Zes vragen en antwoorden over pesten op het werk

Zes vragen en antwoorden over pesten op het werk

Delen:

Hoeveel mensen worden gepest op het werk?

‘2,4 procent van de Belgische werknemers is slachtoffer van pestgedrag¹. Dat betekent dat zij geconfronteerd worden met pestgedrag dat zowel over hen als persoon kan gaan als over hun werkprestaties. 15 procent krijgt soms te maken met pestgedrag. 36 procent rapporteert een beperkte blootstelling aan werkgerelateerd negatief gedrag, dus maakt vrij zelden iets mee. En 46 procent wordt nooit blootgesteld aan negatief gedrag, niet persoonlijk en niet werkgerelateerd. Dat wil wel zeggen dat meer dan de helft van de bijna 11.000 bevraagden van het onderzoek al eens iets negatiefs meemaakte op het werk.’

Wie zijn de pesters op het werk?

‘We weten daar niets over, en de simpele reden daarvoor is dat we die mensen niet kunnen identificeren. We kunnen hen niet op het matje roepen samen met hun ouders, zoals bij jongeren. En als we vragen stellen over of ze zoiets doen, dan zie je dat ze dat niet snel toegeven. We kunnen alleen maar gissen. Het afblaffen of het uitschelden van anderen kan een copingstrategie zijn van de dader om met stress om te gaan. Een copingstrategie die desastreuze gevolgen kan hebben, uiteraard.’

Wat zijn de gevolgen van pesten op het werk?

‘In eerste instantie natuurlijk stress, en bij sommigen leidt het tot een angststoornis of depressie. Er is een verband met suïcidale gedachten. Ander onderzoek toont een verband aan met rugpijn en pijn aan de gewrichten. Maar het kan er ook voor zorgen dat mensen gedemotiveerd raken, zich minder engageren en ergens anders willen gaan werken. Mensen gaan zich ook isoleren als ze merken dat ze buitengesloten worden, bijvoorbeeld. Veel studies vinden ook sterke correlaties tussen pesten op het werk en gezondheidsklachten, zowel mentale als fysieke. De hoeveelheid van het stresshormoon cortisol bij gepesten is zelfs identiek aan de hoeveelheid bij mensen die lijden aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) of aan chronische vermoeidheid, al is er nog geen causaal verband.’

Blijf niet aan de kant staan en doe zeker niet mee met de dader

‘Je hebt bij al deze voorbeelden te maken met een psychologische schade die erg groot is en die niet zomaar behandeld wordt. Als 2,4 procent van de werknemers gepest wordt, reken dan maar eens uit hoeveel plekken je daarvoor nodig zouden hebben in de geestelijke gezondheidszorg. Ik denk niet dat er momenteel zoveel plaatsen vrij zijn. Volgens mij zien nog niet genoeg mensen welzijn als een prioriteit. Het is nu eerder productiviteit voor het welzijn. En dat zou andersom moeten zijn.’

Zijn er ook gevolgen voor omstaanders, in dit geval de collega’s?

‘Er is lang aangenomen geweest dat zij evenveel stress zouden hebben als de slachtoffers, maar dat hebben we kunnen ontkrachten. De omstaanders merken wel dat ze in een omgeving werken waarin pestgedrag getolereerd wordt. Het zou weleens zo kunnen zijn dat dat sterkt inwerkt op hun motivatie. Voor de organisatie zijn er ook gevolgen. De pesters vertonen namelijk contraproductief gedrag.’

Wat kunnen de collega’s doen?

‘Collega’s kunnen een grote rol spelen als ze actief en constructief optreden. Als ze niet optreden, kunnen ze een negatieve invloed hebben. Blijf niet aan de kant staan en doe zeker niet mee met de dader. Niet reageren wordt door de slachtoffers vaak ook aangevoeld als stilzwijgend instemmen met de dader. Als de collega’s actief ingrijpen, zie je dat de slachtoffers zich weer meer gaan engageren voor hun werk en zich gesteund voelen.’

Een leider moet verantwoordelijkheid nemen maar ook geven

Wat kunnen werkgevers doen tegen pesten?

‘Losstaande maatregelen helpen niet, een integrale aanpak is nodig. De werkgever moet nagaan wat de situatie is in de organisatie en welke mensen hulp nodig hebben. Psychologische veiligheid creëren op de werkplek is erg belangrijk. Op de werkplek moet het anders-zijn van anderen normaal zijn én aanvaard worden. En anders kan alles zijn. Dat kan een rare, rode bril zijn. Maar dat kan ook een andere seksuele oriëntatie zijn. Of mensen met een belachelijke hobby, althans volgens de anderen. Afwijkingen van de groep, dus. Daar moet men toleranter tegenover staan.’

‘Als een werknemer eens niet zo productief is en dan eens minder attent is, zou die daar niet op afgerekend mogen worden. Er moet ruimte zijn om fouten te maken. Onderzoek wijst uit dat psychologisch veilige werkomgevingen de creativiteit en innovatie ten goede komen. En ze kan een dam opwerpen tegen pestgedrag. De leidinggevende zou een leiderschapsstijl moeten hanteren die mensen verbindt, het team inspireert, en aandacht heeft voor zowel het team in z’n geheel als het individu. Een leider moet verantwoordelijkheid nemen maar ook geven. En niet wegkijken van conflicten, maar die juist proberen op te lossen. Zo zullen werknemers zich thuis voelen op de werkplek, zich voluit kunnen ontplooien en gemotiveerder zijn. Ze moeten voelen dat de organisatie om hen geeft. En er moet natuurlijk ook over pestgedrag gepraat kunnen worden.’

Guy Notelaers is gewoon hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de faculteit psychologie van de Universiteit in Bergen, Noorwegen. Hij is vooral gespecialiseerd in pesten op het werk en statistiek.

Noten

  1. De cijfers zijn van Monstarecon Comm V, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in de meting en rapportering van psychosociale aspecten op het werk.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven