Ongeval? De omgeving bepaalt wie de schuld krijgt

Ongeval? De omgeving bepaalt wie de schuld krijgt

Delen:

Wanneer een automobilist en een voetganger betrokken zijn mij een verkeersongeval, bepalen verschillende factoren bij wie we de verantwoordelijkheid leggen. Op een drukke baan zullen we er bijvoorbeeld van uitgaan dat de voetganger onvoorzichtig was. In een zone 30 met een wildgroei aan zebrapaden oordelen we dat de autobestuurder beter uit zijn doppen had moeten kijken. Dat is gebleken uit Amerikaans onderzoek¹.

Op basis van vijf jaar aan politie-rapporten uit Franklin County (Ohio), goed voor 1518 verkeersongevallen tussen automobilisten en voetgangers, probeerden de onderzoekers te achterhalen welke factoren bepalen wie de schuld krijgt van het ongeval. In het politie-rapport dat van een aanrijding opmaakt wordt, staat beschreven wat de voetganger deed, waar die zich bevond op het moment van het ongeval en wie – volgens de agent ter plaatse – de meeste verantwoordelijkheid draagt. Dat rapport werd door de onderzoekers aangevuld met gegevens over de omgeving: aantal meter tot een bushalte, aantal rijvakken op de rijbaan, afstand tussen de voetganger en een zebrapad of tussen zebrapaden onderling.

Ik zie een aanrijding niet als ongeval, maar als probleem van het systeem

Meredith Glaser, fietsprofessor aan de Universiteit Gent

Uit hun onderzoek bleek dat oudere voetgangers minder vaak de schuld kregen terwijl voetgangers die niet op het zebrapad overstaken vaker verantwoordelijk geacht werden. Wanneer de automobilist afgeleid was net voor het ongeval, kreeg deze aanzienlijk vaker de schuld. Een bestuurder die te snel reed, werd niet noodzakelijk als verantwoordelijke gezien. Hoe hoger de snelheidslimiet, hoe vaker de voetganger als schuldige werd aangewezen. Het aantal rijvakken was niet van invloed. Bij een ongeval op lokale wegen wezen de politie-agenten vaker in de richting van de bestuurder. Bovendien vonden de onderzoekers grote verschillen tussen de verschillende buurten.

Volgens Meredith Glaser, fietsprofessor aan de Universiteit Gent, legt dit onderzoek een onderliggend probleem bloot. ‘De afgelopen honderd jaar hebben we baan gemaakt voor de auto. Ik zie een aanrijding niet als ongeval, maar als probleem van het systeem. Het is niet correct om de verantwoordelijkheid van zo’n probleem, met alle gevolgen van dien, af te schuiven op één individu. Al zeker niet op de meest kwetsbaren zoals mensen die wandelen of fietsen.’ De manier waarop media over zulke ‘ongevallen’ berichten, beïnvloedt volgens Glaser hoe we verkeersdoden als onderdeel van het dagelijks leven accepteren. ‘Als je leest dat een voetganger aangereden is door een auto, komt dat heel anders binnen dan wanneer je leest dat een auto gecrasht is en een persoon op weg naar het werk van de weg heeft gemaaid. We zijn verkeersslachtoffers gaan zien als onderdeel van het dagelijks leven, maar ongevallen zijn geen natuurlijk gevolg van mobiliteit.’

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven