Zeer gedetailleerde beelden van het brein maken nieuwe toepassingen mogelijk

Zeer gedetailleerde beelden van het brein maken nieuwe toepassingen mogelijk

Delen:

De MRI-scan, een onderzoekstechniek die met behulp van magneetvelden en radiogolven beelden maakt van organen en lichaamsweefsels, kan het levend brein onderzoeken, maar anatomisch niet tot op celniveau in beeld brengen. Een microscoop heeft die mogelijkheid wel, maar kan enkel gebruikt worden om de hersenen van een overledene te bestuderen. Met de hulp van een internationaal team en na een zoektocht¹ van vijf jaar, lukte het wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam om beide methoden met elkaar te combineren. Ze plaatsten twee aan de wetenschap gedoneerde breinen 21 uur lang in de MRI-scanner, en sneden ze nadien in hersenplakjes voor microscopisch onderzoek. Het eindresultaat zijn meerdere beelden die de bestudering van het volledige brein mogelijk maken op een detailniveau van 200 micrometer (0,2 millimeter).  Iets wat erg uniek is, dat beaamt ook Sebastiaan Engelborghs, hoogleraar Neurochemie en Neurologie aan de Universiteit Antwerpen en Vrije Universiteit Brussel. ‘Dat de Nederlandse wetenschappers de twee methodieken samenvoegden, is echt een meerwaarde’, aldus Engelborghs. ‘Het geeft ons namelijk de mogelijkheid om de beelden van de scanner en de microscoop met elkaar te vergelijken. Het knappe aan dit onderzoek is ook dat ze de 3D-reconstructie van de breinen delen met onderzoekers over heel de wereld. Het is een jarenlang monnikenwerk om die samen te stellen.’

De UvA-onderzoekers gebruikten een ultrahoog-veld 7Tesla MRI-systeem voor het onderzoek, dat een krachtigere magneet heeft dan de MRI-systemen in het ziekenhuis. Verder werd de MRI-software zo geprogrammeerd, dat ze rekening kon houden met de verschillen tussen levend en geconserveerd weefsel. UvA-teamlid Anneke Alkemade is alvast erg enthousiast over de nieuwe initiatieven die de resultaten nu mogelijk zullen maken. ‘In de hersenatlassen van vroeger kan je al prachtige platen van het brein bestuderen, maar altijd vanuit één kant en in 2D. Met deze methode kunnen we voor het eerst gedetailleerde 3D-beelden van de hersenen afleveren.’ Docenten zouden die reconstructies kunnen gebruiken voor neuroanatomietrainingen en virtuele hersenontledingen. ‘We weten bovendien ook dat er kleine vervormingen kunnen optreden in het beeld van de hersenen bij een MRI-scan. Hoe groot die vervormingen zijn, konden we eerder niet in zijn volledigheid bestuderen. Door beide methodieken nu te combineren, kan dit wel’, legt Alkemade uit.

Hoogleraar Engelborghs ziet ook alleen maar voordelen. ‘Het is een stap vooruit binnen de neuroanatomie, een die tal van toepassingen mogelijk maakt.  Zo zijn bepaalde kleine hersenkernen slecht zichtbaar op een MRI-scan, maar zeer goed zichtbaar onder de microscoop. Door de combinatie van de MRI-scan en het microscopisch onderzoek, kunnen we dergelijke hersenkernen beter lokaliseren. Dit is bijvoorbeeld nuttig voor behandelingen met diepe hersenstimulatie, die toegepast worden bij bepaalde stoornissen. De 3D-reconstructie laat ons ook toe om bepaalde verbindingen binnen de hersenen nauwgezetter te analyseren.’ De methode zou volgens Alkemade in de toekomst ook geschikt zijn om meer breinen te bestuderen, van bijvoorbeeld donoren die kampten met de ziekte van Parkinson of Alzheimer. De onderzoekers zullen dan naar schattig nog een jaar tijd nodig hebben om een brein te verwerken.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven