Tussen verbazingwekkende demo’s met robots en de realiteit gaapt een enorme kloof. Kunnen en moeten we die dichten? En kan Europa opboksen tegen Amerikaanse en Chinese concurrentie?
Met metershoge salto’s en ingewikkelde zwaarddansen pakte China in februari uit met wat robots allemaal kunnen. Acht op de tien Chinezen - en daarna meteen de rest van de wereld – smulden tijdens liveshow Chunwan, uitgezonden aan de vooravond van Chinees Nieuwjaar, van de technologische hoogstandjes. Ook in de Verenigde Staten en Europa sleutelen onderzoekers naarstig aan mensachtige robots.
Tussen deze verbazingwekkende demo’s en de realiteit gaapt echter een enorme kloof. AI-modellen die overweg kunnen met de fysieke wereld bevinden zich vandaag in een pril stadium. Cruciale zaken als hand-oogcoördinatie en fijne motoriek blijven een probleem. ‘Wij zijn bijzonder complexe beestjes, en machines bouwen die daarmee om kunnen: dat blijkt toch één grote wetenschappelijke en technische uitdaging te zijn’, zegt onderzoeker Tony Belpaeme in de nieuwe Eos-special. Hoe die robots van de toekomst er zullen uitzien? Niet per se mensachtig van vorm. In de nabije toekomst zullen we meer robots op wieltjes zien, misschien met een mechanische arm. We zullen ze bovendien niet eerst zien opduiken in onze huiskamers, maar wel in woonzorgcentra en ziekenhuizen. In de industrie, de ruimte en aan het oorlogsfront draaien ze vandaag al overuren zonder moeite.
Laten we dan binnenkort alles over aan robots? Nee, zo zegt socioloog An Jacobs: ‘De vraag is welke robots wij het waard vinden om te aanvaarden.’
Het is duidelijk dat Europa over de kennis, de markt en de industrie beschikt, wat ontbreekt is de durf om op te schalen
Een keur aan onderzoekers van zowel de Vrije Universiteit Brussel, de Universiteit Gent als imec tonen samen met doorgewinterde journalisten in deze special welke weg al werd afgelegd en waar we vandaag staan.
Al sinds de oudheid fascineert het idee van kunstmatig leven en zelfbewegende machines de mensheid. We laten zien hoe de natuur een onuitputtelijke bron van inspiratie is voor robotontwikkelaars. Denk aan de octopus, waarvan de armen voelen, beslissen en bewegen zonder het hoofdbrein te raadplegen. Cruciaal, zo blijkt, voor de blauwdruk van de robotarchitectuur van morgen: verwerk lokaal wat lokaal relevant is, en stuur centraal alleen wat nodig is voor planning en anticipatie.
In de jaren 1980 merkte onderzoeker Hans Moravec op dat wat voor mensen makkelijk is, voor robots bijzonder moeilijk is – en omgekeerd. Een briljante schaker kan geen vaatwasser vullen. Dat valt ook onderzoeker Bram Vanderborght op: ‘Een grote missing link in de robotica is dat robots er nog niet in slagen om net als kinderen veel te leren uit weinig data.’ Om robots te maken die werken als mensen, gaan er stemmen op om terug naar de tekentafel te gaan. Het doel is om modellen te creëren die de fundamentele principes van de natuurkunde, zoals kracht en versnelling, leerbaar maken van bij het begin.
Kunnen we in Europa opboksen tegen de ontwikkelingen in koploper China en de VS? Er zijn verdienstelijke pogingen. Of die ook echte massaproductie kunnen realiseren, moet nog blijken. We tonen ook dat Europese onderzoeksrobotica kan doorgroeien tot een commercieel beschikbaar platform. Het is duidelijk dat Europa over de kennis, de markt en de industrie beschikt, wat ontbreekt is de durf om op te schalen.
Meer weten? De Eos-roboticaspecial ligt vanaf vandaag in de winkel. Bestel op tijdschriftenwinkel.be
Schrijf je in op onze nieuwsbrief
En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

