Meer vrienden, meer polarisatie? ‘Mensen met dezelfde opvattingen trekken meer met elkaar op’

Meer vrienden, meer polarisatie? ‘Mensen met dezelfde opvattingen trekken meer met elkaar op’

Delen:

Toen Nederland vorige week opnieuw naar de stembus trok, werd de polarisatie in het land weer zichtbaar. Ondanks de winst van de middenpartijen, bleef de radicaal-rechtse flank overeind staan.

In Europa is het moeilijk om polarisatie concreet te identificeren vanwege de meerpartijenstelsels en de vele verschillen tussen landen. In de Verenigde Staten is het veel duidelijker wat polarisatie is en waar het toe kan leiden. Volgens onderzoekers van de Oostenrijkse Complexity Science Hub neemt polarisatie daar al sinds 2008 gestaag toe. In dat jaar gebeurde er nog opvallends: het gemiddelde aantal hechte vriendschappen verdubbelde van gemiddeld twee naar vijf mensen per persoon. De wetenschappers vroegen zich af of die twee ontwikkelingen iets met elkaar te maken hadden. Hun onderzoek suggereert nu van wel.

Ze combineerden en testten duizenden sociologische en politieke datasets in wiskundige modellen. Politieke polarisatie maten ze aan de hand van grootschalige enquêtes die peilden naar politieke attitudes – meer dan 27.000 tussen 1999 en 2017. Ook de data over het aantal hechte vriendschappen waren afkomstig uit 30 verschillende enquêtes, met in totaal meer dan 57.000 respondenten.

Ze combineerden en testten duizenden sociologische en politieke datasets in wiskundige modellen. Zo ontdekten ze dat zodra we meer hechte vriendschappen hebben, de meningen binnen een samenleving zich meer naar twee kanten gaan uitsplitsen. Paradoxaal genoeg maken meer vriendschappen ons dus niet per se opener voor andere meningen, maar kan dat juist meer polarisatie creëren. ‘Je kan het vergelijken met wanneer je een biertje met iemand gaat drinken. Je begint te praten en luistert naar de mening van de ander. Zodra je sterk van mening verschilt, kan het spannend worden en ga je misschien niet meer samen een biertje drinken. Met ons model hebben we juist dat principe in kaart gebracht’, aldus onderzoeker Stefan Thurner.

Steeds kleinere bubbels

De opkomst van technologieën als Facebook en de eerste gsm’s zorgden ervoor dat mensen steeds meer met elkaar verbonden raakten. Dat verklaart waarom er rond 2008 en 2010 in het onderzoek een verschuiving te zien is. De Amerikaanse samenleving raakte steeds meer verdeeld in twee kampen: democraten en republikeinen. ‘Ons onderzoek brengt in kaart hoezeer samenlevingen zich de afgelopen twintig jaar ontwikkeld hebben. Door de technologie en het hebben van meerdere vrienden kunnen meningen zich veel sneller verspreiden. In die zin kan dat dus leiden tot een toename van polarisatie’, vult onderzoeker Markus Hofer aan.

De groei van ons sociale netwerk heeft ervoor gezorgd dat mensen zich steeds meer opsplitsen in twee grote ideologische kampen

Volgens het onderzoek is er sprake van een kantelpunt. Uit decennia aan verzamelde data blijkt dat mensen tot 2008 gemiddeld zo’n twee à drie hechte vrienden hadden, mensen met wie ze werkelijk alles bespraken. Na 2008 steeg dat plots naar een gemiddelde van vier à vijf hechte vrienden. ‘In ons eigen wiskundig model zagen we steeds weer dat wanneer we simuleerden dat mensen van gemiddeld twee naar vijf nauwe sociale contacten gingen, de polarisatie in de samenleving toenam’, gaat Thurner verder. ‘Het lijkt logisch om te denken dat meer vrienden hebben gelijkstaat aan meer openstaan voor andere meningen. Maar het is een paradox. Wanneer je maar twee goede vrienden hebt, die tevens ook heel erg belangrijk voor je zijn, kan je het je quasi niet veroorloven om ze kwijt te raken. Maar wanneer je vijf goede vrienden hebt en met eentje daarvan echt totaal niet meer kan opschieten, kan je het makkelijker veroorloven om die te verliezen. Je maakt jezelf dan los van die bepaalde vriend en gaat je verbinden met anderen die wél dezelfde opvattingen delen. Als iedereen het op die manier aanpakt, wordt ons hele sociale netwerk geherstructureerd. Mensen met dezelfde opvattingen trekken meer met elkaar op, wat uiteindelijk tot polarisatie leidt.’

Meer dan een gevoel

De onderzoekers keken vooral naar de Verenigde Staten, omdat de polarisatie daar het sterkst meetbaar is. Maar ook in Europese landen lijkt het steeds meer zichtbaar te worden, ondanks de grotere verscheidenheid aan politieke partijen. ‘In de jaren 2000 hadden we in het algemeen een vrij dun sociaal netwerk. Iedereen had zijn eigen kleine vriendengroep waarin vergelijkbare opvattingen gedeeld werden. Er was een gematigd niveau van polarisatie’, aldus Hofer. ‘De groei van ons sociale netwerk heeft er zo voor gezorgd dat mensen zich steeds meer opsplitsen in twee grote ideologische kampen.’

Het onderzoek bewijst ook dat polarisatie wel degelijk bestaat. ‘We merken allemaal de toenemende polarisatie op in onze samenlevingen, maar het is meer dan een gevoel. De sociologische studies waarnaar we verwijzen, tonen dat het allemaal echt gebeurt en niet zomaar een gedeelde indruk is’, besluit Thurner.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven