Leidt ADHD-medicatie tot overgewicht en kleinere lengte?

Leidt ADHD-medicatie tot overgewicht en kleinere lengte?

Delen:

Het is al langer bekend dat ADHD-medicatie een impact kan hebben op het gewicht en de lichaamslengte van kinderen met ADHD. Nu is die impact in een grootschalige en langdurige studie uit Zuid-Korea in kaart gebracht. Het gaat over methylfenidaat, de werkzame stof in medicijnen als Rilatine of Equasym. Het stimulerende middel zorgt voor een grotere hoeveelheid dopamine en noradrenaline in de hersenen. Dat moet de concentratie, de aandacht en de impulsbeheersing verbeteren.De onderzoekers volgden 35.000 kinderen en jongeren op: kinderen met ADHD die ADHD-medicatie kregen, kinderen met ADHD zonder medicatie, en een controlegroep zonder ADHD. Bij alle deelnemers brachten ze in de eerste vier jaar na een (eventuele) ADHD-diagnose het gebruik van die medicatie in kaart. Op 20- tot 25-jarige leeftijd werd hun lengte en gewicht opnieuw gemeten.

Nuance

Kinderen en jongeren met ADHD hadden als volwassene gemiddeld een hoger BMI dan hun leeftijdsgenoten zonder ADHD, vooral als ze ADHD-medicatie gebruikten. Zij waren op volwassen leeftijd gemiddeld net iets kleiner en hadden iets meer kans op overgewicht of obesitas. Dat lijkt op het eerste gezicht verontrustend, maar bij die resultaten hoort nuancering. Het verschil in gemiddelde lengte tussen de groepen is klein: het bedraagt minder dan 1 centimeter. Volwassenen zonder ADHD hadden in 35 procent van de gevallen overgewicht of obesitas, tegenover 45 procent bij mensen met ADHD en 47 procent bij wie als kind ADHD-medicatie kreeg. Ernstige obesitas kwam voor bij 9 procent van de volwassenen zonder ADHD, bij 15 procent met ADHD, en 16 procent als ze ook nog eens ADHD-medicatie namen. De effectgrootte is zeer klein, wat betekent dat gebruik van ADHD-medicatie maar een heel klein deel van de variantie in lengte en BMI verklaart. Voor een individueel kind zegt dit dus weinig over hoeveel hij of zij uiteindelijk zal wegen of hoe groot hij of zij precies zal worden. Dit onderzoek benadrukt vooral het belang van goede monitoring bij het gebruik van zulke medicatie.

Goede opvolging is nodig

Karen Vertessen, kinder- en jeugdpsychiater bij het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, benadrukt hoe belangrijk dat is: “Wie ADHD heeft, heeft een verhoogde kans om overgewicht te ontwikkelen. Daarom is het belangrijk dat we de lengte en het gewicht goed blijven opvolgen. Dat gebeurt standaard bij kinderen met ADHD die ADHD-medicatie nemen. Ook de bloeddruk en de hartslag worden opgevolgd. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat iedere dokter dat doet, maar de meeste collega’s doen dat wel op een correcte manier en weten ook dat het moet. De opvolging gebeurt op zijn minst jaarlijks. Indien we zien dat het kind niet goed groeit, geven we ook dieetadvies, zowel bij kinderen die niet genoeg bijkomen als bij kinderen die te veel bijkomen. We adviseren ook om in tussentijd deze parameters te laten opvolgen bij de huisarts.”

Dit onderzoek gebeurde in Zuid-Korea, bij een groep Aziatische mensen. Dan is het de vraag of we die resultaten zomaar kunnen doortrekken naar Europese kinderen. “Als je maar één populatie bekijkt, dan kan je enkel iets over die bepaalde populatie zeggen. Uit andere studies blijkt ook wel dat het belangrijk is om het lengteverschil op te volgen, al is de grootste soortgelijke studie in Europa vrij geruststellend”, zegt Vertessen. “Daarnaast kijken de onderzoekers in deze studie niet individueel naar elk kind. Het gaat over gemiddelden op groepsniveau. Daardoor kun je niet zien welke individuele kinderen uiteindelijk iets kleiner blijven en hoe dat samenhangt met hun gewichtsevolutie. Andere studies suggereren dat kinderen die door de medicatie onvoldoende in gewicht lijken aan te komen, juist de kinderen zijn die een groeiachterstand oplopen.”

ADHD-medicatie wordt uiteraard niet zomaar voorgeschreven. Of kinderen medicatie krijgen, hangt af van hun leeftijd, de ernst van hun ADHD en eerdere behandelingen. Bovendien wordt de dosering voorzichtig bepaald: er wordt gestart met een lage dosis, die geleidelijk wordt verhoogd om de effecten en eventuele nevenwerkingen goed op te volgen. De optimale dosis is de laagste die het beste effect geeft met zo weinig mogelijk bijwerkingen. Maar in Vlaanderen stijgt het gebruik van de medicatie. Een studie van ziekenfonds CM wijst tussen 2013 en 2023 op een stijging met 31 procent bij kinderen en jongeren. En uit een onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen en jeugdzorginstelling Accare van 2024 blijkt dat 73 procent van de huisartsen vindt dat ADHD-medicatie te snel wordt voorgeschreven.

“De boodschap is niet dat we ons geen zorgen moeten maken”, zegt Vertessen. “Het gaat om medicatie met mogelijke bijwerkingen. De boodschap is dat we het moeten opvolgen en goed moeten nadenken wie we deze medicatie geven. Wanneer de voordelen opwegen tegen de beperkte risico’s is het een goed idee”, concludeert Vertessen.

Bron: ADHD and Methylphenidate Use in Prepubertal Children and BMI and Height at Adulthood. Jihun Song in Pediatrics, 2026.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven