Eos Blogs

Meer beweging op school: een boost voor het brein of kostbare onderwijstijd verliezen?

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Ongeveer één op de vijf adolescenten haalt de aanbevolen norm niet om dagelijks 60 minuten matig-tot-intens fysiek actief te zijn . Tegelijk staan scholen voor een andere grote uitdaging, namelijk leerlingen voldoende kansen geven om te leren en te ontwikkelen in een context waar de leerprestaties onder druk staan.

Op het eerste zicht lijken dat twee maatschappelijke tendenzen die weinig met elkaar te maken hebben. Maar wat als meer beweging op school nu net beide uitdagingen kan aanpakken?
Leerlingen kunnen bijvoorbeeld na een langere periode van stilzitten enkele minuten de benen strekken. Maar beweging kan ook een rechtstreeks onderdeel worden van de leeractiviteit. Denk aan leerlingen die woordenschat inoefenen terwijl ze (ter plekke) wandelen, of door stoelen te vervangen door zitballen. Dat noemen we bewegend leren.

Toch blijven er vragen heersen. Worden leerlingen daar niet te druk van? Verliezen we geen lestijd? En leren ze de leerstof wel even goed als ze ondertussen bewegen?

Het antwoord is genuanceerder dan eenvoudigweg ja of nee.

Welke factoren bepalen de evidentie van bewegend leren?

Vlaamse en internationale studies laten zien dat beweging processen kan ondersteunen die ook van tel zijn bij leren, bijvoorbeeld aandacht, alertheid en leermotivatie,. Daarnaast toont onderzoek ook positieve verbanden aan tussen bewegend leren en leerprestaties, ook bij neurodiverse leerlingen. Ook niet-taakgericht gedrag, zoals afleiding of het verstoren van de les, lijkt in sommige situaties af te nemen. Opvallend is dat bepaalde effecten ook in daaropvolgende lessen zichtbaar kunnen zijn.

Dit betekent niet dat meer beweging automatisch leidt tot beter leren. Lukraak rondlopen werkt niet effectief. Beweging moet doordacht worden ingezet. Het eventuele positieve effect hangt dan ook af van verschillende factoren: in welke mate de leerstof of beweging reeds geautomatiseerd is, de aard van de leerstof en welke leerling voor je zit.

1. De automatisatie

Bewegend leren vraagt bij aanvang extra aandacht, gezien leerlingen tegelijkertijd de leerstof moeten verwerken en een beweging uitvoeren. Hoe vlot dit verloopt, hangt af van wat al geautomatiseerd is. Wanneer leerlingen de leerstof al kennen, of een beweging al goed beheersen, kunnen ze één van beide taken grotendeels automatisch uitvoeren. Daardoor blijft er in het brein meer aandacht over voor de andere taak.

Wanneer zowel de leerstof als de beweging nieuw zijn, ligt de cognitieve belasting hoger en kan de uitvoering aanvankelijk moeilijker verlopen. Ervaring en automatisatie bepalen dus mee hoe vlot leren en bewegen uiteindelijk kunnen worden gecombineerd. Een korte gewenningsperiode is daarom belangrijk.

Een tip om dit zelf uit te proberen, ontdek je in de volgende video.

2. De leerstof

Niet elke vorm van beweging leent zich even goed voor elke leeractiviteit. Taken die leerlingen uit het hoofd moeten leren, zoals definities of woordenschat, lenen zich goed tot intensievere of spelvormen (‘beweegchallenges’) van bewegend leren.

Bij complexe leerstof ligt dat anders. Wanneer leerlingen moeten redeneren en tegelijk een ingewikkelde beweging uitvoeren, kunnen beide opdrachten met elkaar gaan concurreren om aandacht. Hier is het gebruik van een zitbal dan weer ideaal.

3. De leerling  

Wat voor de ene leerling werkt, kan voor de andere juist extra afleiding betekenen. Neurodiverse leerlingen bijvoorbeeld, hebben ook baat bij beweging, maar hebben meer nood aan laagdrempelige vormen zoals wandelen of het gebruik van een zitbal4. Bijkomende prikkels mogen hier niet onderschat worden. Het geluid van bepaalde sportmaterialen of drukke bewegingsvormen, kan voor sommige leerlingen een overload geven aan prikkels die de voordelen teniet doen.

Wat betekent dit concreet in de praktijk?

Wil je aan de slag met bewegend leren? Begin klein en geef het tijd. Voer halverwege een lang lesblok of studietijd één korte bewegingspauze uit van drie minuten, zoals even rechtstaan, stretchen of een korte beweegchallenge.

De beweegklas van Methodeschool Van Veldeke te Hasselt.

Wil je een stap verder? Stel jezelf dan telkens één eenvoudige vraag: 'Heeft beweging een meerwaarde voor de leerstof?' Kies voor een wandeldictee, of laat leerlingen ter plekke wandelen achter hun stoel wanneer ze naar een documentaire kijken tijdens de les geschiedenis. Koppel opties bij een meerkeuzevraag aan de vier hoeken van het lokaal, zodat leerlingen fysiek naar hun antwoord lopen.

En wil je echt all-in gaan? Dan is het interessant om te kijken naar gebruik van materialen. Ga langs bij de fietsenmaker en vraag naar oude fietsbanden. Deze kan je eenvoudig rond de tafelpoten bevestigen en leerlingen kunnen deze gebruiken om met hun voeten op te bouncen. Vraag kennissen naar sportmaterialen die ze niet meer gebruiken, of investeer in nieuwe materialen. Een mooi praktijk voorbeeld hiervan, is de beweegklas van Methodeschool Van Veldeke te Hasselt.

Conclusie: de kracht van beweging zit in hoe je ze inzet

De wetenschap laat zien dat we niet hoeven te kiezen tussen bewegen óf leren. Maar het vraagt wel om een doordachte kijk op de schooldag. Niet: 'We moeten meer bewegen, dus we voeren willekeurig een extra beweegpauze in.' Wel: 'Wat willen we bereiken tijdens de les, en welke vorm van beweging, of juist rust, past daarbij?'

Bewegen tijdens de les is geen wondermiddel, maar wel een onderbenut en wetenschappelijk onderbouwde methode dat de focus, leermotivatie en leerprestaties van jongeren kan ondersteunen. Tegelijkertijd levert het een win-win op voor de fysieke en mentale gezondheid. Niet door lukraak te bewegen, maar door beweging slim en doordacht in te zetten.

Bronnen

https://www.sciensano.be/index.php/nl/resultaten-van-de-nationale-voedselconsumptiepeiling-2022-2023/adolescenten-van-10-tot-17-jaar/hoeveelheid-en-intensiteit-van-lichaamsbeweging-bij-adolescenten-van-10-tot-17-jaar

OECD. (2023). https://www.oecd.org/en/publications/pisa-2022-results-volume-i_53f23881-en/full-report/from-data-to-insights_f1c46d26.html#section-d1e12728-5503fc2fe0

Schmidt, M., Benzing, V., Wallman-Jones, A., Mavilidi, M. F., Lubans, D. R., & Paas, F. (2019). Embodied Learning in the Classroom: Effects on Primary School children’s Attention and Foreign Language Vocabulary Learning. Psychology of Sport & Exercise, 43: 45–54. https://doi.org/10.1016/j.psychsport.2018.12.017.

Everaert, L., Agten, A., Stevens, R., & Tops, W. (2026). Active minds, active bodies: an exploratory study on embodied learning in autistic students. European Journal of Special Needs Education, 41(4), 858–868. https://doi.org/10.1080/08856257.2025.2556451

Everaert, L., Tops, W., Stevens, R., & Agten, A. (2026). Exploring the role of the body in learning: a mixed-method study of embodied learning in secondary education. Humanities and Social Sciences Communications. https://doi.org/10.1057/s41599-026-09037-3

González-Pérez, M., Sánchez-Oliva, D., Martín-Acosta, F., Ruiz-Hermosa, A., Camiletti-Moirón, D., & Grao-Cruces, A. (2025). A mixed-methods approach of the effect of physically active learning on time-on-task in the secondary education class: The ACTIVE CLASS study. Learning And Instruction, 97, 102091. https://doi.org/10.1016/j.learninstruc.2025.102091

MacPherson, S.E. (2018) Definition: Dual-tasking and multitasking. Cortex, 106, 313–314. https://doi.org/10.1016/j.cortex.2018.
06.009