Nieuwe interface zet hersensignalen om in beweging

Nieuwe interface zet hersensignalen om in beweging

Delen:

Beeld: Zonder een spier te bewegen slaagden proefdieren erin een avatar door een virtuele wereld te navigeren. KU Leuven

Onderzoekers aan de KU Leuven willen aan de hand van brein-computer interfaces patiënten met een neurologische aandoening de controle teruggeven over hun bewegingen en communicatie. Zo’n interface meet hersensignalen via elektrodes op de schedel of op de hersenen. Die hersensignalen worden dan omgezet in computercommando’s.

Om die technologie te testen, werkten ze met resusapen. ‘Het zijn de enige dieren die in staat zijn om zulke complexe taken te doen’, vertelt Peter Janssen, professor neurofysiologie aan de KU Leuven. ‘Wij gebruiken de signalen van hersengebieden die belangrijk zijn voor de controle van de hand en de arm. Bij muizen of ratten bestaan die gebieden eigenlijk bijna niet. Dit is dus de enige manier om brein-computer interface-onderzoek te doen bij proefdieren.’ De apen moesten voor de proef een avatar door een virtuele wereld loodsen zonder fysiek met hun lichaam te bewegen.

De apen hadden niet veel tijd nodig om het systeem te leren gebruiken, in tegenstelling tot andere studies waarbij dat soms maanden in beslag nam. Twee van de drie apen werden al gebruikt in een vorige studie. Zij hadden dus al ervaring, maar de derde aap was nieuw en had nog geen ervaring.  ‘Op tien dagen tijd leerde die aap om dat systeem te gebruiken. Dat is heel snel, want we kunnen niet uitleggen aan die aap wat hij moet doen. Hij moet het zelf ervaren’, aldus Janssen.

Parkinson en ALS

Deze interface maakt gebruik van signalen uit drie motorische hersengebieden. Eerdere systemen baseren zich maar op één hersengebied. ‘Er zijn twee gebieden bij die nog heel weinig getest zijn: de premotorische gebieden. Die zijn eerder betrokken bij de planning van de beweging dan bij de echte uitvoering van de beweging. Het voordeel is dat die gebieden flexibeler zijn. Dat maakt onze interface gemakkelijker te gebruiken dan de klassieke interface.’

Het is dus de bedoeling dat deze technologie ook bij patiënten met neurologische aandoeningen gebruikt kan worden, om hen uiteindelijk de controle over hun bewegingen en communicatie terug te geven. ‘Ik ben er hoopvol in dat dat zal lukken. Er zijn al mensen geïmplanteerd met gelijkaardige elektrodes, maar bijna alleen in de Verenigde Staten. Wij zijn teruggegaan naar proefdierstudies omdat we nieuwe dingen willen ontwikkelen. Dat kan je heel moeilijk doen met een patiënt. Het duurt ook jaren om dat te ontwikkelen. Daarom is het interessanter om dat eerst bij proefdieren te testen, en later pas bij mensen als het echt goed werkt. Binnen de twaalf maanden zouden we de eerste tests doen bij mensen met parkinson en ALS willen doen. We hopen dat we dan iets later binnen Europa kunnen samenwerken met het centrum dat implantaten bij mensen plaatst’, besluit Janssen.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven