Steven Martens ontwikkelde een poeder waarop je digitale informatie kan bewaren

Steven Martens ontwikkelde een poeder waarop je digitale informatie kan bewaren

Delen:

Toen Steven Martens vijf jaar geleden aan zijn doctoraat begon, was hij nog een rasechte chemicus. Hij onderzocht polymeersystemen – eenvoudige macromoleculen die je terugvindt in onder meer plastics en DNA. Zijn doel was om daar nieuwe structuren mee te maken. Tot hij in het derde jaar van zijn doctoraat ontdekte dat die structuren zich prima konden lenen tot een welbepaalde functie: informatie opslaan.

Steven Martens

Steven Martens (1989) studeerde chemie aan de Universiteit Gent. Nadat hij in februari zijn doctoraat over polymeerstructuren verdedigde, ging hij als postdoc aan de slag in de faculteit Farmaceutische Wetenschappen. Daar legt hij zich toe op kankerbestrijding en immunotherapie. Zijn onderzoek naar dataopslag in macromoleculen wordt verdergezet aan de UGent, onder leiding van polymeerchemicus Filip Du Prez.

Eerder al had Martens met bovengemiddelde belangstelling in het vakblad Nature een paper gelezen over alternatieve informatieopslag. Britse bio-informatici waren erin geslaagd sonnetten van Shakespeare en een stukje van de ‘I have a dream’-speech van Martin Luther King te encoderen in de basenparen van DNA.

Het experiment was een ontzettend belangrijke proof of concept: de wetenschappers hadden het ‘m geflikt om digitale informatie in de vorm van nulletjes en eentjes op te slaan op een drager die zo klein is dat je hem met het blote oog niet eens kan zien. De mogelijkheden die dat met zich meebrengt, zijn fenomenaal. ‘Ik herinner me dat ik las dat je met een kilogram synthetisch DNA genoeg hebt om alle data in de wereld op te slaan’, zegt Martens.

Moleculen zijn veel compactere datadragers dan de harde schijven en usb-sticks waarop we nu bestanden opslaan

En toen vond hij dat zijn polymeermolecules, in poedervorm, ook zulke microscopisch kleine informatiedragers kunnen zijn. En dat ze veel meer informatie kunnen opslaan dan DNA. ‘Een collega heeft het laatst eens uitgerekend. Op een gram van ons moleculepoeder kunnen we 1,76 keer meer data opslaan dan op een gram DNA.’ Een gigantisch verschil, zeker als je even terugdenkt aan wat je met een kilogram DNA al kan doen.

Duitse held

Martens ging aan de slag. Hij begon synthetische moleculen te bouwen met het idee ze te gebruiken als informatiedragers. Al gauw besefte hij dat dat maar een deel van het werk zou worden. Om informatie op die moleculen te zetten, moest hij ze efficiënt kunnen encoderen. En om ze achteraf weer te kunnen uitlezen, had hij een goede decoderingstechniek nodig.

Gaandeweg ontvouwde zich voor Martens een terrein dat op vele plaatsen grensde aan andere disciplines. Hij en zijn promotor Filip Du Prez schakelden de hulp in van informatici aan dezelfde faculteit van de Universiteit Gent. ‘Zij ontwikkelden een algoritme dat een reeks bits kon vertalen naar moleculenstructuren. Wij pasten daar onze chemie op toe. We bouwden de moleculen in poedervorm en zagen erop toe dat hun structuur zuiver was – je wil niet dat je data van bij het begin corrupt zijn.’

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Nu had Martens de moleculen en een manier om er informatie op te bewaren. Maar hij wist nog niet hoe hij die data vervolgens weer van die moleculen moest ontfutselen. Op dat punt klopten hij en Du Prez aan bij biochemici. ‘Met een massaspectrometer lazen ze de data op de moleculen uit als spectrumsequenties. Daarmee gingen we terug naar de informatici, die de sequenties vertaalden naar bits. Daar raakte de cyclus rond.’

Vorig najaar beschreven Martens en zijn collega’s in Nature Communications hun eerste test met de informatiedragende moleculen. Met het driestappenplan dat ze hadden uitgedokterd, waren ze erin geslaagd een QR-code in een molecule op te slaan en terug uit te lezen.

De code linkte naar de Wikipedia-pagina van August Kekulé, een 19de-eeuwse Duitse chemicus die tijdelijk aan de Universiteit Gent heeft gewerkt. ‘Hij beschreef als eerste de structuur van benzeen’, zegt Martens. ‘Dat is een organische structuur, de onze is een synthetische, gemaakt in het lab. Het voelde een beetje alsof we met ons werk een cirkel hadden voltooid waarvan hij het beginpunt had vastgelegd.’

Einde van usb

Het moleculenmodel dat Martens heeft ontwikkeld, zit momenteel in de conceptfase. ‘Voor de test met de QR-code heb ik moleculenstructuren van zes eenheden gemaakt. Om er grotere bestanden op te kunnen zetten, zoals foto’s en video’s, moeten we die structuren langer maken. Dat wordt nog een grote uitdaging.’

Ook de uitleesmethode zorgt in de nabije toekomst voor hoofdbrekens. ‘Telkens als we een molecule met een spectrometer uitlezen, schiet dat instrument de hele molecule kapot’, zegt Martens. ‘Daar nemen we een kleine hoeveelheid van om de data die we zoeken uit te lezen – met enkele nanogrammen hebben we meestal genoeg. Maar ideaal is de methode niet. Op den duur hou je niets meer van je molecule over. Op dat vlak staat het onderzoek naar synthetisch DNA veel verder.’

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

Toch tonen enkele bedrijven nu al interesse in Martens’ moleculenmodel. Vergeleken bij DNA-opslag heeft zijn poedermethode voordelen die je gewoon niet kan negeren. ‘DNA is een complexe structuur, het is voorlopig nog erg duur om het te maken. Het is ook niet eenvoudig om de data die erop staat uit te lezen, en de structuur laat makkelijk foutjes toe.’ Dat alles is veel minder het geval met de macromoleculen die Martens produceert.

Hoe dan ook bijten de klassieke datadragers in het stof. ‘De harde schijven en usb-sticks waarop we nu onze filmpjes, liedjes en andere bestanden opslaan, bestaan vaak uit zware metalen en zeer zuiver silica’, zegt Martens. ‘De aarde heeft die grondstoffen niet in onbeperkte hoeveelheden voorradig. Om DNA en andere moleculen te maken, hebben we die materialen niet nodig.’

‘En, zoals ik eerder al zei: je kan je data echt veel compacter opslaan.’ Tegen volgend jaar hebben we wereldwijd naar schatting 4,4 biljoen gigabyte aan informatie gegenereerd. Om al die data te bewaren hebben Google, Microsoft en andere spelers megalomane datacenters nodig. Tenzij ze volop investeren in onderzoek naar betere informatiedragers. Zoals dat van de Britse bio-informatici die sonnetten op DNA bewaren, of zoals dat van Steven Martens.

Delen:

Robotica-expert Abeje Mersha bouwt een vloot innovatieve drones voor civiele doeleinden, die zelfs levens kunnen redden.

Een nieuw geneesmiddel op de markt brengen kan snel twintig jaar duren en de chemicus speelt daarin een cruciale rol. Artificiële intelligentie is de gedroomde assistent om dat proces te versnellen. Maar ook een AI-assistent moet eerst naar de virtuele schoolbanken om die belofte waar te maken.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Diabetische wonden genezen vaak heel moeilijk, terwijl gewone wondverbanden vooral beschermen en niet actief helpen genezen. Mijn slimme wondverband ‘luistert’ naar wat er in de wond gebeurt en geeft pas een geneesmiddel vrij wanneer dat nodig is, om de genezing weer in gang te zetten.

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Artsen staan vaak voor moeilijke keuzes. Computermodellen die hen zouden moeten adviseren, zijn helaas ook niet altijd zeker van hun stuk. Wie beter dan een onzekere ingenieur om te helpen die zee van onzekerheid oversteken?

Dit is een artikel van: Vlaamse PhD Cup

Onze sporthorloges meten voortdurend wat er in ons lichaam gebeurt en vangen signalen op die voor ons onzichtbaar blijven. Dat ondervond journalist Tom Peeters zelf aan den lijve toen zijn Garmin merkte dat er iets mis was voordat hij er zelf erg in had.

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie lijden wereldwijd meer dan 430 miljoen mensen aan ernstig gehoorverlies. Een hoorapparaat kan deze mensen helpen om gesprekken opnieuw te verstaan. Maar hoe werkt dat, zo’n hoorapparaat?

Een zingende merel en een voorbijrijdende brommer maken allebei geluid, maar het ene ervaren we als rustgevend en het andere als storend. Dat komt niet alleen door het aantal decibels. Een relatief stille warmtepomp kan daardoor soms meer hinder veroorzaken dan een veel luidere bron.

Wetenschappers lieten een kleine drone navigeren met amper 42 kilobyte geheugen, zo’n duizend keer minder dan een klassieke navigatiekaart.

Steeds vaker nemen AI-vertaalapps de rol van tolk over in ziekenhuizen. Maar wat gebeurt er wanneer een systeem één medisch begrip verkeerd vertaalt, en niemand die fout opmerkt?

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven