Parkinson valt op te sporen vóór eerste symptomen ontstaan

Parkinson valt op te sporen vóór eerste symptomen ontstaan

Delen:

Voordat er symptomen van parkinson optreden, zijn er al voorstadia van de typische afwijkingen in de hersencellen aanwezig, ontdekten Amerikaanse wetenschappers¹. Bij parkinson raken de dopamine-producerende hersencellen in de substantia nigra² beschadigd en sterven uiteindelijk af. Waarom dat gebeurt is niet helemaal duidelijk. Het gevolg wel: trillingen, stijve spieren, problemen met het evenwicht... Er zijn middelen die symptomen bestrijden, maar geen middelen om de ziekte af te remmen of een halt toe te roepen. Op het moment van de diagnose is doorgaans 70 procent van de dopamine-producerende cellen al gestorven.

Stamcellen

De Amerikaanse neurologen onderzochten patiënten met de ziekte van Parkinson die al voor hun vijftigste verjaardag gediagnosticeerd waren. Ze kwamen tot hun ontdekking met behulp van een speciale techniek: het genereren van zogenoemde geïnduceerde pluripotente stamcellen (iPSCs) uit het bloed van de vrijwilligers. Deze gekweekte stamcellen zijn in staat om te veranderen in alle soorten lichaamscellen. De wetenschappers maakten er dopamineproducerende neuronen van. Dat zijn immers de cellen waar het mis gaat bij parkinson. Zo konden ze terug naar het begin van die cellen, nog voor er mogelijke epigenetische effecten hadden opgetreden.

De wetenschappers vonden drie afwijkingen in de hersencellen. Ten eerste zagen ze meer van het alfa-synucleïne-eiwit dan normaal. Bij de ziekte van Parkinson klontert dit eiwit samen in zogenoemde Lewy-lichaampjes. Ten tweede functioneerden de lysosomen van de dopamine-producerende neuronen niet goed. Lysosomen zorgen dat een cel al zijn afvalstoffen opruimt. Slecht-functionerende lysosomen dragen mogelijk bij aan de opeenhopingen van alfa-synucleïne. Ten derde waren er hoge levels van het enzym protein kinase C aanwezig. Volgens de wetenschappers zorgen deze afwijkingen mogelijk na een aantal jaar pas voor symptomen van de ziekte van Parkinson.

Parkinson is straks mogelijk veel eerder op te sporen. Risicogroepen kunnen in de toekomst misschien getest worden

Arjan Kortholt, hoogleraar Cel Biochemie (RUG)

Klinkt veelbelovend. Zo vindt ook Arjan Kortholt, hoogleraar Cel Biochemie aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Er zijn drie biomarkers gevonden die al voor de eerste symptomen aanwezig zijn. Zo kunnen we ten eerste beter vaststellen of iemand met klachten al dan niet de ziekte van Parkinson heeft. Dat is nu vaak lastig te beoordelen, legt hij uit. ‘Ten tweede is de ziekte straks mogelijk veel eerder op te sporen. Risicogroepen waarbij parkinson in de familie voorkomt kunnen in de toekomst misschien getest worden’, vertelt Kortholt.

Medicijnen

De Amerikaanse onderzoekers gingen nog een stap verder in hun onderzoek. Ze testten het medicijn PEP005, dat normaal gezien voorstadia van huidkanker behandelt, op de dopamineproducerende cellen. Het bleek de verhoogde levels alfa-synucleïne te verminderen. Volgens Kortholt kunnen er nu ook andere medicijnen getest worden. De Amerikaanse wetenschappers gaan eerst bekijken hoe ze PEP005 in het brein kunnen krijgen en of de afwijkingen in de stamcellen ook bij de andere vormen van Parkinson aanwezig zijn.

Noten

  1. Acedars-Sinai Medical Center, gepubliceerd in Nature Medicine

  2. de substantia nigra: Een kern in het midden van de hersenen die een belangrijke rol speelt bij het starten van bewegingen.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven