‘Alle voorspellingsmodellen zijn verkeerd, maar we hebben ze nodig’

‘Alle voorspellingsmodellen zijn verkeerd, maar we hebben ze nodig’

Delen:

‘Bij het begin van een epidemie zie je alleen maar het topje van de ijsberg: de ernstige gevallen’, zegt Steven Callens, specialist infectieziektes aan het UZ Gent. ‘Eerst tel je de doden, dan kijk je hoeveel patiënten op intensieve zorgen liggen, en daarna pas ga je na hoeveel mensen een snotneus hebben. Die laatste groep zal je niet volledig kunnen testen. Om toch te berekenen waaraan we ons mogen verwachten, doen we een aantal veronderstellingen. Die stoppen we in een model.’

Een daarvan is het zogeheten SEIR-model. ‘De ‘S’ staat voor sensitive of gevoelig: we veronderstellen dat 100 procent van de bevolking op dit moment geen immuniteit heeft. ‘E’ staat voor exposure of blootstelling: wie is blootgesteld, wie zit in de incubatieperiode, wie is nog asymptomatisch en wie heeft een normale sociale interactie? ‘I’ staat voor infected of besmettelijk: wie is besmet, symptomatisch en naar alle waarschijnlijkheid ook besmettelijk? En tot slot ‘R’, wat staat voor recovered of hersteld: wie is ziek geweest en inmiddels hersteld?’

Interactie en seizoenaliteit

Experts die het model opstellen, doen ook aannames over de interactie in de gemeenschap. ‘We gaan ervan uit dat die homogeen is’, vervolgt Callens. ‘Dat wil zeggen dat een pasgeborene evenveel kans heeft om een negentigjarige te ontmoeten als om een veertien- of zestigjarige te ontmoeten. We weten dat dat niet klopt. Toch maken we die veronderstelling, omdat de interactie bij het begin van een epidemie nog vrij stabiel is en weinig verandert.’

Hoe het coronavirus zich gaat gedragen weten we nog niet, maar ik veronderstel dat het verspreidingsrisico niet het hele jaar door hetzelfde zal zijn

expert infectieziektes Steven Callens (UZ Gent)

‘Verder moeten we aannemen dat niemand immuun is, ook al kunnen we dat pas weten na een epidemie. We gaan uit van een incubatietijd van 6,4 dagen, ook al kan het in werkelijkheid evengoed vijf of zeven dagen zijn. En we veronderstellen dat er een besmettelijke periode is van zeven dagen.’

‘Dit model houdt geen rekening met seizoenaliteit. Die is er nochtans wellicht wel. We weten allemaal dat bepaalde virussen hoofdzakelijk tijdens de herfst en de winter circuleren: de RSV-piek (respiratoir syncytieel virus) ligt bijvoorbeeld meestal in het najaar, de influenzapiek komt meestal daarna.’

‘Sommige virussen profiteren van de zomermaanden. Maar er is geen enkel virus dat zich twaalf maanden lang verspreidt. Hoe het coronavirus zich gaat gedragen weten we nog niet, maar ik veronderstel dat het verspreidingsrisico niet het hele jaar door hetzelfde zal zijn.’

Van ernstig naar mild

‘Erg belangrijk in dit model is het reproductiegetal RO. Dat staat voor het aantal mensen dat iedere besmette patiënt infecteert. Gaan we ervan uit dat dat tussen de 2 en de 3 ligt, dan zal 70 tot 90 procent van de bevolking besmet worden met het coronavirus SARS-CoV-2. Als we massaal ons gedrag aanpassen – en dus onze handen wassen, niet openlijk hoesten of niezen en zo veel mogelijk thuis werken -, dan reduceren we dat reproductiegetal misschien tot 1,5.’

‘Slagen we erin die RO terug te brengen naar 1,3, dan gaan we van een zeer ernstig griepseizoen naar een mild griepseizoen. De epidemie bereikt haar piek dan veel later, en ze is minder hoog. Dat is belangrijk voor diegenen die toch ziek zullen worden, om ze op een goede manier te kunnen opvangen in onze ziekenhuizen. Slagen we erin de RO onder 1 te brengen, dan stopt de epidemie.’

Dertienduizend gevallen

Wat betekent dat concreet? ‘Het betekent dat elk model verkeerd is, precies omdat het zo sterk samenhangt met veronderstellingen. Maar het geeft wel een indicatie van waarop we ons moeten voorbereiden. Stel dat de incubatietijd 6,2 dagen is en dat die RO in het begin van de epidemie 2 tot 3 is, en ze inmiddels al wat lager is. In dat geval mogen we verwachten dat we uiteindelijk rond de dertienduizend gevallen zullen tellen.’

In een realistisch scenario belandt vijf procent van alle besmette personen op de intensive care

expert infectieziektes Steven Callens (UZ Gent)

‘Als we kijken naar de vakliteratuur, dan lijkt het redelijk om te veronderstellen dat 15 procent van dat aantal – of tweeduizend mensen – zal gaan om een ernstig en gehospitaliseerd geval. Daarvan zal 5 procent – of 650 gevallen – een kritisch geval zijn, dat op intensieve zorgen moet worden opgenomen. Het sterftecijfer komt dan op 550 à 600 gevallen.’

‘We zien vergelijkbare cijfers bij influenza: een half miljoen gevallen, 11 procent opgenomen in het ziekenhuis met ernstige verwikkelingen, 6 procent kritische gevallen en 600 doden.’

Beeld: In dit model is tien patiënten op één miljoen geïnfecteerd. Je ziet hoe de piek van de epidemie verandert bij een hoger of lager reproductiegetal (RO). Dat getal slaat op het aantal mensen die elke besmette persoon zal infecteren.

Delen:

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven