Vlaamse toetsen meten nu ook ‘leerwinst’. Wat is het en wat hebben scholen eraan?

Vlaamse toetsen meten nu ook ‘leerwinst’. Wat is het en wat hebben scholen eraan?

Delen:

Vanaf 2026 brengen de Vlaamse toetsen ook leerwinst in kaart: hoeveel vooruitgang maken dezelfde leerlingen tussen twee momenten? Het antwoord op die vraag ondersteunt leerkrachten en schoolleiders bij schoolontwikkeling.

Stel je voor: Meyrem legde in het vierde leerjaar lager onderwijs de toets leesbegrip af. Twee jaar later doet ze dat opnieuw, maar dan de toets voor  het zesde leerjaar. Ze heeft dan een hoger resultaat: ze kan nu bijvoorbeeld niet alleen expliciete informatie in teksten terugvinden, zoals ze in het vierde leerjaar al kon, maar ook meer impliciete informatie uit teksten afleiden. Er is dus leerwinst voor leesbegrip.

Leerwinst betekent de groei die dezelfde leerlingen voor dezelfde vaardigheid tussen twee momenten laten zien. De Vlaamse toetsen zijn op dat vlak uniek. Er zijn nog geen andere toetsen in Vlaanderen die leerwinst structureel in kaart brengen en die scholen daarover feedback geven. Welke leerwinst leerlingen boeken, is interessant voor leerkrachten en schoolleiders. Zo krijgen ze meer inzicht in wat het schoolteam bijdraagt aan het leren van leerlingen en waar nog kansen liggen.

Hoe fair zijn leerwinstmetingen?

Stel je voor: je berekent leerwinst voor scholen. Bijvoorbeeld: leerlingen van een oranje en blauwe school leggen op twee meetmomenten een toets leesbegrip af. De leerlingen van beide scholen staan op het eerste meetmoment gemiddeld op dezelfde trede van een trap (zie de afbeelding hieronder). Op het tweede meetmoment staan leerlingen van de oranje school hoger op de trap dan leerlingen van de blauwe school. Verder eindigen de leerlingen van de blauwe school in elkaars buurt terwijl de leerlingen van de oranje school breder verspreid staan. Aan de hand van die informatie, het gemiddelde en de spreiding, krijg je een beeld van de leerwinst die beide scholen met hun leerlingen boeken.

Dat beeld is echter nog niet compleet. Scholen verschillen van elkaar. De ene school heeft bijvoorbeeld vooral leerlingen die opgroeien in de middenklasse en hoger, de andere school net helemaal niet. En dat is belangrijk: die omstandigheden kunnen de positie en de vooruitgang van leerlingen op de trap beïnvloeden. Daarom is het bij leerwinstmetingen van groot belang om niet alleen rekening te houden met de toetsresultaten op het eerste meetmoment, maar ook met de context van scholen. Zo bieden we scholen faire en rijke feedback. En dat verwachten schoolleiders ook: ze willen de resultaten van hun school niet alleen vergelijken met die van Vlaanderen, maar ook met die van vergelijkbare scholen.

Hoe ondersteunt feedback schoolontwikkeling?

Faire en rijke schoolfeedback bevat dus niet één, maar meerdere perspectieven. Het feedbackdashboard bij de Vlaamse toetsen biedt op dit moment informatie over (1) het bereiken van de minimumdoelen of eindtermen, (2) de vergelijking met het Vlaamse gemiddelde en (3) de vergelijking met scholen met vergelijkbare leerlingen. Voor de feedbackdashboards voor het lager onderwijs komt er leerwinst bij. Zo geven de dashboards antwoorden op deze vier vragen:

  1. In welke mate bereiken leerlingen op deze school de  eindtermen? En welke vaardigheidsniveaus bereiken ze?

  2. In welke mate is het resultaat van deze school in overeenstemming met het Vlaamse gemiddelde?

  3. In welke mate is het resultaat van deze school in overeenstemming met dat van scholen met vergelijkbare leerlingen wat betreft achtergrondkenmerken?

  4. In welke mate boeken leerlingen op deze school leerwinst?

De gratis e-cursus over de interpretatie van de resultaten ondersteunt leerkrachten en schoolleiders bij schoolontwikkeling. De gesprekken over de resultaten vinden plaats in een veilige context. De resultaten per school zijn dus niet publiek beschikbaar. Zo voorkomen we rangschikkingen van scholen.

En nu?

Het Steunpunt Centrale Toetsen in Onderwijs doet onderzoek naar leerwinst. De komende periode realiseert het Steunpunt leerwinstmetingen tussen het vierde en zesde leerjaar lager onderwijs. Het is interessant om de mogelijkheid naar leerwinstmetingen tussen het zesde leerjaar lager onderwijs en het tweede jaar secundair onderwijs in kaart te brengen. Zo houden we rekening met de impact van het lager onderwijs op de resultaten van leerlingen in het secundair onderwijs. Dat onderzoek loopt nog. De leerwinstresultaten die in het najaar voor het lager onderwijs beschikbaar zijn, bieden bijkomende handvaten voor schoolontwikkeling. Meer weten? Lees deze toegankelijke tekst over de meerwaarde van leerwinstmetingen voor schoolontwikkeling.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven