Meer dan overbevolking: waarom de gevangenissen vooral een morele crisis tonen

Meer dan overbevolking: waarom de gevangenissen vooral een morele crisis tonen

Delen:

In de politieke discussie wordt overbevolking vaak teruggebracht tot cijfers: het aantal beschikbare cellen, het personeelstekort, het aantal matras-slapers. Maar tijdens mijn vierjarige etnografische studie in de gevangenissen van Hasselt, Oudenaarde en Beveren zag ik iets anders. Gevangenissen worden steeds meer de restplaatsen van maatschappelijke kwetsbaarheid. Mensen die complexe psychische problemen hebben, in zware armoede of instabiele thuissituaties leven of verslaafd zijn belanden er omdat er elders nauwelijks opvang of begeleiding beschikbaar is.

Detentie veronderstelt zorg: een menswaardige omgeving, begeleiding en ondersteuning. Maar een systeem dat al moeite heeft om die basiszorg te bieden, kan onmogelijk ook de gespecialiseerde zorg opnemen die elders verdwenen is. Daardoor wordt de gevangenis een plek waar uiteenlopende problematieken zoals psychisch lijden, armoede, verslaving, dakloosheid en bredere structurele kwesties samenkomen. Het systeem gaat onder die zorglast zelf ten onder, waardoor mensen net kwetsbaarder worden in plaats van sterker.

Wat er in gevangenissen ontbreekt, gaat verder dan ruimte of bedden. Het gaat om de vraag hoe mensen binnen de muren mens kunnen blijven, en precies daar vallen de kleine praktijken op die een verschil kunnen maken.

Wat er werkelijk ontbreekt: ruimte voor menselijkheid

In interviews en observaties vertelden mensen hoe het dagelijkse gevangenisleven hen niet alleen vrijheid, maar ook ‘agency’ ontneemt: de mogelijkheid om zelf keuzes te maken, initiatief te nemen, betekenis te creëren. Tijd krijgt binnen de muren een andere structuur: wachten, tellen, gecontroleerd worden. Zelfs het kleinste moment van zelfstandigheid; wanneer sporten, met wie praten, hoe de dag te vullen, wordt bemiddeld door regels en routines. Precies daarom viel één element in mijn onderzoek zo sterk op: vrijwillige activiteiten, zoals sport die niet verplicht was, hadden een opvallend groot effect.

Het ging niet om de sport zelf, maar om de betekenis van vrijwilligheid in een verder volledig gedwongen omgeving. In zulke momenten ervaarden mensen opnieuw iets wat elders schaars is de mogelijkheid om zelf te kiezen, een coach die hen als mens aansprak en een ruimte waar de logica van controle even wijkt voor ontmoeting en menselijkheid.

Deze momenten waren klein, maar vormden bronnen van waardigheid.

Ondanks alle beperkingen tonen sociaal werkers, sportbegeleiders en culturele initiatieven elke dag dat menselijkheid noodzakelijk is binnen de muren. In mijn veldwerk zag ik talloze voorbeelden van wat ik ‘pockets of humanisering’ noem: kleine ruimtes waarin vertrouwen, vrijwilligheid en ontmoeting de boventoon voeren. Een sportcoach die contact houdt na vrijlating of een gesprek waarin iemand niet als risico maar als mens wordt benaderd, zijn kleine gebaren met grote morele gevolgen. Ze tonen dat herstel begint bij erkenning, ontmoeting en relatie, niet bij beheersing.

Waarom dat werkt: inzichten uit sociaal werk

Vanuit sociaal werk beschrijven we dit met een eenvoudig maar krachtig inzicht: mensen hebben niet alleen middelen nodig (een bed, een maaltijd), maar ook reële kansen om iets op te bouwen dat betekenisvol is.

Daarvoor zijn niet alleen activiteiten nodig, maar ook omstandigheden die die activiteiten tot echte mogelijkheden maken: tijd, vertrouwen, continuïteit en veilige relaties. Juist die omstandigheden ontbreken vandaag structureel. De begeleiding is versnipperd, sport- en cultuurcoaches werken op projectbasis, opvolging na vrijlating is beperkt, personeel krijgt steeds meer controle- en registratietaken en de samenwerking met de buitenwereld is broos. Daardoor verdwijnt wat sociaal werk relationaliteit noemt: de menselijke ontmoeting die herstel mogelijk maakt.

Vrijwilligheid, ontmoeting en wederzijdse erkenning blijken in die context geen bijkomstigheid, maar de motor van verandering. Ze geven mensen opnieuw een gevoel van waardigheid en toekomst.

De oproep tot 'collectieve genade'

Gevangenisdirecteur Serge Rooman pleitte recent voor een uitzonderlijke collectieve genademaatregel. Op het eerste gezicht klinkt dat radicaal. Maar sociaal en moreel gezien is het vooral een wake-upcall.

Het legt een ongemakkelijke waarheid bloot: de kloof tussen wat het systeem technisch aankan en wat het ethisch moet kunnen dragen is te groot geworden. Genade, in deze betekenis, gaat niet over straffeloosheid of vergiffenis. Het gaat over een tijdelijke reset die nodig wordt wanneer een systeem vastloopt en mensenlevens beschadigt. Wanneer wachtlijsten, overbevolking en gebrek aan zorg elkaar versterken, moet de vraag worden gesteld of vasthouden aan de bestaande straflogica nog verantwoord is.

Vanuit een sociaal-werkperspectief sluit die oproep opvallend nauw aan bij wat hulpverleners al jaren signaleren. Sociaal werk vertrekt vanuit menswaardigheid, herstel en relationele nabijheid. Wanneer een systeem zo overbelast raakt dat deze waarden niet langer kunnen worden gerealiseerd, is een structurele adempauze onvermijdelijk. Genade wordt dan geen zwaktebod, maar een noodzakelijke ruimte om opnieuw menswaardig te kunnen handelen, precies de ruimte waar sociaal werkers elke dag voor proberen te vechten.

Op weg naar een ander kompas

De huidige crisis vraagt meer dan bijbouwen. Ze vraagt moed om te erkennen dat een efficiëntiesysteem geen antwoorden heeft op morele problemen. Een gevangenis kan pas veilig zijn als ze ook menselijk is.

Daarvoor structurele investeringen in alternatieven buiten en binnen de muren nodig. Continuïteit tussen detentie en vrijlating en een stabiele, duurzame begeleiding in plaats van projectmatige versnippering zijn cruciaal. Het zou goed zijn als er minder nadruk op controle komt en meer op herstel, en dat binnen een beleid dat menselijkheid niet als luxe ziet, maar als kernelement van rechtvaardigheid.

Want uiteindelijk gaat de vraag niet over hoeveel bedden we kunnen bijbouwen, maar over de ruimte voor waardigheid die we als samenleving durven creëren.

Een morele spiegel

De grondslapers van vandaag confronteren ons met een fundamentele realiteit: gevangenissen zijn het morele afvalvat geworden van beleid dat elders tekortschiet. De muren die vandaag barsten, zijn vooral de muren van onze collectieve verantwoordelijkheid. Ze dwingen ons om opnieuw te na te denken over wat samenleven betekent. Niet in termen van capaciteit of controle, maar in termen van menselijkheid, rechtvaardigheid en gedeelde verantwoordelijkheid.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven