Het weer is wispelturig. Toch probeert de mens al eeuwenlang te achterhalen wat morgen brengt. In de achttiende eeuw probeerden weerdeskundigen de code van het weer te kraken aan de hand van de maan. Ze vonden uiteindelijk niet wat ze zochten, maar hun pogingen leren ons waardevolle lessen in hoe we kunnen omgaan met de beperkingen van de wetenschap.
In 1770 stelde de Italiaanse astronoom Giuseppe Toaldo dat de maan via haar zwaartekracht getijden creëert in de atmosfeer zoals ze dat doet in de zee. Zijn werk inspireerde een internationale speurtocht naar verbanden tussen maanstanden en weersfenomenen. Priesters, astronomen, artsen en landbouwkundigen hielden dagelijks het weer bij en noteerden onder meer de temperatuur en luchtdruk. Ze hoopten op de lange termijn conclusies te trekken uit hun weerdagboeken om weersvoorspellingen te maken.
Het idee van voorspelling
Wetenschappers die het weer proberen voorspellen via de maan? Dat klinkt vandaag misschien eerder als astrologie dan als wetenschap. Astrologen waren tussen de twaalfde en zeventiende eeuw gerespecteerde raadgevers aan Europese hoven, maar niet meer in de achttiende eeuw. Tijdens de tijd die ook wel de Verlichting wordt genoemd, bekritiseerden denkers zoals Voltaire de astrologie juist vlijmscherp.
Het idee dat de maan het weer bepaalt moest dus verdedigd worden. Hiervoor gebruikten weerdeskundigen een bekend argument: gooi het kind niet met het badwater weg! De klopjacht tegen astrologische ideeën was te ver gegaan. Elke vorm van voorspelling verbieden vonden ze even erg als elke voorspelling toelaten. Mensen als Toaldo presenteerden zichzelf daarom als de redelijke, gulden middenweg. Door de befaamde zwaartekrachttheorie van Newton te gebruiken stelde Toaldo zich ook voor als een wetenschapper.
Dit toont ons wat een beproeving het is om kennis over de toekomst te creëeren. De grens tussen wetenschap en pseudowetenschap valt niet eenvoudig te trekken en de autoriteit om te mogen voorspellen moet steeds verdedigd worden.
Een hele reeks weersinstrumenten
Hoe begin je met iets te voorspellen dat je niet kan vasthouden? De atmosfeer kan op vele verschillende manieren gevoeld worden: als temperatuur, als luchtvochtigheid, als zwaarte of luchtdruk. Het was dus niet gemakkelijk om weersinstrumenten te maken.
Daarom werden instrumenten ontwikkeld na vele pogingen en keuzes. Een thermometer maak je pas na een hele serie vragen: gebruik je kwik of alcohol? Wat is het begin- en eindpunt van je meetschaal? Hoe groot en stevig maak je de thermometer? Hoe hou je hem betaalbaar? In de achttiende eeuw waren er daarom een dozijn verschillende thermometers. Weerdeskundigen zochten via een lang proces van trial and error naar de instrumenten die hen grip gaven op de atmosfeer.
Ondanks deze bruisende cultuur van opkomende weersinstrumenten, ging oude weerkennis niet verloren. De weerdeskundigen zochten naar patronen in de groeicycli van planten en de bewegingen van dieren. Zwaluwen die zo laag over het water vliegen dat ze het oppervlak raken, waren bijvoorbeeld een teken van regenweer. De atmosfeer stond in uitwisseling met alles wat leeft en het was belangrijk om de verbanden tussen levende wezens en de lucht te bestuderen.
Kennis tot nut van ‘t algemeen
Weerdeskundigen geloofden niet dat ze het weer perfect konden voorspellen. Deze prille meteorologen wisten dat ze niet alles wisten. Succesvolle voorspellingen waren eerder een toekomstdroom dan een dagelijkse realiteit. Toch noteerden vele weerobservatoren twintig, dertig of zelfs veertig jaar lang wat ze die dag hadden gezien. Ze stuurden brieven naar elkaar, zochten steun bij machthebbers, maakten analyses van hun gezamenlijke observaties en testten theorieën zoals die van Toaldo.
Via al dat werk wilden ze vooral hun medemens helpen – en ook controleren. Voorspellingen hoefden niet exact te zijn, maar waren vooral behulpzaam voor specifieke doelen. Weerkennis kon bijvoorbeeld worden ingezet voor het verbeteren van de landbouw of de gezondheid van mensen, als bescherming tegen noodweer, of als strategisch militair inzicht. Weerdeskundigen waren gidsen. Ze lazen de patronen in de natuur, maar ze wisten dat deze natuur nog veel geheimen voor hen had.
Een woord als voorspelling had dus verschillende betekenissen voor verschillende mensen. Zeker wat als een accurate of succesvolle voorspelling voor iemand gold varieerde sterk van de verwachtingen en noden die weervoorspellers en hun publiek hadden.
Data, data, data
Dit verhaal van de zoektocht naar de code van het weer kan ons doen stilstaan bij hoe aanwezig voorspellingen zijn in onze huidige maatschappij. Algoritmes bepalen politieke overwinningen, economische conjuncturen, het volgende woord van deze zin. Dag in, dag uit, sturen data onze beslissingen. Toch is de immense impact van voorspellende modellen op ons leven niet vanzelfsprekend. Achter al deze data schuilt een lange serie aan keuzes die vaak gestuurd worden door wat er op dat moment een hype is. Voor Toaldo was dat Newton, voor ons is dat vandaag misschien kunstmatige intelligentie. We kunnen ons daarom afvragen in hoeverre we onze levens willen laten bepalen door deze data. Waarheidsprofeet of gids? Aan ons de keuze.
Valentine Delrue dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2026. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.
Verloren weerkennis
Voor mijn huidig onderzoek ben ik op zoek naar “verloren” weerkennis. Weet jij hoe mensen het weer voorspellen met dieren, planten, wolken en nog meer?