‘De geestelijke gezondheidszorg is uitgegroeid tot een onoverzichtelijk, rigide systeem’

‘De geestelijke gezondheidszorg is uitgegroeid tot een onoverzichtelijk, rigide systeem’

Delen:

Floortje Scheepers is kinder- en jeugdpsychiater van opleiding. Ze is hoogleraar Innovatie in de GGZ en medisch afdelingshoofd psychiatrie in het UMC Utrecht.

Mensen zijn ingewikkeld is de titel van het boek dat Scheepers schreef. Een rake titel die zich ook laat lezen als een pleidooi voor bescheidenheid, misschien zelfs wel als een lichte teleurstelling in de pretenties van Scheepers’ eigen vakgebied, de psychiatrie. Zoals ze fraai noteert: ‘Wat altijd onbegrijpelijk zal blijven, is misschien de essentie van wie we zijn.’

Waarom wilde u een boek schrijven voor een groter publiek?

‘Ik wil vooral ter discussie stellen hoe we in het algemeen naar psychische ontregeling kijken. Zoals de geestelijke gezondheidszorg en de wetenschap op dit moment zijn ingericht en hoe de samenleving psychische problematiek opvat, dat past niet bij wat psychisch ontregelde mensen nodig hebben. De meeste boeken over psychiatrie gaan tegenwoordig over breinziekten. Dat beïnvloedt de manier waarop we nadenken over mentale ontregeling en de vragen waarmee mensen zich tot de ggz wenden. Spreken over hersenziekten en -stoornissen vind ik ongenuanceerd. Daarom wil ik aanzetten tot dialoog, tot verbinding. We moeten met elkaar in gesprek over onze mentale gezondheid.’

Waarom?

‘Er komen drie grote issues op ons af: een milieucrisis, een migratiecrisis en een mentale gezondheidscrisis. En bij die laatste doel ik niet alleen op het groeiend aantal mensen dat dementeert, maar ook op mensen die de samenleving niet meer aankunnen. Die afhaken omdat het tempo te hoog ligt of de kansenongelijkheid steeds meer toeneemt. Laten we goed nadenken over wat we als samenleving met onze mentale gezondheid willen.’

Wat verstaat u eigenlijk onder psychische ontregeling?

‘Mensen zijn complexe, dynamische wezens die zich voortdurend aanpassen. Ze interageren met hun omgeving, met andere mensen. Raken die interacties uit balans, dan kan dat zich uiten in psychische ontregeling. Sommige mensen ontregelen nauwelijks; anderen ontregelen snel. Als het nodig is, kun je die balans chemisch herstellen, of althans deels, met pillen. Maar het gaat er vooral om die balans weer te herstellen in relatie tot die omgeving en die anderen. Daar is de psychiatrie in mijn ogen voor bedoeld: het helpen herstellen van die balans, het leren omgaan met die mentale ontregeling. Dat lukt niet altijd, omdat mensen heel erg beschadigd kunnen raken in en door het leven.’

In uw boek stelt u dat het verschil tussen psychologie en psychiatrie voor veel mensen raadselachtig is. Hoe legt u dat verschil uit?

‘Het belangrijkste verschil is dat een psychiater een medische achtergrond heeft en een psycholoog niet. Een psychiater benadert mentale ontregeling dus vanuit een medisch model, een psycholoog vanuit een mens-model. De twee vakgebieden zijn overigens naar elkaar toegegroeid de laatste jaren. De psychologie is zich over het brein gaan ontfermen; de psychiatrie ontfermt zich ook over psychotherapeutische interventies. Klinisch psychologen mogen weliswaar geen pillen voorschrijven, maar werken bijvoorbeeld wel met mensen die pillen voorgeschreven krijgen. Overlap is er zeker.’

U stelt opvallend veel vragen in uw boek. Waarom?

‘Omdat er over mentale ontregeling volgens mij veel meer vragen zijn te stellen dan we antwoorden geven. Ik ben ook wat allergisch voor mensen die pretenderen antwoorden te hebben. Menselijk gedrag is veel te complex voor platgeslagen antwoorden. We zouden juist veel meer moeten vragen aan elkaar, uit nieuwsgierigheid de dialoog met elkaar aangaan, in plaats van kennis en expertise als leidraad voor het gesprek in te zetten. Psychologen en psychiaters kunnen dat vragende gesprek ook aangaan met de mensen die ze behandelen. Dat kan helend zijn, zeker als ze mensen helpen zoeken naar hoe ze hun leven kunnen leren verdragen in zijn volledige complexiteit.’

‘In die zin is mijn boek beslist een pleidooi voor bescheidenheid, hoewel je kunt zeggen dat ik door een boek te schrijven ook zelf suggereer dat ik wel zal weten hoe het zit. Integendeel! Bescheidenheid is nodig om met elkaar het gesprek aan te gaan, als professionals onder elkaar, maar juist ook met mensen die je behandelt. Dat is moeilijk, want het is veel prettiger om het wel te weten, om een juiste diagnose en een juiste behandeling te geven. Maar de realiteit is vaak anders.’

Er komen drie grote issues op ons af: een milieucrisis, een migratiecrisis en een mentale gezondheidscrisis

In uw boek schrijft u dat de eerste uitgave van de DSM, de internationaal gehanteerde classificatie voor psychopathologie, 106 stoornissen telde. In de huidige versie staan er 541. Zijn we gestoorder geworden? Of minder normaal?

‘Nee, absoluut niet. Het is ook niet uit te leggen dat zo’n classificatiesysteem in een paar decennia is vervijfvoudigd. We zijn blijkbaar niet goed in staat de grenzen te trekken tussen wat normaal is en wat abnormaal. De DSM is niet meer dan een poging om psychopathologie beheersbaar te maken, te ordenen. Maar psychopathologie zullen we nooit op die manier gaan begrijpen. Ze is veel te ingewikkeld!’

Is dat een droge, feitelijke constatering of stelt de psychiatrie u ook teleur? U noteert dat de gehanteerde denkkaders tekortschieten, dat de logica nog steeds ontbreekt, dat er nog steeds geen biomarkers zijn gevonden en baanbrekende resultaten uitblijven.

‘Met het ouder worden komt ook de wijsheid. Teleurstelling kan ik het niet noemen, omdat ik goed begrijp waarom die doorbraken er niet zijn gekomen en ook niet zullen komen als we op de huidige manier doorgaan. Verdriet is denk ik een beter woord, of frustratie of boosheid zo je wilt. De geestelijke gezondheidszorg is uitgegroeid tot een onoverzichtelijk, rigide systeem. Dat doet zo weinig recht aan mensen en hun complexiteit. We zijn gaan denken in termen van keurmerken, richtlijnen, zorgstandaarden, financiële systemen. Als psychiater mis ik vaak de ruimte en tijd om het goede te doen, om echt met mensen in gesprek te gaan, te luisteren naar hun verhalen, om samen te begrijpen en te leren wat wel en niet werkt voor deze persoon. De geneeskunde in het Westen is een maakfabriek geworden. Waarmee ik niet zeg dat we de oosterse geneeskunde moeten omarmen. Ik voel me weleens schuldig dat ik in het systeem functioneer en er dus aan bijdraag. Ja, met dat dilemma worstel ik weleens. Maar dat heb ik met dit boek ook enigszins van me afgeschreven.’

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven