Leren leven met tinnitus

Leren leven met tinnitus

Delen:

Tinnitus is een wijdverspreid probleem dat afhankelijk van de geraadpleegde studie 10 tot 17 procent van de wereldbevolking treft – waaronder naar schatting 1 à 2 miljoen Belgen en bijna 3 miljoen Nederlanders.

Artsen spreken van tinnitus als hun patiënten geluiden horen die niet van buitenaf komen. Soms gaat het over geluiden die ook hoorbaar zijn door anderen, zoals het geluid van hun hartslag of bloeddoorstroming, maar veelal horen patiënten die geluiden alleen zelf. In een oor, in beide, of in hun hoofd. Vaak constant, maar even goed soms wel en soms niet.

Opmerkelijk is dat niet iedereen die tinnitus heeft, er ook last van heeft. Voor hen is het zelfhulpboek OngestOORd niet bedoeld. Net zo min is het geschreven voor patiënten die nog geen medisch onderzoek door een neus-keel-oor-arts lieten uitvoeren en er bijgevolg geen weet van hebben of hun probleem aan een onderliggende fysieke oorzaak te wijten is en of die kan worden weggenomen of behandeld.

Er is bijvoorbeeld een sterk verband tussen tinnitus en gehoorverlies. Maar omdat de meeste mensen bij tinnitus niet meteen denken aan een hoortoestel, probeert maar een kleine minderheid van de patiënten uit of dat voor hen een oplossing kan bieden.

Helaas is de oorzaak van tinnitus vaak niet te achterhalen. Voor de talloze tinnituspatiënten die nog in het ongewisse zijn, wil OngestOORd soelaas bieden. Niet dat het hen een genezende oplossing aanreikt voor het storende geruis, gepiep, gefluit, gezoem of gebrom waarmee ze af te rekenen krijgen. Maar het boek actief lezen, waarbij ze de aangeboden oefeningen consciëntieus maken en zich afvragen wat tinnitus met hen doet en wat ze daaraan kunnen veranderen, kan hen stapsgewijs meer inzicht geven in wat tinnitus juist is, hun klachten minder eng maken en ervoor zorgen dat ze minder invloed hebben op hun levenskwaliteit.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven