voor evolutie in waterjuffers en hun prooi de watervlo. De stadswatervlo blijkt daardoor allesbehalve een makkelijke hap. Niet omdat de stadswaterjuffer minder goed jaagt, maar omdat haar prooi de stadswatervlo zelf veranderd is.

Natuur & milieu

Een moeras van pils

Kunstenaars Tom en Nicolas Valckenaere observeerden drie jaar lang soorten die in het moeras van Wiels leven. Hun werk is samen met dat van andere kunstenaars, wetenschappers en denkers te bewonderen in het gelijknamige kunstencentrum in Vorst.

Dat geldt ook voor grote honden. Het snellere verouderingsproces valt af te lezen in hun epigenetisch profiel. De reden achter dit snellere verouderingsproces is minder duidelijk.

Sorteren en recyclen tussen de operaties door: ziekenhuizen zetten steeds meer in op verduurzaming. Geen sinecure in een sector waar elke seconde telt. Als er mensenlevens op het spel staan, is de planeet even niet van tel.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven