Hoe je sociale kring als tiener samenhangt met je mentale gezondheid

Hoe je sociale kring als tiener samenhangt met je mentale gezondheid

Delen:

Wel lijkt de sociale omgeving waarin adolescenten opgroeien een rol te spelen in hun latere risico op mentale problemen. De adolescentie is een cruciale periode. Jongeren brengen steeds meer tijd door met leeftijdsgenoten, terwijl veel psychische aandoeningen, zoals depressie, angststoornissen en middelenmisbruik, vaak juist in deze levensfase ontstaan.

Half miljoen jongeren

Voor hun onderzoek maakten de wetenschappers gebruik van de nationale gezondheids- en bevolkingsregisters van Finland. Ze volgden ruim 600.000 jongeren vanaf hun zeventiende, gedurende bijna twaalf jaar.

De onderzoekers brachten verschillende sociale omgevingen in kaart: klasgenoten uit de onder- en bovenbouw van het middelbaar onderwijs, buurtgenoten en leeftijdsgenoten uit dezelfde postcodezone.

Jongeren die op school klasgenoten hadden met een psychische aandoening, kregen later zelf ook vaker een psychische diagnose

Binnen elk van die netwerken bekeken ze twee kenmerken. Ten eerste of leeftijdsgenoten al een psychische aandoening hadden gekregen. En ten tweede schatten ze hun genetische kwetsbaarheid voor psychische aandoeningen in met de zogenaamde Family Genetic Risk Scores (FGRS). Die maat is gebaseerd op diagnoses bij familieleden en geeft een inschatting van iemands erfelijke aanleg voor psychische problemen.

School

Wat bleek? Vooral op school, en zeker in het hoger secundair onderwijs, leek de invloed van leeftijdsgenoten het sterkst. Jongeren die op school klasgenoten hadden met een psychische aandoening, kregen later zelf ook vaker een psychische diagnose. Dat verband was het duidelijkst voor internaliserende aandoeningen, zoals depressie en angststoornissen.

Daarnaast keken de onderzoekers naar de genetische kwetsbaarheid van leeftijdsgenoten. Ook die bleek samen te hangen met het latere risico op psychische problemen. Dat verband was het sterkst voor externaliserende aandoeningen, zoals middelenmisbruik en gedragsstoornissen. Opnieuw sprongen de schoolnetwerken eruit: de verbanden waren daar duidelijk sterker dan in de woonomgeving.

Niet besmettelijk

Dit betekent niet dat jongeren psychische problemen letterlijk van elkaar ‘overnemen’, maar wel dat de sociale omgeving waarin ze opgroeien een belangrijke rol speelt. De onderzoekers benadrukken dat dit momenteel louter een verband aantoont, dat dus niet per se oorzakelijk is.

Hoe die samenhang precies ontstaat, is nog onduidelijk. Mogelijk beïnvloeden leeftijdsgenoten elkaars gedrag, copingstrategieën en omgang met stress. Ze kunnen elkaar stimuleren om hulp te zoeken, maar ook risicovol gedrag zoals alcohol- of druggebruik normaliseren.

Daarnaast delen klasgenoten vaak dezelfde omgeving en worden ze blootgesteld aan vergelijkbare stressfactoren. Ook speelt mee dat jongeren meestal vrienden kiezen die op hen lijken, waardoor kwetsbaarheden zich binnen een vriendengroep kunnen opstapelen.

Welke van die mechanismen het belangrijkst is, kan deze studie niet beantwoorden. Daarvoor is vervolgonderzoek nodig.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven