Leerkracht-leerling relaties verbeteren: Een blik op je eigen blik

Leerkracht-leerling relaties verbeteren: Een blik op je eigen blik

Delen:

Leerkracht-leerling relaties blijken een belangrijke voorspeller te zijn van de ontwikkeling van kinderen, zowel voor hun schoolresultaten als voor hun sociaal functioneren en latere gedrag. Ook voor leerkrachten zijn leerkracht-leerling relaties enorm van belang. Het is één van de zaken dat het meeste voldoening geeft aan leerkrachten en heeft een enorme impact op hun motivatie en welbevinden (zie ook een eerdere blog over leerkrachtemoties). Wanneer er problemen zijn in de leerkracht-leerling relatie heeft dit dus ongetwijfeld een nefaste impact op zowel de ontwikkeling en welbevinden van de leerling alsook het denken en doen van de leerkracht. Een blik werpen op hoe je als leerkracht naar een leerling kijkt of anders gezegd ‘een spiegel voorhouden’, kan verheldering scheppen in problematische interacties en deze negatieve gevolgen tegengaan.

Mentale representaties: een bril ontstaan vanuit eerdere ervaringen

De gehechtheidstheorie gaat ervan uit dat iedere leerkracht onbewust mentale representaties ontwikkelt over zijn relaties met elke individuele leerling in de klas. Deze mentale representaties kunnen eerder positief of eerder negatief zijn en zijn meestal gebaseerd op eerdere interacties en ervaringen tussen leerkracht en leerling (en hun eigenschappen). Deze mentale representaties zijn vergelijkbaar met een bril waardoor je naar een bepaalde leerling kijkt: het is een soort filter die bepaalt hoe je interacties in de toekomst zal interpreteren. De mentale representaties van de leerkracht hebben automatisch en onbewust een invloed op hoe de leerkracht denkt en zich voelt ten aanzien van deze leerling en zullen dus ook een invloed hebben op hoe de leerkracht in interactie gaat met deze leerling (cfr., Pianta, 1999).

… maar als de interacties tussen leerling-leerkracht moeizaam verlopen

Mentale representaties van leerkrachten over individuele leerlingen zijn interessant omdat deze inzicht geven in de leerkracht-leerling interacties die zich voordoen in de klas. Zeker wanneer een leerkracht een negatieve mentale representatie ontwikkelt over een specifieke leerling, vraagt dit extra aandacht. Er is dan namelijk een gevaar dat leerkracht en leerling in een vicieuze cirkel terechtkomen waar de negatieve mentale representatie van leerkrachten en het negatieve gedrag van de leerling elkaar bevestigen en versterken. Dit komt vaak zelfs buiten het weten van de leerkracht voor! Door eerdere negatieve interacties, zal de leerkracht het probleemgedrag van de leerling sneller negatief interpreteren en er eerder negatieve emoties (bv. boosheid) en gedachten (‘hij doet dit expres!’) aan linken. Deze vertekening kan ervoor zorgen dat de leerkracht de individuele noden van deze leerling minder goed kan inschatten en minder sensitief zal reageren op de leerling (bv. meer controle uitoefenen op het gedrag van de leerling door hem te straffen, terwijl hij/zij misschien eerder emotionele steun nodig heeft). Dit zal het probleemgedrag van de leerling eerder verergeren, wat op zijn beurt de negatieve inhoud van de leerkracht weer bevestigt.

Een blik op je eigen blik: Leerkracht-Leerling Interactie Coaching

Jantine Spilt besprak in haar vorige blog reeds de Relatiegerichte Reflectie of Leerkracht Leerling Interactie Coaching (LLInC, Koomen & Spilt, 2014; Spilt et al., 2012): leerkrachten worden aangemoedigd tot zelfonderzoek waarbij ze nagaan (1) wat hun achterliggende gedachten en gevoelens zijn ten aanzien van de leerling, (2) welke gedachten en gevoelens ze ervaren over zichzelf in relatie tot de leerling en (3) hoe deze hun dagelijkse interacties met de leerling beïnvloeden.

Anders dan interventies gericht op gedragsmanagement en oplossingen zoeken, wordt bij LLInC gefocust op het reflecteren, zoeken en exploreren van de leerkracht –zowel over hun sterktes als over wat minder goed gaat. De houding en vragen van de coach tijdens dit reflectieproces zijn eerder faciliterend dan sturend of oplossingsgericht. De coach stelt open vragen om de leerkracht te helpen een spiegel voor te houden, waarbij de mening van de coach er minder toe doet (zie ook de blog over de kracht van een echo, een luisterende houding). Het doel is om het bewustzijn van de leerkracht te vergroten (bv. ‘wat zijn nu de gevoelens die ten grondslag liggen aan bepaalde handelingen?’) en begrip en waardering te krijgen. Wanneer de leerkracht bewust is van onderliggende (negatieve) gevoelens of gedachten ontstaat er ruimte voor verandering in de (vertekende) blik van de leerkracht naar de leerling, als dus ook in de leerkracht-leerling interacties.

Vorig jaar voerden we een kleinschalige studie uit bij zes leerkrachten-in-opleiding tijdens hun eindstage, in samenwerking met de Banaba-opleiding voor buitengewoon onderwijs van de UC Leuven Limburg. Een dagboek over hun emoties en percepties ten aanzien van hun relatie met een specifieke leerling werd doorheen hun stage bijgehouden. In het midden van hun stage werd LLInC toegepast. Op één leerkracht na (die een meer afstandelijke relatie had met haar leerling), vertoonden alle leerkrachten voornamelijk positieve effecten van de interventie op hun emoties en percepties ten aanzien van hun relatie met de specifieke leerling. Deze leerkrachten vertoonden allemaal meer vreugde en nabijheid in relatie tot de specifieke leerling na de coaching. De meeste leerkrachten vertoonden ook een afname in boosheid en voelden zich meer betrokken en competenter in relatie tot deze leerling.

Binnenkort starten we samen met een nieuwe doctoraatstudent nieuwe onderzoeken om de reikwijdte alsook de effectiviteit van deze coaching nog verder te onderzoeken en te implementeren. Dit is dus zeker niet de laatste blog over LLInC!

Ook gebeten door dit thema en door onderzoek in het algemeen? Dan kan jij misschien ons enthousiaste team onder leiding van prof. dr. Jantine Spilt komen vervoegen! Informatie over deze doctoraatspositie kan je vinden op https://www.kuleuven.be/personeel/jobsite/jobs/54966591, solliciteren kan nog tot 15 april 2019.

Deze blogpost werd geschreven door Katrien Koenen, doctoraatsassistente aan de KU Leuven. Ze doet onderzoek naar leerkracht-kind interacties en begeleidt verschillende practica. De post verschijnt ook op https://opgroeienblog.wordpress.com/.

Meer lezen?

Delen:

Dit is een artikel van:

OpgroeienBlog

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven