Waarom hebben we in Vlaanderen te weinig leerkrachten? In mijn doctoraat ging ik op zoek naar het antwoord op die vraag. Maar tijdens mijn zoektocht werd duidelijk dat ons sombere beeld van het lerarenberoep niet helemaal lijkt te kloppen.
Het is een luie zondagochtend. Met een kop koffie in de hand surf je naar je favoriete nieuwssite. Lap, weeral een dramatische krantenkop over het Vlaams onderwijs. Scholen vinden geen leerkrachten! Onze jongeren kunnen niet meer goed lezen! Leerkrachten bezwijken onder de werkdruk! Het lijkt alsof het Vlaams onderwijs in brand staat. Geen wonder dat mensen geen leerkracht meer willen worden en ouders bezorgd zijn.
Herkenbaar? Zo voelde ik mij aan het begin van mijn doctoraat. Door al die deprimerende krantenkoppen besloot ik om de focus van mijn onderzoek te verleggen naar het lerarentekort. Ik wou het probleem in kaart brengen en op zoek gaan naar effectieve oplossingen.
Zo gezegd, zo gedaan. Eerst onderzocht ik waarom mensen die een lerarenopleiding volgen uiteindelijk voor een andere carrière kiezen. We vroegen Vlaamse leraren-in-opleiding wat zij belangrijk vinden in een job en welke andere beroepen ze overwegen. Eén factor kwam daarbij opvallend vaak naar voor: de mogelijkheden om promotie te maken. Veel studenten zagen het onderwijs als een beroep met weinig carrièreperspectief. Bijna zeven op de tien verwachtten minder mogelijkheden om promotie te maken als leerkracht dan in de andere jobs die ze overwogen. Vooral de studenten die goed presteerden tijdens hun stage vonden promotiekansen heel belangrijk. Te weinig carrièreperspectief bleek zo een belangrijke reden waarom sommige beloftevolle leerkrachten het onderwijs links laten liggen.
Negatieve berichtgeving doet meer dan alleen informeren. Ze kan ook onze perceptie van een beroep beïnvloeden
Daarna verschoof ik mijn aandacht naar de mensen die wél voor de klas gaan staan. Waarom verlaten sommigen het onderwijs al na korte tijd? Samen met collega’s verzamelde ik data over de loopbanen van meer dan 50.000 startende leerkrachten over bijna vijftien jaar. Het lerarenberoep staat gekend voor haar werkzekerheid, maar in het begin van de loopbaan bleek dat beeld niet te kloppen. Een startende leerkracht krijgt doorgaans geen contract van een jaar, maar van enkele weken of maanden. Veel starters combineren daarom verschillende vervangingsopdrachten, soms in meerdere scholen tegelijkertijd. Voor veel starters betekent dat telkens opnieuw afwachten waar hun volgende opdracht zal zijn. Die onzekerheid hangt samen met de kans op uitval. Hoe korter de contracten, hoe kleiner de kans dat een leerkracht in het onderwijs blijft.
Zo had mijn onderzoek twee belangrijke oorzaken van het lerarentekort in kaart gebracht: een gebrek aan promotiekansen en werkzekerheid. Maar tussen al die cijfers over uitval en tekorten vond ik ook cijfers die helemaal niet bij het klassieke crisisverhaal pasten. Ons onderzoek naar de loopbaan van starters toonde dat starters in meer recente jaren minder vaak het beroep verlieten dan vroeger. We toonden ook aan dat het in sommige andere sectoren vaak nog moeilijker was om vacatures in te vullen dan in het onderwijs. Eén cijfer van een ander onderzoek bleef mij bij: meer dan 90% van de leerkrachten is eigenlijk tevreden over zijn job.
Doorheen mijn onderzoek begreep ik dat het lerarentekort niet veroorzaakt wordt door het feit dat het beroep fundamenteel onaantrekkelijk was geworden. De oorzaken situeren op een ander niveau. Zo is het aantal leerlingen gestegen, waardoor we meer leerkrachten nodig hebben. Ook is het in andere sectoren vaak moeilijk om vacatures in te vullen. Een leerkracht wiskunde vinden is moeilijk, maar een loodgieter vinden is ook helemaal niet evident. Daar schrijven kranten gewoon minder artikels over.
Het krantenexperiment
Toen ik die hoopgevende cijfers aan vrienden en familie vertelde, merkte ik dat zij er net zo verbaasd over waren als ik. Blijkbaar hadden we allemaal een vrij negatief beeld van het lerarenberoep, terwijl de cijfers een veel genuanceerder verhaal vertelden. Maar van waar komt dat negatief beeld? Mijn theorie was dat die deprimerende krantenkoppen op zondagochtend mee verantwoordelijk waren voor ons pessimisme.
Ondanks de grote daling in leerprestaties behoren onze vijftienjarigen nog steeds tot de grootste wiskundeknobbels in Europa
Met een hypothese stel ik mij als onderzoeker natuurlijk niet tevreden. Dus in mijn laatste onderzoek ging ik dat testen. Ik deed een experiment met meer dan duizend Vlaamse jongeren. Sommige deelnemers kregen drie echte krantenkoppen over de dalende onderwijskwaliteit te zien. Andere deelnemers kregen neutrale berichten over onderwerpen die niets met onderwijs te maken hadden. Daarna vroegen we iedereen hoe waarschijnlijk het was dat ze later voor het lerarenberoep zouden kiezen.
Jongeren die de negatieve krantenkoppen hadden gelezen, rapporteerden minder interesse om leerkracht te worden. Veel leerlingen zeiden zelf ook dat de negatieve berichtgeving over onderwijs hun interesse in het lerarenberoep vermindert. Natuurlijk betekent dat niet dat één krantenartikel ervoor zorgt dat iemand zijn studiekeuze omgooit. Maar het resultaat toont wel iets belangrijks: negatieve berichtgeving doet meer dan alleen informeren. Ze kan ook onze perceptie van een beroep beïnvloeden.
Dat bleek ook wanneer we hen vroegen hoeveel leerkrachten volgens hen tevreden zijn met hun job. Ze schatten dat gemiddeld op iets meer dan de helft. Bijna niemand geloofde dat meer dan 90% van de leerkrachten tevreden is over zijn of haar job. Jongeren lijken ook een veel negatiever beeld te hebben van het beroep dan de cijfers aantonen.
Wanneer we in een tweede experiment studenten positieve informatie voorschotelden over bijvoorbeeld het grote vertrouwen dat mensen hebben in leerkrachten, zagen we dat hun interesse in het lerarenberoep toenam. Samen vertellen die twee experimenten één verhaal: hoe we praten over het onderwijs bepaalt mee hoe jonge mensen kijken naar het lerarenberoep.
De volgende keer dat je met een kop koffie in de hand een dramatische krantenkop over het Vlaams onderwijs tegenkomt, denk dan aan het verhaal van mijn doctoraat. Het klopt dat het Vlaams onderwijs voor belangrijke uitdagingen staat. Onze jongeren kunnen minder goed lezen en rekenen dan vroeger. We hebben meer leerkrachten nodig. Mijn onderzoek toont dat investeren in werkzekerheid en doorgroeimogelijkheden kan helpen. Maar er gaat nog steeds ongelofelijk veel wel goed. Ondanks de grote daling in leerprestaties behoren onze vijftienjarigen nog steeds tot de grootste wiskundeknobbels in Europa. En ondanks alle uitdagingen, geven de overgrote meerderheid van de leerkrachten nog steeds graag les. Ook die cijfers verdienen aandacht. Onze leerlingen en leerkrachten verdienen een verhaal dat inspireert en motiveert.
Willem De Cort dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2026. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.