Als de afgrond je naar zich toe zuigt …

Als de afgrond je naar zich toe zuigt …

Delen:

Een seconde later is die gedachte weer verdwenen. Maar er blijft een ongemakkelijk gevoel hangen. Wat was dat?

Op internet circuleert over dit fenomeen een weinig geruststellende uitleg. Het zou om een verborgen doodswens kunnen gaan, die onbewust sluimert en wacht op een kans om uit te breken. Sigmund Freud (1856–1939), de vader van de psychoanalyse, was er al van overtuigd dat elke mens een drang tot zelfvernietiging in zich draagt.

Opvallend veel mensen blijken het verschijnsel te kennen. Het heeft zelfs een naam: de call of the void – de roep van de leegte. Wetenschappers, doorgaans wat minder poëtisch aangelegd, spreken van het high place phenomenon, het hoge-plaatsenfenomeen. Daar komt het namelijk het vaakst voor. Het is verwant met andere schrikwekkende gedachtenflitsen of intrusieve gedachten. Wat als ik me voor de aankomende metro zou werpen? Wat als ik plots het stuur zou omgooien op de snelweg bij 120 kilometer per uur?

Zijn zulke gedachten werkelijk dat het bewijs van een donkere, verborgen gevoelswereld?

Nauwelijks onderzocht

Er is nauwelijks wetenschappelijk onderzoek gebeurd naar het high place phenomenon. Psychotherapeut Tobias Teismann (Ruhr-universiteit Bochum, Duitsland) verbaast zich daarover: “Ik snap niet waarom dit fenomeen zo weinig is onderzocht”, zegt hij. “Veel mensen krijgen ermee te maken, en voor sommigen is het echt angstaanjagend.”

De eerste bekende studie dateert van 2012. De Amerikaanse psychologe Jennifer Hames (Florida State University) ontwierp een vragenlijst om het verschijnsel te onderzoeken. Ze vroeg aan 431 studenten of ze ooit de call of the void hadden ervaren. Die moesten ook aangeven of ze last hadden van angsten, depressieve en suïcidale gedachten.

Bijna de helft van de mensen kent de call of the void

Van zij die ooit suïcidale gedachten hadden gehad, herkende driekwart de ‘roep van de leegte’. Hoe vaker ze met angsten en depressieve gedachten geconfronteerd waren, hoe groter de kans dat ze het fenomeen hadden ervaren. Maar opmerkelijk genoeg hadden ook vier van de tien psychisch evenwichtige deelnemers, zonder suïcidale gedachten, ook ooit zo’n impuls gehad.

Vol zelfvertrouwen of onzeker?

Het fenomeen komt dus vaker voor bij mensen die met het leven worstelen, maar suïcidaliteit is duidelijk géén noodzakelijke oorzaak. Dat sluit aan bij de bevindingen van Tobias Teismann. In 2020 voerde hij met z’n collega’s twee steekproeven uit. Eerst bevroegen ze 276 online gerekruteerde deelnemers, en vervolgens 94 mensen met vastgestelde vliegangst. Hoewel het geen representatieve groepen waren, kwamen de resultaten overeen met die van het Amerikaanse onderzoek: 45 procent van de mensen zonder suïcidale gedachten had de call of the void wel eens gevoeld.

Volgens Freud draagt elk mens een drang tot zelfvernietiging in zich

In 2025 voerde Teismann samen met Lara Wiesmann een nieuw onderzoek naar het verschijnsel, dit keer bij een meer representatieve groep van ruim 600 mensen met specifieke angsten, zoals pleinvrees of vliegangst. Bijna de helft van hen was vertrouwd met het fenomeen, ook al kenden velen geen doodsverlangen. Bepaalde persoonlijkheidskenmerken bleken het te bevorderen, zoals neuroticisme – een overgevoeligheid voor negatieve signalen – of onzekerheid. Tegelijkertijd leken mensen met een groot zelfvertrouwen er minder last van te hebben.

Wie met levensmoeheid kampte, bleek ook nu vaker de call of the void te hebben ervaren. Teismann ziet een medeoorzaak in de manier van bevragen: “Als iemand met suïcidale gedachten op een hoog gebouw staat, is het logisch dat de gedachte om te springen sneller opkomt”, zegt hij. Bovendien gaat het om een herinnering van de ervaring. Sommige mensen vergeten al snel dat ze zulke gedachten hebben gehad; anderen niet. “Voor iemand die ooit met suïcidale gedachten te kampen had, was dat een beklijvende fase in het leven. En gedachten die daarmee te maken hebben, worden op het moment van de bevraging wellicht makkelijker weer uit het geheugen gehaald.”

De rol van angst

Eén belangrijk aspect maakt het verschil tussen suïcidale gedachten en de impuls die velen ervaren wanneer ze op een hoogte staan en denken aan springen: angst. “Mensen die plotseling het fenomeen ervaren, schrikken vaak van hun eigen gedachten”, zegt Teismann. “Maar wie echte suïcidale neigingen heeft, voelt meestal geen angst bij de gedachte aan de dood. Die denkt eerder: ‘O jee, ik ben er al zo erg aan toe!’ Het maakt hen verdrietig of wanhopig, maar de gedachte komt niet plotseling in hen op en heeft niets met angst te maken.”

Waardoor ontstaat die roep van de leegte dan, als die niets te maken heeft met een verlangen naar de dood? De onderzoekers van de Amerikaanse studie uit 2012 zoeken de verklaring in de manier waarop het brein omgaat met gevaar. Als je te dicht bij een afgrond komt, treedt er een alarmsysteem in werking. Dat stuurt een onbewust signaal: ‘Pas op, keer terug!’ Voor je goed en wel doorhebt wat er gebeurt, heb je al een stap naar achteren gezet. Vervolgens probeert het langzamere, bewuste denken die reflex te verklaren, en komt de ongefundeerde gedachte op: ‘Was ik nu echt van plan om te springen?’

Het fenomeen weerspiegelt dus waarschijnlijk geen doodswens, maar net een goed aanvoelen van gevaar en lichamelijke angstsignalen, én dus juist de wil om in leven te blijven.

De gedachte om te springen wekt angst op. Wie echt suïcidale gedachten heeft, is niet bang voor de dood

Als dat klopt, zouden angstige mensen meer last hebben van het fenomeen dan mensen met veel zelfvertrouwen, zoals bleek uit de Amerikaanse studie. De Duitse onderzoeksresultaten waren echter genuanceerder. In de online steekproef kwam de roep naar de leegte vaker voor bij onzekere mensen, maar niet bij de groep met angststoornissen. Teismann vermoedt dan ook het volgende: “Er is waarschijnlijk een verband met dwangmatige handelingen. Volgens de gangbare cognitief-gedragstherapeutische modellen ontstaan dwangneurosen uit opdringerige, intrusieve gedachten, die mensen onverwacht overvallen. Ze ervaren die gedachten als iets wat ze absoluut moeten vermijden, en ontwikkelen vervolgens allerlei dwanghandelingen om te voorkomen dat hun vrees werkelijkheid wordt.” Wie bang is dat hij of zij echt zal springen, zal hoogtes vermijden, of dwangmatig allerlei veiligheidsstappen inbouwen.

Frivool brein

Het kan daarbij om erg verschillende impulsgedachten gaan. Je wil de conducteur in de trein aan de neus trekken, in het midden van een vergadering je T-shirt uittrekken of scheldwoorden roepen in een kerk. Uit tal van studies is bekend dat bijna 90 procent van de bevolking dat soort intrusieve gedachten kent. “Ik denk dat de gedachten bij het high place phenomenon vergelijkbaar zijn”, zegt Teismann.

Als de diepte af en toe lonkt, is dat dus geen reden tot bezorgdheid. Waarschijnlijk gaat het om niet meer dan een eigenaardige, maar algemeen verspreide frivoliteit van ons brein.

De auteur

Jan Schwenkenbecher is psycholoog en wetenschapsjournalist.

Meer over dit onderwerp

An Urge to Jump Affirms the Urge to Live. An empirical examination of the high place phenomenon. Jennifer Hames e.a. in Journal of Affective Disorders, 2012.

High Place Phenomenon. Prevalence and clinical correlates in two German samples. Tobias Teismann e.a. in BMC psychiatry, 2020.

The High Place Phenomenon. Associations with markers of positive and negative mental health in individuals suffering from specific phobia or agoraphobia. Lara Wiesmann e.a. in Clinical Psychology & Psychotherapy, 2025.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven