Weg met de journalistieke helden, maak verhalen die ons anders over journalistiek doen denken
- 14 oktober 2026
Aaron Sorkin pakt uit met The Social Reckoning, opnieuw een film over journalistieke helden. Volgens hem heeft Hollywood nood aan meer van dat soort verhalen (DS, 6/10/2026). Over de kwaliteit van de film spreek ik me niet uit, maar zijn pleidooi om het journalistieke beroep verder op een voetstuk te plaatsen, roept bij mij wel vragen op. Vier jaar onderzoek naar de representatie van journalistiek in fictie suggereert namelijk dat dit misschien net het laatste is wat we nodig hebben als we willen nadenken over een duurzamer journalistiek model.
All the President's Men, The Post, Spotlight en zelfs Superman. We worden al decennialang overspoeld met verhalen waarin journalisten als helden optreden. Journalistiek behoort, naast geneeskunde en politie, tot de meest gerepresenteerde beroepen in fictie. Het staat dan ook buiten kijf dat deze verhalen mee vormgeven hoe het publiek naar journalisten kijkt.
De studie van journalistieke representaties in fictie is de voorbije decennia, vooral in de Verenigde Staten, uitgegroeid tot een volwaardig onderzoeksveld. Ook ik heb de afgelopen jaren bijgedragen aan dat onderzoek door Europese fictie naast de Amerikaanse traditie te analyseren. Een terugkerende vaststelling is dat fictie doorgaans de mythe van de vrije pers reproduceert: journalisten worden voorgesteld als bewakers van de democratie die, los van politieke of economische belangen, de waarheid aan het licht brengen.
Fictie reproduceert doorgaans de mythe van de vrije pers: journalisten worden voorgesteld als bewakers van de democratie die, los van politieke of economische belangen, de waarheid aan het licht brengen. De realiteit is uiteraard complexer
De realiteit is uiteraard complexer. Vrije pers staat vandaag onder toenemende druk van commerciële, politieke en institutionele belangen. Die spanningen vinden steeds vaker hun weg naar films en televisieseries over journalistiek. Wie echter denkt dat zulke producties daardoor een fundamentele bijdrage leveren aan het maatschappelijke debat over de toestand van de journalistiek, komt vaak bedrogen uit.
Onderzoek toont immers aan dat ook kritische of pessimistische representaties meestal aan ‘paradigmaherstel’ doen. Met andere woorden: wanneer journalisten professionele normen schenden of commerciële belangen boven het publieke belang plaatsen, worden ze uiteindelijk gestraft. Ze verliezen hun geloofwaardigheid, hun carrière of soms zelfs hun leven. Denk aan journaliste Zoë Barnes uit House of Cards, die letterlijk onder een metrostel belandt. Op die manier worden bestaande journalistieke normen uiteindelijk opnieuw bevestigd in plaats van ter discussie gesteld.
We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.
Tegen die achtergrond is Sorkins oproep voor meer journalistieke heldenfilms opmerkelijk. Er is immers allerminst een tekort aan normatieve representaties van journalistiek. Die reflex staat bovendien niet los van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Wanneer journalistieke principes onder druk komen te staan, grijpen zowel journalisten als academici vaak nog sterker terug naar precies die idealen die steeds moeilijker houdbaar blijken. Denk aan het objectiviteits- en neutraliteitsprincipe, dat steeds vaker wordt gecontesteerd, of aan het ideaal van onderzoeksjournalistiek, dat in Vlaanderen slechts voor een beperkte groep mediaorganisaties financieel haalbaar is.
Mijn onderzoek wijst dan ook in een andere richting. Wat we nodig hebben, zijn fictieve representaties die de bestaande journalistieke uitgangspunten op een constructieve manier durven bevragen. Europese fictie zet op dat vlak vaak al een stap verder dan Hollywood. In een van mijn onderzoeksinterviews vertelde Adam Price, de maker van de Deense serie Borgen, dat we journalistiek niet als iets heiligs moeten beschouwen. In een post-Trumptijdperk, zo stelde hij, voegen ongenuanceerde heldenverhalen nog weinig toe aan het publieke debat.
Ook mijn onderzoek met Vlamingen (waaronder ook journalisten) bevestigt die behoefte aan meer ademruimte. Er leeft een duidelijke vraag naar meer diverse verhalen die toelaten journalistiek kritisch te bevragen. Vervult het beroep vandaag nog wel de maatschappelijke rol die het zichzelf toedicht? Zijn er alternatieve modellen denkbaar die beter aansluiten bij de noden van een diverse samenleving? Denk bijvoorbeeld aan meer interpretatieve of inclusieve vormen van journalistiek, die andere stemmen centraal stellen en een bredere representatie van de samenleving mogelijk maken.
Dat is ook een boodschap die ik mijn studenten probeer mee te geven. Journalistiek is geen statisch gegeven maar een veelzijdige praktijk die op uiteenlopende manieren kan worden ingevuld. Als we willen nadenken over de toekomst van het beroep, moeten we durven loskomen van vastgeroeste categorieën en openstaan voor andere invullingen van journalistieke meerwaarde. Dat debat voeren we niet door krampachtig vast te houden aan het beeld van de objectieve journalist als ultieme beschermer van de democratie.
Fictie is daarbij uiteraard niet de heilige graal. Maar ze kan wel een waardevolle rol spelen door het debat open te breken en op een toegankelijke manier te experimenteren met alternatieve visies op journalistiek. Daarom hebben we vandaag niet meer journalistieke heldenfilms nodig, hoe entertainend die ook mogen zijn. Wat we nodig hebben, zijn verhalen die ons uitdagen om anders over journalistiek na te denken.
Meer weten? Lees mijn boek over de representatie van journalistiek in fictie: Journalists on Screen in the U.S. and Europe: Press Play
De laatste controle van deze pagina was op 14 oktober 2026.
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

