Ben je immuun na het doormaken van covid-19?

Ben je immuun na het doormaken van covid-19?

Delen:

Een recente studie¹ uit het Verenigd Koninkrijk bevestigt eerdere vermoedens over het verdwijnen van antistoffen tegen het nieuwe coronavirus. De onderzoekers volgden een 70-tal personen die positief getest waren op het virus met een neuswisser, door regelmatig hun bloed te controleren op antistoffen. Dat deden ze tot 94 dagen na het ontstaan van de symptomen.

De hoeveelheid antistoffen in het bloed nam toe tot drie weken na het begin van de klachten. Tijdens de drie daaropvolgende maanden namen ze geleidelijk aan weer af. Personen met een meer ernstige infectie hadden hogere waarden van antistoffen dan personen met mildere klachten.

Uit eerder onderzoek weten we dat bij de meeste mensen die covid-19 doormaakten, nadien antistoffen in het bloed te vinden zijn. Ook hier vonden de onderzoekers kort in de eerste weken hoge antistofwaarden in 60% van de gevallen. Na drie maanden waren die nog maar in 17% van de gevallen terug te vinden.

Hoe moeten we dit nieuws interpreteren?

Heeft iemand antistoffen tegen corona in het bloed? Dan is deze persoon met het coronavirus besmet geweest.

Antistoffen zijn stoffen die het afweersysteem van ons lichaam aanmaakt om indringers zoals het coronavirus aan te vallen. Soms blijven deze antistoffen in het lichaam aanwezig en maken ze ons immuun. Dat wil zeggen dat dezelfde indringer ons niet meer ziek kan maken. In het geval van het coronavirus lijkt het er nu op dat de antistoffen na verloop van tijd verdwijnen. Ze bieden dus wellicht geen blijvende bescherming.

Antistoffen zijn echter niet het enige onderdeel van ons uiterst complexe immuunsysteem. Het snel verdwijnen van de antistoffen uit het lichaam wil niet per se zeggen dat iemand opnieuw vatbaar is voor een tweede infectie met het coronavirus. Naast antistoffen zijn er ook de zogenaamde killer T-cellen. Dat zijn immuuncellen die het virus in besmette lichaamscellen kunnen vernietigen. Hiernaast zijn er ook nog de “geheugen B-cellen”, die bij een nieuw contact met het virus veel sneller nieuwe antistoffen kunnen aanmaken.

Wetenschappers zijn er echter nog niet uit welke en hoeveel antistoffen, T-cellen of B-cellen er nodig zijn om voldoende beschermd te zijn. Hiervoor kennen we het nieuwe virus nog niet lang genoeg. Er gebeurt wel volop onderzoek naar.

Coronavirus: wat je moet weten over B- en T-cellen

Om controle te krijgen over het coronavirus, moeten we eerst begrijpen hoe ons immuunsysteem erop reageert. Pas dan kunnen we betere behandelingen en effectieve vaccins ontwikkelen en weten we hoe dicht we bij groepsimmuniteit zijn - en of dat überhaupt haalbaar is.

De huidige bloedtesten die de antistoffen opsporen, zijn waarschijnlijk niet de meest betrouwbare manier om de verspreiding van het virus in de bevolking op te volgen. Deze tests leren ons enkel of iemand recent met het coronavirus in contact is geweest. Omdat de antistoffen verdwijnen, zorgen ze niet voor een blijvende bescherming. Daarom moeten personen die covid-19 doormaakten alle preventieve maatregelen even strikt verder op te volgen.

Conclusie

Nieuw Brits onderzoek bevestigt het vermoeden dat antistoffen tegen het nieuwe coronavirus geleidelijk aan verdwijnen uit het bloed. Ons immuunsysteem bestaat echter uit meer dan alleen antistoffen. Op dit moment weten we niet of iemand die covid-19 heeft doorgemaakt, langdurig beschermd is tegen een nieuwe infectie met het coronavirus. Daarom moet iedereen de preventieve maatregelen blijven opvolgen.

Noten

  1. KCL

Delen:

Dit is een artikel van:

Gezondheid en Wetenschap

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven