Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.
Alle illustraties in dit artikel zijn gemaakt door Rocío Forero Bogdanovich. Sarah Devos en Rocío werkten samen om de eenzaamheidservaringen van jonge nieuwkomers via deze illustraties in beeld te brengen.
Een vliegtuig, een trein, een adres. Voor sommigen verloopt de reis vlot, voor anderen is het een uitputtende tocht vol twijfel en verlies. De tocht stopt eens de grens over, maar het echte landen moet dan nog beginnen. Voor duizenden jonge nieuwkomers in Vlaanderen betekent het nieuwe land vooral dit: een taal die je niet spreekt, gewoontes die je niet kent, en weinig of geen vrienden en familie om op terug te vallen.
Eén van de jongeren die ik voor mijn doctoraat interviewde omschreef haar aankomst in Vlaanderen zo: 'Je komt alleen naar hier... en het is moeilijk om vrienden te maken. Je zit in de nieuwe klas, maar je kent niks. De eerste week, of eerste drie dagen- eerste week was echt moeilijk...'
Niet één oorzaak, maar een ‘complexe cocktail’
Eenzaamheid raakt jongeren sowieso sneller dan we denken: de adolescentie is de levensfase waarin vrienden en erbij horen een cruciale rol spelen. Voeg daar een recente migratie aan toe, en je krijgt wat onderzoekers een ‘dubbele kwetsbaarheid’ noemen. Alsof de woelige tienerjaren niet genoeg zijn, komen daar ook een afgebroken sociaal netwerk, een nieuwe taal, onbekende gewoontes en soms discriminatie of de onzekerheid om te mogen blijven bij.
Eén duidelijke oorzaak valt er dan ook niet aan te wijzen. Een schoolpersoneelslid verwoordde het treffend: 'Het is gewoon een heel complexe cocktail, en het is moeilijk om je vinger erop te leggen. Maar persoonlijkheid, nationaliteit, taal, de motivatie om hierheen te komen... dat zijn allemaal belangrijke factoren'.
Maar eenzaamheid is geen onschuldig ongemak. Wie zich langdurig alleen voelt, loopt meer risico op angst, depressie en een negatief zelfbeeld, net in een vormende levensfase. Eenzaamheid mag dan een begrijpelijke reactie zijn op wat deze jongeren doormaken, maar ze is daarom niet minder ernstig. Erger nog: ze stapelt zich op bij een groep die het op andere vlakken al moeilijker heeft, en vergroot zo de ongelijkheid in welzijn tussen jongeren met en zonder een migratieachtergrond.
De school als warme ontmoetingsplek
Om Nederlands te leren gaan jonge nieuwkomers één jaar lang naar het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, vaak 'OKAN' genoemd. Dit zijn aparte klassen waar jonge nieuwkomers samen Nederlands leren, voordat ze doorstromen naar het 'reguliere' onderwijs. Tijdens mijn doctoraat bevroeg ik 1.379 jonge nieuwkomers in 35 secundaire scholen, en sprak ik met 19 oud-leerlingen en 28 personeelsleden, om deze bijzondere schoolcontext in kaart te brengen.
En wat bleek? OKAN biedt hoop. De school is voor deze jongeren veel meer dan een plek om de taal te leren. Het is vaak de eerste plek waar ze in contact komen met leeftijdgenoten en met volwassenen die er voor hen zijn. Uit mijn onderzoek blijkt dat die goede contacten op school erg belangrijk zijn. Het gaat bijvoorbeeld om het vertrouwen en de steun die leerlingen, leerkrachten en ander schoolpersoneel aan elkaar geven. Sociologen noemen dit ‘school sociaal kapitaal’. Jongeren die zich gesteund voelen door klasgenoten en leerkrachten, en die hen vertrouwen, voelen zich veel minder eenzaam. Omgekeerd geldt ook: wie discriminatie ervaart wordt juist kwetsbaarder. De gewone, alledaagse warmte van een OKAN-klas blijkt geen bijzaak, maar beschermt tegen eenzaamheid bij jonge nieuwkomers.
Opvallend is ook hoe groot de rol van de leerkracht is. In het reguliere secundair onderwijs voelen tieners zich doorgaans meer gesteund door klasgenoten dan leerkrachten. Bij jonge nieuwkomers is het vaak andersom. Omdat hun netwerk bij aankomst zo klein is, wordt een ondersteunende leerkracht een houvast. Eén leerlingenbegeleidster vatte haar opdracht als volgt samen: 'leerlingen moeten zich veilig voelen om te zijn wie ze zijn, met hun keuzes, hun achtergrond en hun geloof'.
Maar diezelfde leerkrachten lopen tegen een grens aan in hun ondersteunende rol. 'Het is gewoon heel moeilijk om de grenzen af te bakenen', vertelde een leerlingenbegeleidster. 'Waar begint het [onze verantwoordelijkheid], waar stopt het, wat doe ik wel en wat niet? Ik vind het heel moeilijk om nee te zeggen'. Ze willen helpen, maar voelen zich er niet altijd voor uitgerust of voldoende ondersteund.
Wat wél werkt
Drie dingen maken volgens mijn onderzoek een verschil. Ten eerste: investeer in de band door bijvoorbeeld groepsactiviteiten of een buddysysteem. Het klinkt klein, maar het is precies wat verbinding schept.
Ten tweede: laat leerkrachten niet alleen in de kou staan. Zij dragen een zware emotionele last zonder voldoende opleiding, overleg of doorverwijsmogelijkheden. Dat is geen taak voor één bevlogen leerkracht, maar voor een goed uitgebouwd systeem. En misschien wel het belangrijkste: het onthaalonderwijs mag geen eiland zijn. Te lang afgescheiden blijven van de rest van de school bemoeilijkt de overstap. Een geleidelijke, begeleide overgang naar het reguliere onderwijs helpt jonge nieuwkomers om stap voor stap hun plek te vinden.
En daar wringt het. Want terwijl mijn onderzoek laat zien hoe cruciaal die begeleiding is, wordt ze vandaag net afgebouwd. Vanaf het komend schooljaar bespaart de Vlaamse overheid op de OKAN-vervolgschoolcoaches: de mensen die jonge nieuwkomers begeleiden bij hun overstap van OKAN naar het gewone onderwijs. Bij sommige scholen verdwijnt twee derde van die middelen. Zo komt net die brug, die jongeren helpt om te landen, steeds meer onder druk.
Vogels die landen
Samen met illustratrice Rocío Forero Bogdanovich vertaalde ik de verhalen van de jongeren die ik sprak tijdens mijn doctoraat naar een grafisch verhaal: When Birds Fly: Stories of Landing. Samen met leerkrachten maakten we er een lesgids bij, zodat het in de klas een gesprek op gang kan brengen over eenzaamheid. Want net dat maakt het verschil: eenzaamheid niet wegduwen, maar zichtbaar en bespreekbaar maken, zodat jongeren voelen dat ze er niet alleen in staan en dat het geen falen is, maar iets menselijks.
Veel jonge nieuwkomers vinden uiteindelijk hun plek, dankzij een klasgenoot die hen begrijpt of een leerkracht die hen ziet. Maar dat zou niet van toevalstreffers mogen afhangen. Als we onze scholen de tijd, de middelen en de erkenning geven die ze verdienen, kunnen we van toeval beleid maken, en van een vreemd land een plek waar iedereen mag landen.
Sarah Devos dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2026. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.