Herken praatjesmakers aan deze acht bullshit-technieken

Herken praatjesmakers aan deze acht bullshit-technieken

Delen:

Praatjesmakers spreken rustig en ietwat plechtig, en ze zetten een heel arsenaal aan trucs in. Let op deze technieken:

1. Kennishiaten opvullen

Er zijn veel dingen tussen hemel en aarde waarover we niets weten. Toch blijft de oude regel uit de wetenschapstheorie gelden: de afwezigheid van bewijs is nog geen bewijs van afwezigheid. Of: een gebrek aan bewijs bewijst nog niet dat iets wel of niet waar is. Het is niet omdat wetenschappers geen idee hebben hoe de reusachtige stenen beelden op Paaseiland zijn ontstaan, dat dit bewijst dat ze daar door buitenaardse wezens zijn geplaatst.

2. Vermeende autoriteit opvoeren

Ook erkende wetenschappers kunnen het, ondanks hun titels en verdiensten, bij het verkeerde eind hebben of zich achter bedenkelijke stellingen scharen. Een voorbeeld is biochemicus en nobelprijswinnaar Kary Mullis (1944-2019), die de polymerasekettingreactie (PCR) uitvond, de basis voor de PCR-test. Mullis betwijfelde of aids door het hiv-virus wordt veroorzaakt en geloofde in contact met buitenaardse wezens. Over het algemeen is het uiteraard zinvol om naar experts te luisteren, maar soms kan een geïsoleerde mening er ver naast zitten en misbruikt worden als vermoedelijk bewijs. Zeker als het gaat om uitspraken die buiten het vakgebied van de expert liggen. Iets soortgelijks geldt voor topsporters: het is niet omdat iemand topprestaties levert, dat zijn voedings- of trainingstips helemaal kloppen.

3. Een correlatie vaststellen als causale relatie

Dit is een wijdverbreide illusie: we denken snel dat fenomenen die g­elijktijdig optreden oorzaak en gevolg zijn. Mensen die koolhydraten en eiwitten nooit samen in één maaltijd eten, leven misschien langer. Maar dat heeft niet per se iets met hun voeding te maken. Misschien letten zij globaal meer op hun gezondheid. Dwarsdenkers cultiveren dezelfde vergissing als ze alleen maar kijken naar wie baat heeft bij bepaalde maatregelen. Als internetbedrijven profiteren van de coronalockdowns, zitten zij – volgens deze logica – achter de strenge overheidsmaatregelen en misschien zelfs achter de hele pandemie.

4. Een schrikbeeld ophangen

Door uitspraken te sterk te vereenvoudigen, kunnen ze makkelijk in diskrediet worden gebracht. Maar lang niet iedereen die gelooft in het bestaan van twee biologische geslachten is transfoob. En de vaststelling dat het gemiddelde IQ in verschillende landen sterk uiteenloopt, is nog geen racisme.

5. Gebruikmaken van volksgeloof en clichés

Wat iedereen of de meerderheid gelooft, is niet per se waar. Veel mensen zweren bijvoorbeeld bij homeopathie of zijn bang voor elektromagnetische straling. Maar voor geen van beide zaken is er enig medisch bewijs.

6. Valse tegenstellingen opbouwen

Praatjesmakers herleiden complexe kwesties vaak tot een simpel ‘zus of zo’ (ook ‘dichotomie’ genoemd). Eén optie stellen ze daarbij graag als negatief voor, de andere is dan de ‘enig mogelijke’. Volgens het motto ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’ ronselen ze steun voor hun standpunt.

7. Een strovuur aansteken en afleiden

Een beproefde retorische truc is om van slagveld te veranderen en verwarring te zaaien met irrelevante informatie. Een voorbeeld: ‘alcohol verbieden verandert niets aan het feit dat veel mensen longkanker krijgen door te roken’. Dat kan best zijn, maar heeft niets met de pro’s of contra’s van een alcoholverbod te maken.

8. Vragen om een milder oordeel

Als niets meer helpt, kun je nog altijd beweren dat de wetten van de logica en semantiek de ‘diepe waarheid’ niet kunnen bijbenen. Op die manier maken aanhangers van esoterie zichzelf immuun voor argumenten. Wie de zinnigheid van hun beweringen niet erkent, bezit gewoon nog niet de benodigde wijsheid of heeft de juiste bewustzijnsfase nog niet bereikt.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven