Hoe hersengolven bepalen waarop we ons moeten focussen

Hoe hersengolven bepalen waarop we ons moeten focussen

Delen:

Je kent het waarschijnlijk wel. Je probeert je te focussen op een taak, maar je krijgt een notificatie. Vlug eens checken wat het is en dan weer aan het werk. Zo word je telkens uit je focus getrokken. Die afleiding heeft te maken met de werking van onze hersenen.

In ons brein zitten verschillende golven die de hersenactiviteit weerspeigelen, waaronder thèta- en alfagolven. Onderzoekers wilden nagaan hoe die golven bepalen wanneer we het meest reageren op afleidende prikkels. Met een eeg keken ze naar de hersengolven van proefpersonen terwijl die een taak uitvoerden. Ze moesten zich concentreren op een grijs vierkant in het midden van een computerscherm, terwijl gekleurde bolletjes als afleiding dienden.

Het ritme van aandacht

Op die eeg-opnames keken de onderzoekers naar de golven in de thèta- en alfafrequentie. De fase van de golfjes waarin de proefpersoon zich bevond, hing samen met hoe hij of zij presteerde. Als de proefpersonen zich op de top van de golf bevonden, focusten ze zich beter op het doel dan in het dal. Die golfjes fluctueren meerdere keren per seconde, waarmee het brein ons bijna constant de mogelijkheid geeft om de aandacht te verplaatsen naar iets dat mogelijk relevanter is.

Het onderzoek bevestigt daarmee de rythmic theory of attention. Die stelt dat de thètagolf helpt om die beslissing te maken. Op de top van de golf ben je aan het focussen, maar je wil altijd weten of je de aandacht daar moet houden of moet verleggen. Telkens wanneer de thètagolf zich in het dal bevindt, wordt die beslissing op hoge snelheid genomen.

Dat die golfjes meerdere keren per seconde fluctueren, gebeurt niet zomaar. Voor onze voorouders was het een groot voordeel tijdens het jagen en verzamelen. Vandaag kan dat in ons nadeel spelen. We zijn omringd door allerlei visuele prikkels zoals computerschermen en andere technologieën die onze aandacht vragen. Ons brein is zodanig ‘afgesteld’ dat het graag op die afleidingen ingaat. In dit onderzoek maken onderzoekers een duidelijk onderscheid tussen thèta- en alfagolven om dat mechanisme te verklaren.

Thèta versus alfa

‘Ons visuele veld is bijzonder beperkt,’ vertelt Tom Verguts, hoogleraar experimentele psychologie aan de Universiteit Gent. Hij maakte geen deel uit van het onderzoek, maar hij geeft wat duiding bij dit onderwerp. ‘Dat is een constant probleem. Een mens in het verkeer moet zichzelf daarom continu de vraag stellen of hij vooruit blijft kijken of opzij kijkt, want misschien komt er wel een auto aan. Daarvoor is de thètagolf belangrijk. Die heeft een frequentie van 4-8 Herz, wat betekent dat er elke seconde 4 tot 8 van die golfjes zijn. Op een eeg zijn de snelheden van die golfjes zichtbaar.’ Hij legt uit wat we precies uit die golfjes kunnen afleiden: ‘Bij elk stukje van een golf hoort een bepaalde fase. Iemand kan zich op de top, in het dal of ergens tussenin die golf bevinden. De fase waarin je je bevindt, bepaalt mogelijk mee of je ergens aandacht aan moet blijven besteden of niet. Want als je ergens naar kijkt, dan gaat al je aandacht daar naartoe.’

Het nieuwe aan dit onderzoek is de onderscheiding dat het maakt tussen de functie van thèta- en alfagolven. Die laatste zijn iets sneller, rond de 12 Herz. Elke seconde zijn er dus 12 van zulke golfjes. Alfa wordt meestal gelinkt aan inhibitie, de onderdrukking van onbelangrijke prikkels. ‘Als er in mijn rechtergezichtsveld plotseling een irrelevante prikkel opduikt, dan moet je die golf die de prikkel verwerkt, onderdrukken. Meestal gaan onderzoekers ervan uit dat dat gebeurt met alfa,’ stelt Verguts.

‘De onderzoekers tonen aan dat er ook een relatie is tussen alfa en prestatievermogen, maar enkel als er ook een vorm van afleiding aanwezig is. Die relatie met alfa is dus uitsluitend aanwezig bij trials waar een afleider aanwezig is, en is ook enkel aanwezig op het deel van de hersenen die die afleider aan het verwerken is. Dat is een heel specifieke relatie die het onderscheid maakt tussen thèta en alfa. In het verleden is er al een relatie aangetoond tussen fases en prestatievermogen, maar het was nog niet zo specifiek opgesplitst naar thèta en alfa. Daar is deze studie interessant voor.’

De auteurs suggereren ook dat een afwijkend ritmepatroon bij mensen met ADHD kan verklaren waarom sommigen net hyper-gefocust zijn of snel afgeleid worden. Volgens Verguts is dat mogelijk, maar daarvoor moet er nog verder onderzoek gebeuren.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven