Vriend op voorschrift? Drie vragen en antwoorden over vriendschap als middel tegen stress

Vriend op voorschrift? Drie vragen en antwoorden over vriendschap als middel tegen stress

Delen:

Marie-Anne Vanderhasselt is klinisch psycholoog en hoofddocent aan de Universiteit Gent. In het Experimental Psychiatry Lab voert ze onderzoek naar hoe ons brein werkt bij stress en wat de rol van vriendschap daarin is. Vanderhasselt bracht eind augustus ‘Je bent een vriend van mij’ uit, een boek over hoe vriendschap werkt en wat het doet voor je gezondheid.

Wat heeft vriendschap te maken met stress?

‘Veel van de technieken om stress te verminderen, richten zich enkel op het gedrag van het individu zelf. Ademhalingsoefeningen doen en gezonder leven, helpen uiteraard tegen stress. Maar volgens heel wat onderzoekers is het netwerk van een persoon ook cruciaal. Zich verbonden voelen met anderen is nodig voor een goed functionerend brein en een gezond lichaam. Uit een grote studie¹ aan Harvard University in de Verenigde Staten bleek de tevredenheid over relaties met anderen de grootste voorspeller te zijn voor een gelukkig en gezond leven.'

‘Tevredenheid over je leven hangt samen met een gezond brein. Een gezond brein kan omgaan met emoties en stress. Om dat brein gezond te houden, is sociale connectie ook van groot belang. Vriendschappen en interacties kunnen enorm belonend werken, wat ervoor zorgt dat mensen zich goed voelen en een betere levenskwaliteit hebben. Mensen die zich verbonden voelen met anderen, zullen bovendien minder aandoeningen ontwikkelen en gaan minder snel cognitief achteruit.'

Is eenzaamheid slecht voor je brein?

‘Als mensen eenzaam zijn, activeert het brein een bepaald stresssysteem. Daardoor gaat het brein op een ongezonde manier functioneren. Hulpverleners zouden ook rekening moeten houden met eenzaamheid als mogelijke oorzaak van stress.’

Ook kleine, minder betekenisvolle interacties zijn belangrijk om zich verbonden te voelen met de omgeving

‘Mensen die zich vaak eenzaam voelen, hebben daarnaast een grotere kans op vroegtijdig overlijden. Als je geen vrienden of mensen rond je heen hebt die je stimuleren om te bewegen of te ontspannen, of die je denkvermogen uitdagen, heb je na een tijd meer kans op gezondheidsrisico’s of op cognitieve achteruitgang.’

‘In de zorg is het dus nodig om mensen die bepaalde moeilijkheden ervaren, te bevragen over hun sociale netwerk en hier voldoende aandacht aan te besteden.’

Zorgt het hebben van veel vrienden voor een lang en gezond leven?

‘Niet enkel nauwe vriendschappen kunnen je gezondheid vooruithelpen. Er zijn wel wat vormen van sociale verbondenheid en soorten relaties. Verbondenheid bestaat min of meer uit drie lagen. Zo heb je eerst de structurele verbondenheid, dat gaat over het aantal mensen dat je ziet. Dan volgt de functionele verbondenheid, namelijk hoeveel steun je krijgt van mensen om je heen. Ten slotte duiden je begrepen voelen door anderen en op dezelfde golflengte zitten met hen op kwalitatieve verbondenheid. Om als sociaal wezen te voldoen aan onze behoeften, hebben we de drie lagen nodig.’

‘De meeste mensen hebben bovendien verschillende soorten vriendschappen en relaties in hun leven. Dichte vriendschappen vragen meer tijd en moeite dan een gesprekje bij de bakker. Maar ook die kleine, minder betekenisvolle interacties zijn belangrijk om zich verbonden te voelen met de omgeving. Het gevoel hebben dat je deel uitmaakt van een leuk geheel telt, of dat nu de straat is waarin je woont of de vereniging waar je wekelijks heengaat.’

‘Als hulpverleners vriendschappen en sociaal contact aanmoedigen, kan dat bevorderend zijn voor de fysieke en mentale gezondheid. Ook voor ouderen, die zich vaker eenzaam voelen. Beschouw het als een vriend op voorschrift. Vriendschap kan je uiteraard niet forceren, maar mensen wat extra motiveren om naar buiten te gaan en tijd te spenderen met anderen kan een mooi vertrekpunt zijn.’

Meer lezen over dit onderwerp? In de nieuwe Psyche&Brein lees ook een recensie van Vanderhasselts nieuwe boek Je bent een vriend van mij.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven