Verveling, niet zo saai als we denken?

Verveling, niet zo saai als we denken?

Delen:

In onze steeds drukker wordende wereld lijkt verveling bijna uit den boze. We streven naar productiviteit, afleiding en constante prikkels om ons bezig te houden. Toch rapporteert Amerikaans onderzoek dat 63% van de deelnemers zich minstens één keer verveelt binnen een periode van 10 dagen.

Verveling wordt vaak gezien als een onschuldig en alledaags verschijnsel, maar studies tonen aan dat het een diepgaande impact kan hebben op onze mentale gezondheid. Zo kon onderzoek bij Duitse jongeren wijzen op de ontwikkeling van depressie door verveling. Een relatie die overigens meerdere onderzoeken ook bij volwassenen bevestigde.

Daarnaast identificeert men verveling ook als erg sterke motivator voor negatief gedrag. Ook op school, waar verveling vaak voorkomt, werd door Deense en Nederlandse onderzoekers aangetoond dat een verhoogde mate van verveling kan leiden tot meer agressie en pestgedrag. Naast gedrag tegenover andere, kan het ook gevolgen hebben die negatief zijn voor onszelf.  Zo wijst onderzoek uit dat mensen soms hun toevlucht zoeken in alcohol, drugs of ander compulsief gedrag om van het onaangename gevoel van verveling af te geraken.

Het blijkt dus essentieel om de emotie en zijn risico’s goed te begrijpen, om zo te proberen om negatieve gevolgen te beperken. Daarom vind ik het heel interessant om verveling te bestuderen, alsook de gekozen en – al dan niet – succesvolle regulatiestrategieën.

De Gelaagde Aard van Verveling

Ik bevroeg 160 mensen naar hun beeld van verveling. Hierbij viel het op dat de deelnemers hoofdzakelijk de emotie omschreven als negatief. Daarnaast associeerde ze het ook vaak met niets te doen hebben of niet weten wat te doen, en uiteindelijk ook weinig motivatie hebben om hier iets aan te veranderen. Bovendien wezen ze de oorzaak meestal toe aan de situatie of omgeving die vaak te weinig stimulatie biedt en er niet in slaagt de interesse vast te houden. Tenslotte gaven enkele respondenten ook aan dat ze bij verveling verlangen naar iets stimulerends.

Dit sluit grotendeels aan bij wat een deel van de wetenschappelijke literatuur heeft gevonden, terwijl het andere deel neigt naar een complexer beeld van deze emotie, gekenmerkt door meerdere lagen.

Recentere inzichten beschouwen verveling als een meerdimensionale emotie, waarbij verschillende componenten samenkomen om deze gemoedstoestand te vormen. Een belangrijke component is opwinding. Verveling kan zowel lage opwinding omvatten, waarbij een gebrek aan stimulatie resulteert in een oncomfortabel gevoel, als hoge opwinding, waarbij een overdaad aan herhaalde of saaie prikkels tot verveling leidt. Naast opwinding kenmerkt een verstoorde tijdsperceptie ook verveling, waarbij de tijd lijkt stil te staan of juist te traag voorbij lijkt te gaan.

Een ander aspect van verveling is het mentaal afhaken, waarbij mensen zich losmaken van de huidige situatie of activiteit en zich mentaal elders bevinden. Dit gaat vaak gepaard met aandachttekort, waarbij mensen moeite hebben om hun aandacht vast te houden bij de huidige bezigheid. Ten slotte wordt de ervaring van de emotie ook hoofdzakelijk negatief beoordeeld.

Het is wel belangrijk om hierbij te benadrukken dat de meeste zaken ook heel erg persoonsgebonden zijn, waardoor twee personen dezelfde situatie anders kunnen beoordelen in termen van verveling.

We kunnen dit toepassen op een voorbeeld dat te maken heeft met de mate van stimulatie, zoals het oplossen van een simpele 3x3 Rubiks kubus. Voor een ervaren speler kan dit mogelijk te weinig stimulatie bieden, waardoor verveling kan optreden tijdens het oplossen. Aan de andere kant kan een onervaren speler misschien juist vastlopen vanwege de complexiteit van de kubus. Als het te moeilijk blijkt te zijn, is het mogelijk dat de persoon ook in een staat van verveling terechtkomt.

Een ander voorbeeld kan een lezing zijn. Iemand die meer interesse heeft in het onderwerp, zal minder waarschijnlijk verveling ervaren in vergelijking met iemand met weinig interesse. Deze laatste zal dan mogelijk mentaal afhaken en niet meer de aandacht er kunnen bijhouden.

Verschillende Soorten Verveling

Gezien de complexiteit van verveling, is het aannemelijk dat er verschillende soorten verveling bestaan die zich onderscheiden door unieke combinaties van de eerdergenoemde componenten. Wetenschappelijk onderzoek heeft al belangrijke stappen gezet om deze diversiteit te begrijpen en te categoriseren.

Onderzoekers Westgate en Wilson ontwikkelden het Meaning and Attention component model in 2018, waarmee ze zes verschillende soorten verveling kunnen onderscheiden op basis van variaties in aandachts- en betekenisniveaus. Deze classificatie benadrukt dat de aard van de stimulus en de mate van betrokkenheid bepalend kunnen zijn voor de ervaren verveling.

Een andere benadering is die door Goetz en collega's, die vijf verschillende soorten verveling identificeerden op basis van valentie en opwinding niveaus in 2015. Valentie verwijst naar de positieve of negatieve waardering van een emotionele ervaring, terwijl opwinding de mate van stimulatie vertegenwoordigt. Door deze twee dimensies te combineren, kregen de onderzoekers inzicht in de verschillende affectieve toestanden die gepaard gaan met verveling.

Het Belang van Verveling

Hoewel er al veel vooruitgang is geboekt in het begrijpen van de complexiteit en diversiteit van verveling, bevinden we ons nog steeds grotendeels op onbekend terrein. Het bestuderen van verveling is van belang, niet alleen om onze alledaagse ervaringen beter te begrijpen, maar ook vanuit praktisch oogpunt. Verveling speelt een rol in verschillende contexten, zoals onderwijs, werk en vrijetijdsbesteding. Kennis van verveling kan ons helpen om effectievere strategieën te ontwikkelen om ermee om te gaan en om situaties te creëren die minder vatbaar zijn voor verveling.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven