Factcheck: Is smartphonegebruik nadelig voor de examenresultaten?

Factcheck: Is smartphonegebruik nadelig voor de examenresultaten?

Delen:

Belgische onderzoekers¹ gingen na of smartphonegebruik tijdens het studeren de studieresultaten van universiteitsstudenten kan beïnvloeden. Het gebruik van een gsm met internetverbinding tijdens het studeren of tijdens de lessen zou een nadelige invloed kunnen hebben op de studieprestaties.

Gedurende drie academiejaren contacteerden de onderzoekers de studenten om voor het examen van januari vragenlijsten in te vullen over hun smartphonegebruik. Achteraf vroegen ze de examenresultaten van de studenten op en brachten ze deze resultaten in verband met het gebruik van de smartphone.

Studenten met een bovengemiddeld smartphonegebruik haalden gemiddeld 1 punt op 20 minder op hun examens dan wie minder dan het gemiddelde op hun gsm zat. De bevraagde deelnemers met een bovengemiddeld gebruik slaagden voor 61% van hun afgelegde examens. Studenten die dat minder dan het gemiddelde deden, slaagden voor 69%.

Volgens de onderzoekers leidt het veelvuldig gebruik van smartphones tot een gebrek aan studiefocus en tot een slechtere slaapkwaliteit.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Deze studie is een waarnemende studie dat verbanden kan vaststellen, maar geen oorzaak-gevolgverband aantonen. Het is dus verkeerd te beweren dat het gebruik van smartphones zal leiden tot lagere studieresultaten. Al klinkt het aannemelijk dat veel op je gsm zitten en studeren moeilijk samengaan.

Andere factoren

De onderzoekers stelden ook bijkomende beïnvloedende factoren vast: zo hadden studenten met een bovengemiddeld smartphonegebruik vaker een migratie-achtergrond, spraken ze minder Nederlands thuis en hadden ze een lagere humaniora opleiding gevolgd. Via statistische technieken probeerden de onderzoekers hiermee rekening te houden, maar dit blijven modellen die de werkelijkheid proberen na te bootsen.

Het zou even goed kunnen dat studenten die minder gemotiveerd zijn, meer op hun smartphone bezig zijn tijdens de lessen en het studeren. Het gebruik van de smartphone is in dit geval niet de oorzaak van de resultaten, maar meer een uiting van een studieprobleem: gebrek aan motivatie.

Onduidelijkheid bij deelnemersaantallen

De opzet van het onderzoek is eigenaardig: op 1.630 studenten bevroegen ze er slechts 26 driemaal, en 194 tweemaal. Het is bovendien niet duidelijk hoeveel studenten ze contacteerden om tot die aantallen te komen.

Geen peerreview

De studie werd gepubliceerd op de website EconStor (https://www.econstor.eu). Dat is een plaats waar onderzoekers, mits ze ervoor betalen, artikels kunnen publiceren die niet door vakgenoten gecontroleerd werden (peerreview). Zo’n peerreview of collegiale toetsing is belangrijk, omdat collega’s vaak fouten of onduidelijkheden uit het artikel kunnen halen, die de onderzoekers zelf over het hoofd gezien hebben. Als je ziet dat een artikel 'peer-reviewed' is kun je dus uitgaan van een hogere betrouwbaarheid van de informatie.

De studenten gaven via vragenlijsten zelf aan hoeveel en hoe lang ze hun smartphone gebruikten, wat aanleiding kan geven tot meetfouten.

In de publicatie maken ze evenmin melding van een ethisch comité dat dergelijke studies moet goedkeuren.

Conclusie

Uit deze Belgische studie blijkt dat studenten die veel met hun smartphone bezig zijn, lager scoren op de examens. De studie is echter waarnemend van aard en kan geen oorzaak-gevolgrelatie aantonen. Het is best mogelijk dat studenten die veel op hun gsm zitten gewoon minder gemotiveerd zijn en daardoor minder goed studeren.

Noten

  1. 1. Amez, Simon; Vujić, Sunčica; De Marez, Lieven; Baert, Stijn (2019) : Smartphone Use and Academic Performance: First Evidence from Longitudinal Data, GLO Discussion Paper, No. 438, Global Labor Organization (GLO), Essen.

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven