Met een gelukkige partner leef je langer

Met een gelukkige partner leef je langer

Delen:

Ouderen die een gelukkige partner hebben, lopen minder kans om in de komende acht jaar te overlijden. Zo blijkt uit sociaal psychologisch onderzoek van Tilburg University.

Aan de studie deden bijna 4400 Amerikaanse koppels mee die een leeftijd hadden van 50 jaar of ouder. Acht jaar lang werden ze onderworpen aan allerhande vragenlijsten over onder meer lichamelijke beweging, steun van de partner, inkomsten, opleiding…

In die acht jaar kwam 16 procent van de deelnemers te overlijden. De overledenen waren over het algemeen ouder, vaker man dan vrouw, minder hoogopgeleid, minder rijk, minder fysiek actief en hadden een slechtere gezondheid dan de vrijwilligers die nog leefden. De overleden proefpersonen bleken ook minder tevreden over hun relatie en hun eigen leven, en hadden een minder gelukkige partner. Wie aan het begin van de studie een gelukkige echtgenoot had, liep zelfs 13 procent minder kans om in de komende acht jaar te overlijden dan degenen met een minder gelukkige levensgezel.

Wat verklaart de relatie tussen een gelukkige partner en de kans om te sterven? Uit het onderzoek bleek nog dat wie gelukkig is, vaker fysiek actief is. En wie een actieve echtgenoot heeft, beweegt zelf ook vaker en heeft daarom minder kans om te sterven.

Volgens de wetenschappers gelden de uitkomsten niet alleen voor Amerikanen, maar zijn ze op koppels van over de hele wereld toepasbaar. Ze kunnen bovendien helpen bij het uitkiezen van een partner. Daarnaast laten de resultaten zien dat aanbevelingen voor een gezonde levensstijl misschien niet alleen op het individu gericht moeten zijn, maar ook op koppels.

Vervolgonderzoek kan zich buigen over andere relaties. Zouden vriendschappen bijvoorbeeld ook een effect hebben op je overlevingskans?

De bevindingen zijn gepubliceerd in Psychological Science.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven