Door deze vijf medicijnen kun je nog slechter tegen de hitte

Door deze vijf medicijnen kun je nog slechter tegen de hitte

Delen:

Het lichaam zet verschillende mechanismen in om de temperatuur te regelen: zweten, de bloedtoevoer naar de huid reguleren en het vochtpercentage in balans houden. Maar sommige vaak voorgeschreven medicijnen verstoren die processen. Daardoor wordt het moeilijker om koel te blijven. Om welke medicijnen gaat het? Een overzicht:

1. Antidepressiva

Twee specifieke soorten antidepressiva - selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) en tricyclische middelen (TCA's) - kunnen de zomer moeilijker maken. Ze kunnen zelfs warmte-intolerantie veroorzaken door de manier waarop ze het zweten beïnvloeden.

Van beide antidepressiva wordt aangenomen dat ze deels werken door het beïnvloeden van neurotransmitters in de hersenen - voornamelijk serotonine en noradrenaline. Maar ze kunnen ook andere neurotransmitters beïnvloeden.

TCA's kunnen bijvoorbeeld acetylcholine blokkeren, een neurotransmitter die belangrijk is bij het zweten. Daardoor kunnen sommige mensen die TCA's nemen minder goed zweten. Op een warme dag maakt dat het moeilijk om af te koelen.

Tegelijkertijd verhogen TCA's het gehalte noradrenaline, een neurotransmitter die de zweetklieren stimuleert. Dat kan het zweten juist weer stimuleren, wat trouwens ook geldt voor SSRI's. 14% van de antidepressivagebruikers heeft last van die bijwerking.

SSRI's kunnen ook de hypothalamus verstoren - het hersengebied dat de lichaamstemperatuur regelt en de zweetklieren aanzet tot zweetproductie. Maar dat signaal kan worden beïnvloed door de verhoogde serotonineniveaus.

Aangezien zweten een belangrijk afkoelingsmechanisme is, kan elke verstoring van dit proces leiden tot hittegerelateerde ziekten. Overmatig zweten kan ook leiden tot uitdroging als je niet genoeg drinkt.

2. Antipsychotica

Antipsychotica worden gebruikt om psychoses te behandelen, die kunnen voorkomen bij schizofrenie en bipolaire stoornis. Ze doen dit door de neurotransmitter dopamine te blokkeren - wat op zijn beurt het niveau van de neurotransmitter serotonine beïnvloedt. Dit kan het vermogen van de hypothalamus om veranderingen in lichaamstemperatuur waar te nemen en erop te reageren, verstoren.

Als gevolg hiervan voelt iemand die een antipsychoticum neemt zich misschien niet oververhit of dorstig als het buiten warm is. Dit kan leiden tot een lage bloeddruk en een verminderde hartfunctie. Het lichaam probeert dan te compenseren door de bloedvaten te vernauwen en warmte vast te houden. Dit vermindert het zweten en maakt het moeilijker om goed af te koelen.

Daarnaast hebben antipsychotica anticholinerge eigenschappen. Dat wil zeggen dat ze de werking van acetylcholine blokkeren, waardoor het moeilijker wordt om te zweten.

Door een verhoogde bloedstroom wordt insuline sneller opgenomen, wat uiteindelijke kan leiden tot een te lage bloedsuikerspiegel.

3. Hartmedicatie

Bètablokkers worden gebruikt om hartfalen en hartritmestoornissen te behandelen. Ze doen dit door de hartslag te verlagen en de kracht waarmee het hart pompt te verminderen. Maar dit kan de bloedtoevoer naar de huid beperken, waardoor het lichaam op warme dagen moeilijker warmte kan afgeven.

Diuretica worden ook vaak gebruikt bij de behandeling van hoge bloeddruk of hartfalen. Maar omdat deze medicijnen de urineproductie verhogen, kan dit leiden tot uitdroging en een verstoord elektrolytenevenwicht bij warm weer. Als er minder vocht beschikbaar is, kan het lichaam moeite hebben om goed te zweten. Als je ernstig uitgedroogd raakt, kan je dorstgevoel stoppen. De bloeddruk kan ook dalen, waardoor je je duizelig kan voelen of flauwvalt - vooral als je rechtop staat.

Ook ramipril en losartan, medicijnen tegen een hoge bloeddruk, kunnen het risico op uitdroging verhogen. Deze medicatie blokkeert een systeem in het lichaam dat helpt bij het regelen van de bloeddruk, vochtbalans en dorst. Dit kan je natuurlijke drang om te drinken verminderen, waardoor je sneller uitdroogt als het warm is.

4. Stimulerende middelen

Stimulerende middelen - zoals de amfetaminen die mensen met ADHD soms slikken - beïnvloeden veel chemische stoffen in de hersenen, waaronder dopamine en noradrenaline. Dit kan de lichaamstemperatuur verhogen, de stofwisseling stimuleren en de manier waarop het lichaam zweet veranderen - wat het allemaal moeilijker kan maken om af te koelen, vooral tijdens het sporten of in warm weer. Dit kan ook leiden tot uitdroging, oververhitting of zelfs een hitteberoerte. Stimulerende middelen kunnen ook het gevoel van vermoeidheid verminderen, waardoor mensen zich overmatig kunnen inspannen zonder het gevaar te beseffen.

Recent onderzoek toont echter aan dat mensen met ADHD die stimulerende middelen gebruiken, minder kans hebben op hittegerelateerde ziekten - maar er zijn grotere onderzoeken nodig om dit verder te onderzoeken. De onderzoekers veronderstellen dat dit beschermende effect te danken kan zijn aan factoren zoals een lager lichaamsgewicht en voldoende drinken.

5. Insuline

Warme temperaturen zorgen ervoor dat de bloedvaten van het lichaam verwijden om ons te helpen afkoelen. Maar door die verhoogde bloedstroom wordt insuline ook sneller in de bloedsomloop opgenomen. Er is namelijk ook een verhoogde bloedstroom naar het gebied waar de insuline wordt geïnjecteerd. Daardoor daalt de bloedsuikerspiegel ook weer sneller. Dit kan hypoglykemie (een te lage bloedsuikerspiegel) veroorzaken. Dat kan leiden tot duizeligheid, trillen, zweten, prikkelbaarheid en mogelijk zelfs bewustzijnsverlies of epileptische aanvallen.

Een snellere opname van insuline kan het ook moeilijker maken om signalen van een lage bloedsuikerspiegel op te merken in de hitte, omdat symptomen kunnen worden verward met het ‘gewoon warm’ hebben.

Hitte kan insuline ook afbreken, waardoor het minder effectief en onveilig wordt. Daarom moet insuline tot gebruik in de koelkast bewaard worden - vooral in de zomer. Beschadigde insuline verandert van uiterlijk: het wordt troebel of verandert van kleur.

Delen:

Dit is een artikel van:

The Conversation

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven