Ze lijdt in stilte

Ze lijdt in stilte

Delen:

“Goedemorgen Nicole”, zeg ik terwijl ik de deur van mijn spreekkamer voor haar openhoud. Nicole smijt haar tas in de hoek en gaat op de stoel tegenover mijn bureau zitten. Ik voel spanning en bedenk hoe ik het beste contact met haar kan maken. “Je komt wat bozig over. Is alles wel oké?”, vraag ik onderzoekend. “Niets helpt. Ik kom hier al weken en voel me nog steeds somber”, antwoordt ze boos.

Nicole is naar mij doorverwezen met klachten van depressie en suïcidaliteit na een behandeling voor traumatische klachten bij een andere instelling. Ze is gestart met medicatie voor het behandelen van haar depressie en staat op de wachtlijst voor psychotherapie. Het wachten is niet makkelijk. “Ik kan me voorstellen dat je daar moedeloos van wordt”, antwoord ik.

“Hoe is het gegaan afgelopen week?”, vraag ik door. Ze geeft aan dat ze op bezoek is geweest bij een vriendin, iets wat ze de laatste tijd vermijdt. Nicole komt niet graag onder de mensen. Ze is bang dat ze gaan vragen hoe het met haar gaat. Tijdens het bezoek leek de vriendin nauwelijks aandacht voor haar te hebben en veel over zichzelf te vertellen. Op een bepaald moment flapte Nicole eruit dat ze heel somber is en soms het leven niet ziet zitten. Haar vriendin raakte in paniek en zei dat Nicole dat aan haar behandelaren moest vertellen, en dat zij haar hierbij niet kan helpen. Nicole voelde zich afgewezen en niet gehoord.

“Was dat kwetsend om mee te maken?”, vraag ik. Nicole knikt. Ik merk dat mijn bezorgdheid over haar toeneemt. Het klinkt alsof haar doodsgedachten erger worden. Ik probeer te achterhalen hoe heftig het is. Ik stel vragen als “Heb je de laatste tijd vaker gedachten aan de dood?” “Heb je daar al een plan voor gemaakt?” Ze is terughoudend, blijft vaag in haar antwoorden en wil het gesprek over haar doodsgedachten liever stoppen. “Is het goed als ik je moeder bel en haar op de hoogte breng?“, vraag ik ten slotte. “Nee, absoluut niet, ik wil niet dat ze zich zorgen gaat maken.”

Als behandelaar moet je het wachten op herstel kunnen verdragen

Nicole heeft weinig familie en vrienden om zich heen. Ze is enig kind, en haar vader verdween uit haar leven toen ze nog erg jong was. Er is maar één vriendin die weet dat ze somber is. Ze lijdt in stilte, omdat ze anderen niet tot last wil zijn. Ik spreek haar moed in. Ze is al langere tijd ziek, en beter worden kost tijd. De spanning in de spreekkamer blijft voelbaar: er heerst onvrede en wanhoop bij Nicole.

Een van de uitdagingen bij psychiatrische ziekten is geduld. Geduld bij de behandelaar, bij de patiënt en bij zijn of haar omgeving. Geduld en hoop dat het beter zal gaan. Als behandelaar moet je het wachten op herstel kunnen verdragen. Ik spreek met haar af dat ik haar volgende week weer zie: zelfde tijd, zelfde plaats, ik zal er zijn.

Onderweg naar huis merk ik dat ik aan Nicole terugdenk. Hoe zal het nu zijn met haar? Zal ze het toch nog durven te vertellen aan iemand in haar omgeving? Dat zou haar zoveel steun kunnen bieden. Ik moet me inhouden om haar niet de volgende dag te bellen voor mijn eigen gemoedsrust, maar te vertrouwen op onze afspraak, de duidelijkheid en de regelmaat die deze haar biedt. Ik moet vertrouwen op haar vermogen om aan de bel te trekken als het echt niet meer gaat. Die gedachten helpen me om los te laten en mijn weekend in te gaan.

Een week later kijk ik gespannen in mijn agenda. Ze heeft haar afspraak niet afgezegd. Zal ze in de wachtkamer zitten? “Nicole”, roep ik. Daar zit ze in de hoek op een stoel in de wachtkamer, met een blad in haar ene hand en een koffie in haar andere. Een zucht van opluchting en hoop gaat door me heen. ν

* Nicole is niet de echte naam van de patiënt.

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan in België terecht op het gratis nummer 1813 en www.zelfmoord1813.be.

In Nederland kan je praten over zelfdoding bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0900-0113 of 113.nl.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven