Waarom slaan sporters op hun lichaam voor een wedstrijd?

Waarom slaan sporters op hun lichaam voor een wedstrijd?

Delen:

In explosieve sporten – zoals schaatsen, zwemmen, sprinten, judo of gewichtheffen – zien we vaak atleten die stevig op hun benen slaan of zichzelf een paar tikken op de wangen geven vlak voor de wedstrijd. Zo’n plotse prikkel kan, via het sympathische zenuwstelsel, een fysiologische reactie teweegbrengen: een ‘adrenalinestoot’ die onmiddellijk voor een hogere hartslag en bloeddruk zorgt, wat de voorbereiding op actie bevordert. In stressvolle situaties leidt dat tot een vecht-of-vluchtreactie: het lichaam is klaar om in actie te komen. Neurofysiologisch onderzoek suggereert dat dit slaan ook een soort ‘neuromusculaire wake-up call’ kan oproepen: de hersenen geven dan een extra signaal aan alle spieren van het lichaam. Verbetert dat ook echt de prestaties? Daar bestaat te weinig wetenschappelijk literatuur over.

Daarnaast maakt het slaan op de benen of tikken op de wangen vaak deel uit van een pre-wedstrijdroutine. Dat kun je als een vorm van mentale voorbereiding zien. Bij krachtpatsers blijkt het de vierde meest gebruikte mentale strategie te zijn, na luisteren naar muziek, het visualiseren van bewegingen, en langzaam en diep ademhalen. Slaan, wrijven of tikken kan de lokale gevoeligheid en proprioceptie (het lichaamsgevoel) verhogen. Dat brengt de focus terug naar de sporter zelf: de brede aandacht voor coach of publiek versmalt naar het lichaam, naar de sportieve voorbereiding, naar een specifieke prestatiefocus. Mogelijk vergroot dat het gevoel van controle en het zelfvertrouwen. In sommige gevallen kan slaan op het lichaam zelfs een vorm van imponeren zijn: ‘ik ben er klaar voor’. Al lijkt het eerder uitzonderlijk dat dit nog indruk maakt.

Een plotse klap lokt een adrenalinestoot uit

Is slaan of tikken op het lichaam ook effectief als mentale voorbereiding? Het staat slechts op de 31ste plaats, na bijvoorbeeld kort op en neer springen en zelf­bevestigende of motiverende gedachten. Dat heeft verschillende redenen. Soms wordt de methode opgelegd of aangemoedigd door een coach of de entourage, en voelt een sporter zich onder druk gezet om dit te doen. Soms heeft een atleet er onvoldoende ervaring mee. De extra prikkel kan ook tot te veel stress leiden: die komt immers bovenop de al hoge spanning die met een wedstrijdsituatie gepaard gaat. Dat kan het zelfvertrouwen en de zelfbeheersing verminderen, en zou tot een vlucht- of bevriezingsrespons kunnen leiden, in plaats van een vecht-reflex. Daarnaast kan het slaan of tikken mogelijk ook het optimale spannings­niveau van de al goed opgewarmde spieren verstoren.

Conclusie? Het is niet wetenschappelijk bewezen dat slaan op het lichaam, als vast onderdeel van de mentale routine, de sportprestaties verhoogt. Toch werkt het bij sommige sporters wél, dat kan individueel sterk verschillen. De praktijk mag uiteraard nooit door anderen opgelegd of uitgevoerd worden, maar alleen als zelfgekozen voorbereidingsstrategie gebeuren – anders dreigt een situatie van grensoverschrijdend gedrag of ongewenst fysiek contact. Bij minderjarigen kan dit dus niet toegepast worden. Wie wil uittesten of en hoe de fysiologische prikkel werkt, kan zichzelf een tik op de schouder of in de nek geven, waar het zenuwnetwerk fijnmaziger is. Zo’n prikkel dicht bij het hoofd bereikt de hersenen milliseconden sneller dan een tik op de benen. Of dat je ook mentaal sterker maakt, zal dan wel blijken.

Journalist Inge Taucher tekende het antwoord op deze vraag op na overleg met sportpsycholoog Paul Wylleman (Vrije Universiteit Brussel), inspanningsfysioloog Marc Francaux (UCLouvain) en sportarts Johan Bellemans (GRIT Belgian Sports Clinic).

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven