Zo veroudert het brein

Zo veroudert het brein

Delen:

De resultaten zijn gebaseerd op een vergelijking van MRI-scans van bijna vierduizend breinen van mensen tussen nul en negentig jaar oud. De onderzoekers concluderen dat er wellicht vier ‘keerpunten’ zijn – cruciale momenten waarop het brein naar de volgende fase overgaat. Het kinderbrein verandert rond de leeftijd van 9 jaar in een adolescentenbrein, en rond 32 jaar in een volwassenenbrein. Rond 66 jaar start de ‘vroege verouderingsfase’; de ‘late verouderingsfase’ zet in rond 83 jaar.

De kindertijd kenmerkt zich door ‘netwerkconsolidatie’: de actieve verbindingen tussen neuronen en hersengebieden worden versterkt; wat je niet gebruikt, verdwijnt. Ondertussen groeien de grijze en witte stof snel in volume. Het adolescente brein richt zich op het efficiënter maken van de verbindingen, en dus op een snellere communicatie. Dat uit zich in verbeterde cognitieve capaciteiten, maar het is ook de periode waarin veel mentale problemen ontstaan. Dat culmineert in een hoogtepunt van ingrijpende veranderingen rond de leeftijd van 32 jaar. Daarna blijven de hersenen redelijk stabiel, tot de witte materie – de verbindingen in het brein – beginnen af te sterven bij late zestigers. In de laatste fase vermindert de connectiviteit nog veel sterker; we moeten dan terugvallen op bepaalde, wel nog goed werkende hersengebieden.

“Veel ontwikkelingsstoornissen, mentale problemen en neurologische aandoeningen houden verband met de manier waarop het brein is bedraad”, zegt onderzoeker Duncan Astle. “Verschillen in bedrading voorspellen moeilijkheden met aandacht, taal, geheugen en gedrag. Begrijpen dat de structurele reis van het brein geen kwestie is van geleidelijke vooruitgang, maar eerder van een aantal grote keerpunten, zal ons helpen om te identificeren wanneer en hoe de bedrading kwetsbaar is voor verstoring.”

Bron: Topological Turning Points across the Human Lifespan. Duncan Astle e.a. in Nature Communications, 2025.

Delen:

Mensen met een verslaving die rondzwerven op straten en pleinen en slapen in het park. Ze lijken met steed smeer te zijn. Klopt dat? En: hoe kun je mensen met complexe problematiek het beste helpen? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan Luna Van Suetendael.

Hoe kunnen kleuterleerkrachten de taalontwikkeling van jonge kinderen stimuleren? En welke rol spelen dagelijkse interacties daarin? Je leest het in deze blog van Saskia Bruyninckx.

Dit is een artikel van: OpgroeienBlog

Steeds meer scholen experimenteren met beweging tijdens de schooldag: een korte beweegpauze tussen twee lessen, of beweging tijdens de lesuren. Maar is dat wel efficiënt? Het antwoord uit de wetenschap is genuanceerd: beweging biedt vele kansen, mits het doordacht geïmplementeerd wordt.

Wat als je kind vaak druk, boos, stil of gevoelig is? Het heeft niet gewoon een slechte dag, maar het is zo, elke dag. Onder ouders aan de schoolpoort hoor je dan al snel: dat kind heeft een diagnose nodig. Maar klopt dat wel? Eos-redacteur Kim Verhaeghe vraagt het aan Liesbeth Gijsel, hoofdredacteur van Eos Psyche&Brein en auteur van het boek 'Druk, stil, gevoelig?'

Het gaat niet goed met jongeren. Ze hebben last van angsten, depressieve gevoelens en slaapproblemen. Komt dat door de smartphone en sociale media? Liesbeth Gijsel (Eos Wetenschap) vraagt het aan psycholoog Ernst Koster (UGent).

Een begroting opmaken lijkt tegenwoordig enkel te lukken als je meerdere dagen achter elkaar doorwerkt tot in de vroege uurtjes. Is dit echt een succesvolle manier van werken? En kunnen we de uiteindelijke beslissingen die genomen zijn vertrouwen, gezien het feit dat ze genomen zijn onder invloed van aanzienlijke mentale vermoeidheid en slaapgebrek?

Een op de vier jonge nieuwkomers voelt zich vaak of altijd eenzaam. Dat is twee tot drie keer vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Toch ziet bijna niemand het. Zelfs leerkrachten en medeleerlingen zijn verrast door hoe groot en veelvoorkomend die eenzaamheid is.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Een architect ontwerpt gebouwen, toch? Dat niet alleen. Een architect kan ook mensen helpen om hun verlies een plaats te geven. Zo ontstaan persoonlijke herdenkingsplekken die betekenisvol blijven, ook al worden deze nooit gebouwd.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven