Lopen gaat beter met muziek: de rol van de coördinatiedirigent

Lopen gaat beter met muziek: de rol van de coördinatiedirigent

Delen:

Onbewust passen we bij het sporten onze stappen aan het ritme van de muziek aan. Gebeurt dat bij kinderen met coördinatieproblemen ook? Hebben ritmes ook een invloed op hun loopgedrag? Dat hebben onderzoekers van de universiteit van Hasselt en het Gentse Instituut voor Psychoacoustica en Muziek (IPEM) onderzocht.

Je kent vast wel ADHD, maar heb je ooit gehoord van zijn ‘broertje’ Developmental Coordination Disorder, kortweg DCD? Weinig mensen kennen deze aandoening, terwijl ze behoorlijk vaak voorkomt. Naar schatting zit er in elke klas één kind met DCD.

Wat is DCD precies? Stel je voor: je bent een kind en je hebt moeite met bewegen. Je bent niet zomaar een beetje onhandig, maar echt houterig. Je valt vaak en hebt moeite om mee te doen met je vriendjes op de speelplaats. Dat is het leven van een kind met DCD. De aandoening heeft niet alleen invloed op hoe kinderen bewegen, maar ook op hoe ze zich voelen. Ze kunnen zich minderwaardig voelen en hebben een lager zelfbeeld.

Niet alle kinderen met DCD hebben dezelfde problemen. Sommigen hebben moeite met kleine bewegingen, zoals schrijven of knopen dichtmaken. Anderen worstelen juist met grotere bewegingen, zoals rennen en springen. En geloof me, tijdens een spelletje voetbal vallen deze problemen echt op. Ze moeten rennen, anderen ontwijken en schoppen tegen de bal. Stel je eens voor dat je probeert te dansen met je voeten aan elkaar vastgeplakt. Dit is het gevoel dat kinderen met DCD ervaren tijdens motorische taken die voor ons gemakkelijk lijken, zoals een spelletje voetbal op de speelplaats.

De coördinatiedirigent

Het complexe proces in onze hersenen dat verantwoordelijk is voor het plannen en timen van bewegingen noemen wij de coördinatiedirigent. Bij kinderen met DCD lijkt deze dirigent verstoord te zijn. Als je rent bewegen je armen en benen snel en gecoördineerd. Zo zweef je door de lucht en blijf je toch in evenwicht tijdens het rennen. Kinderen met DCD hebben moeite met het snel timen van gecoördineerde bewegingen en het behouden van hun evenwicht. Hierdoor rennen zij vaak onregelmatig en minder efficiënt.

Wij hebben onderzocht hoe we de coördinatiedirigent bij kinderen met DCD kunnen ondersteunen. Hiervoor hebben we kinderen met en zonder DCD laten wandelen en rennen op het ritme van metronomen. We gebruikten zowel traditionele metronomen als metronomen met een muzikale beat, vergelijkbaar met muziekgenres zoals techno.

Met de D-jogger, een interactieve audiospeler, analyseerden we het looptempo om het juiste metronoomtempo te spelen. De D-jogger bestaat uit twee sensoren, een hoofdtelefoon en een computerprogramma. De sensoren zijn geavanceerde stappentellers die voortdurend het exacte looptempo meten, en dat bepaalt het tempo van de metronomen. Via het computerprogramma selecteren we het type metronoom, traditioneel of muzikaal. Zo horen de kinderen via hun hoofdtelefoon de juiste metronomen met het juiste tempo.

Onze resultaten tonen aan dat kinderen hun cadans, of hun looptempo, kunnen aanpassen aan het ritme van de metronomen. Ook zien we dat kinderen met DCD het moeilijker hebben om het exacte ritme van de metronoom beat vol te houden. Ze rennen soms net voor de beat of net na de beat. Toch helpt de metronoom met een muzikale beat om hun looptempo consistenter aan te houden en dus efficiënter te gaan wandelen en rennen.

Hoe werkt dat eigenlijk? Het ritme van de metronoom stimuleert niet enkel je auditieve hersengebieden, maar ook je hersengebieden die instaan voor bewegen en het plannen van bewegingen. Hierdoor wordt de coördinatiedirigent ondersteund waardoor je bewegingen beter kunt plannen.

Muziek als revalidatietool

Tot nu toe observeerden we alleen hoe kinderen met DCD wandelen en rennen op metronomen, en hoe dit hun bewegingspatronen beïnvloedt. Wat we nog niet hebben ontdekt is welke invloed muziek kan hebben op hun bewegingspatronen. Muziek heeft de bijna magische kracht om je onbewust te laten bewegen op het ritme. Je gaat automatisch dansen op muziek. Muziek geeft ook een boost aan dopamine, het gelukshormoon, wat je motivatie om te bewegen vergroot. Muziek wordt in de revalidatie van mensen met multiple sclerose, parkinson en cerebrale parese al gebruikt als tool om hun wandelpatroon te verbeteren.

Kunnen we diezelfde voordelen ook bereiken bij kinderen met DCD? Stel je eens voor: rennen op het ritme van je favoriete liedje, terwijl je volop geniet en jezelf overtreft. Het zou niet alleen de fysieke prestaties kunnen verbeteren, maar ook het zelfvertrouwen en plezier van deze kinderen kunnen vergroten. Onze hoop is dat muzikale ritmes kinderen met DCD beter kunnen laten rennen en vooral veel meer sportplezier kunnen bezorgen met hun vriendjes op de speelplaats.

Wil je graag meer weten over hoe ritmes kunnen helpen in revalidatie? Check dan zeker deze video van de Universiteit van Vlaanderen.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven