Wij zijn geen slaven van onze genen

Wij zijn geen slaven van onze genen

Delen:

De studie van de evolutie heeft dat al decennia geleden uitgeklaard. Net als anatomische of fysiologische kenmerken heeft ook ons gedrag vorm gekregen door evolutionaire krachten. Specifieke genen bevatten informatie om specifiek gedrag te ontwikkelen. Evolutie heeft gedurende miljoenen jaren de manier waarop we ons gedragen uitgetekend door genen te selecteren die de overleving en de kans op nakomelingen verhoogden en andere weg te werken.

Wij zijn bijvoorbeeld supersociale wezens die constant contact zoeken met anderen en voortdurend de sociale omgeving scannen om te registreren wat groepsgenoten doen. Onze voorouders die genen hadden die het sociaal contact promoten, overleefden langer en kregen meer nakomelingen dan zij die dat positieve kenmerk ontbeerden. Ze gaven die ‘sociale’ genen over miljoenen jaren door tot bij ons. Vandaag vinden we een restant van dit gedrag terug in de drang om via sociale media het doen en laten van vrienden te volgen.

Dat betekent echter niet dat wij als robots geprogrammeerd zijn en niet verantwoordelijk zijn voor ons wangedrag – verkrachting, overspel, racisme … Dat is niet wat de evolutiebiologie voorhoudt. De genetische sturing van ons gedrag wordt aangevuld door de omgeving en aangeleerde elementen. Cultuur, zeg maar.

Waarom kunnen we het niet laten op onze smartphone voortdurend te volgen wat vrienden doen?

Ik maak dit graag duidelijk met een – weliswaar haperende – metafoor van een veerboot die een rivier oversteekt. Het water stroomt met een zekere snelheid en duwt de boot stroomafwaarts. Het vaartuig wordt naar de oever gestuwd dankzij een motor die de schroef aandrijft. Twee krachten dus die loodrecht op elkaar staan. Het traject dat de boot aflegt, is het resultaat van de twee krachten samen. Je hoeft geen natuurkundige hoogvlieger te zijn om te begrijpen dat bij een heel zwakke waterstroom en een flink draaiende motor de boot zo goed als recht op de andere oever afstevent. Is de stroom daarentegen zeer sterk en sputtert de motor maar wat, dan zal de boot afdrijven en pas veel verder stroomafwaarts de oever bereiken. Wel, zo ongeveer werken genen en omgeving samen op het gedrag in. Soms hebben de genen een grote invloed op het gedrag, soms is de sturing van de omgeving sterker en wordt ons doen en laten eerder door de cultuur bepaald. Maar zoals een rivier altijd een stroming heeft en de motor van de boot altijd enig vermogen levert, wordt gedrag altijd door genen én omgeving gestuurd.

Gedrag zoals overspel kan onze voorouders betere voortplantingskansen hebben gegeven, maar onze cultuur vandaag is daar niet mee gediend en vraagt dus een onderdrukking van de genen die ons in die richting sturen. De motor van de veerboot moet dus harder werken om overspel te mijden. Een goed begrip van de evolutie van ons gedrag kan hier veel toe bijdragen. Door de culturele onderdrukking van ‘slechte’ genen kunnen schijnbaar onvermijdelijke systemen – agressie, verkrachting, racisme... – in toom worden gehouden. Wij zijn dus geen robots, geen slaven van onze genen.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven