Een tweede adem voor mensen met chronische longziekte COPD

Een tweede adem voor mensen met chronische longziekte COPD

Delen:

Foto: © Pulmonx Corporation

Bij COPD of Chronisch Obstructief Longlijden is kortademigheid, het benauwd gevoel van te weinig lucht krijgen, de belangrijkste en meest beperkende klacht. Patiënten met COPD ervaren dit vooral bij fysieke inspanningen zoals wandelen of traplopen, waardoor alledaagse activiteiten steeds moeilijker worden. Aangetast longweefsel kan niet meer genezen, maar de juiste behandeling kan symptomen verminderen en ziekteprogressie vertragen.

Bij patiënten met een ernstige vorm van COPD zijn de longen zo beschadigd en vergroot, dat ze als het ware gevangen zitten in de borstkas en er onvoldoende plaats is om naar behoren te functioneren. Longtransplantatie kan in dit geval een laatste redmiddel zijn, maar door het grote tekort aan orgaandonoren is het slechts voor een selecte groep patiënten een oplossing. Daarom is het cruciaal om nieuwe behandelopties te ontwikkelen. In mijn doctoraat, uitgevoerd samen met een team van specialisten in UZ Leuven, onderzochten we een nieuwe behandeloptie voor deze patiënten: ‘bronchoscopische longvolume reductie’.

Deze ingreep wordt ondertussen ook terugbetaald voor patiënten in België

In ons onderzoek hebben we het effect van deze ingreep op longfunctie, inspanningscapaciteit, kortademigheid en levenskwaliteit onderzocht. Ik testte de patiënten vóór de ingreep en drie en zes maanden erna. De resultaten waren duidelijk: alle parameters verbeterden in belangrijke mate bij de patiënten die de interventie ondergingen in vergelijking met de patiënten die niet behandeld werden. Patiënten met een ernstige vorm van COPD kunnen na de ingreep opnieuw beter ademen, meer activiteiten uitvoeren en hebben een betere levenskwaliteit. Door de sterke resultaten van dit onderzoek, wordt deze ingreep ondertussen ook terugbetaald voor patiënten in België.

Het zieke longdeel uitschakelen voor een betere ademhaling

Longen bestaan uit een netwerk van luchtwegen, die zoals takken van een boom steeds kleiner vertakken. Via deze luchtwegen stroomt de lucht in en uit de longen bij elke ademhaling. Bij bronchoscopische longvolume reductie plaatst de gespecialiseerde longarts éénrichtingsklepjes in de luchtwegen die naar het meest zieke longdeel leiden. De longarts voert deze ingreep uit met behulp van een bronchoscoop; een dunne, buigzame slang die via de mond ingebracht wordt. De éénrichtingsklepjes zorgen dat de overtollige lucht uit de long kan ontsnappen, maar verhinderen dat er nieuwe lucht binnenstroomt in het meest zieke longdeel.

Zo schakelt dit ingenieus systeem het meest zieke longdeel uit, waardoor de minder aangetaste delen van de long opnieuw beter kunnen functioneren. Het klinkt wat tegenstrijdig, maar door een deel van de long uit te schakelen, heeft de long opnieuw meer plaats in de borstkas om te bewegen en werken de gezonde longdelen en ademspieren efficiënter.

Het klinkt wat tegenstrijdig, maar door een deel van de long uit te schakelen, heeft de long opnieuw meer plaats in de borstkas en werkt efficiënter

Gemiddeld worden zo’n 3 tot 6 klepjes geplaatst per patiënt. De ingreep, die onder volledige narcose gebeurt, duurt ongeveer een uur. Omdat alles via een bronchoscoop verloopt, komt er bijna geen bloed aan te pas. Na de ingreep blijft de patiënt gemiddeld vijf dagen in het ziekenhuis voor observatie.

We gebruiken marketingcookies om deze website optimaal te laten werken. Accepteer deze cookies om verder te gaan.

De longarts plaatst klepjes  in de long. Door de éénrichtingsklepjes kan er enkel nog lucht uit het longdeel, niet meer erin. Het meest zieke longdeel is dan uitgeschakeld, zo kan de rest van de long opnieuw beter functioneren. © Pulmonx Corporation

De klepjes, gemaakt van nikkel-titanium (nitinol), bestaan in verschillende afmetingen (diameter doorsnede 4 tot 9 mm). De longarts meet tijdens de ingreep welke formaat gepast is. © Pulmonx Corporation

Het principe van deze behandeling is niet nieuw. Het kan ook via een operatie toegepast worden, waarbij de chirurg het meest zieke longdeel operatief wegsnijdt. Dit is een meer invasieve ingreep en het verblijf in het ziekenhuis is iets langer. Welke methode het meest geschikt is, hangt af van een aantal factoren zoals de ernst van de longschade, de anatomie en de doorbloeding van de longen. Een multidisciplinair team van longartsen, chirurgen en radiologen beslist samen welke aanpak het beste is voor elke patiënt.

Oorzaken van COPD

COPD heeft meerdere oorzaken, met roken als de grootste boosdoener in de westerse wereld. Maar ook een langdurige blootstelling aan giftige stoffen, luchtvervuiling of erfelijke factoren kunnen aan de basis liggen.

In België treft COPD zo’n 800.000 mensen. Naar schatting de helft van de patiënten weet niet dat ze eraan lijden, dit is vooral in een vroegtijdig stadium van de ziekte.

Ondanks de ernst van de ziekte, blijft COPD bij velen helaas onbekend of heerst er onterecht een stigma rond. Veel patiënten schamen zich voor hun ziekte of minimaliseren de problemen. Erover praten is dus de boodschap. Want vroegtijdige detectie en de juiste behandeling bij een huisarts of longarts is essentieel om de verdere achteruitgang van COPD af te remmen.

Het vermijden van het inademen van schadelijke stoffen (zoals rookstop) en het nemen van de juiste medicatie zijn belangrijke hoekstenen bij de behandeling van COPD. Maar ook regelmatige lichaamsbeweging heeft een cruciale rol.

Revalidatie en lichaamsbeweging zijn, naast de juiste medicatie, onmisbaar in de behandeling van COPD

Daarom is bewegen zo belangrijk

Hoeveel kortademigheid iemand ervaart, hangt niet alleen af van de longschade maar wordt ook in belangrijke mate bepaald door de fysieke conditie en spierkracht. Longen kunnen we niet trainen, maar de spieren en het hart gelukkig wel. Als die goed getraind zijn, wordt de ingeademde zuurstof efficiënter door het lichaam verdeeld en moeten de longen minder hard werken om dezelfde inspanning te leveren. Daarom zijn revalidatie en lichaamsbeweging, naast de juiste medicatie, onmisbaar in de behandeling van COPD. Voldoende lichaamsbeweging zorgt namelijk voor een minder snelle achteruitgang van de ziekte en vermindert het risico op vroegtijdig overlijden.

Maar wat als patiënten steeds die onaangename kortademigheid ervaren bij activiteiten zoals fietsen, wandelen of de trap opgaan? Dat maakt lichaamsbeweging verre van eenvoudig natuurlijk. En toch is het absoluut noodzakelijk!

Coaching om meer te bewegen

Meer bewegen vraagt een gedragsverandering. Hiervoor is motivatie en begeleiding op maat nodig. In mijn doctoraat onderzocht ik daarom het effect van een coaching interventie. Als kinesitherapeut coachte ik patiënten vanop afstand, met behulp van een stappenteller, smartphone applicatie, gepersonaliseerd stappendoel en telefonische begeleiding. Deze coaching interventie zorgde ervoor dat zowel patiënten mét als zonder longvolume reductie na drie maanden meer gingen bewegen. Jammer genoeg bleef dit effect niet op lange termijn. Patiënten motiveren om meer te bewegen op lange termijn blijft een moeilijke uitdaging die verder onderzoek vereist.

Maar één ding is zeker, de klepjes, die doen ondertussen hun werk. En dat beetje extra lucht, maakt voor patiënten met COPD alvast een wereld van verschil!

Met de coachingapp, speciaal ontworpen voor deze studie, volg ik patiënten op om hun gepersonaliseerde stappendoel te halen. Dat werkt, maar alleen op korte termijn. © Shutterstock & m-PAC

Astrid Blondeel dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2024. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.

Delen:

Dit is een artikel van:

Vlaamse PhD Cup

Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen die na een COVID-vaccinatie hogere koorts krijgen, vaak vergelijkbare darmkenmerken vertonen.

Wereldwijd doemen steeds meer bacteriën op die zich niet langer door antibiotica laten tegenhouden. Om deze gevaarlijke infecties te bestrijden, richten onderzoekers hun pijlen nu op speciale virussen die de ziektekiemen alsnog uitschakelen, zogeheten bacteriofagen. Ondanks dat artsen ze al decennia als therapie kunnen gebruiken, heeft hun toepassing een apart randje: ze moet zichzelf nog steeds bewijzen.

Vrouwen leven langer dan mannen, maar vaak minder lang in goede gezondheid. Rond de menopauze lijkt er iets te kantelen: niet alleen in de hormonen, maar in het hele lichaam. Steeds duidelijker wordt dat de eierstokken hierin een grote rol spelen. Maar hoe precies? In Berlijn onderzoeken wetenschappers een diertje dat hier meer inzicht in geeft: de naakte molrat.

Wie een leven lang gezonde keuzes maakt krijgt toch soms kanker. En wie er alle mogelijke kantjes vanaf loopt soms niet. In zijn boek Waarom we kanker krijgen en wat we eraan kunnen doen legt Philippe Westerlinck, radiotherapeut-oncoloog en wetenschappelijk onderzoeker aan het Universitair Ziekenhuis in Luik, in detail uit hoe dat komt en waarom het vaak de moeite loont om te proberen je risico te beperken.

Voor vrouwen die door vulvakanker een deel van hun clitoris kwijtraken, is nu eindelijk een reconstructie mogelijk waarbij ook de seksuele functie behouden blijft.

De Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde 2026 wordt gezamenlijk toegekend aan Karl Deisseroth (Verenigde Staten), Peter Hegemann (Duitsland) en Georg Nagel (Duitsland) voor de ontwikkeling van optogenetica, een methode waarmee kan worden aangetoond hoe zenuwcellen herinneringen, gevoelens en gedragingen in het levende brein vormgeven.

Hoe verschillend is elk lichaam? Open een anatomieboek en je ziet een menselijk lichaam met botten die op een vaste plaats zitten, organen met een vaste vorm en bloedvaten die netjes een uitgetekende route volgen. Maar bestaat er iets als een standaardlichaam? Het antwoord is eenvoudig: nee.

Begrijpen hoe de hersenen herinneringen, gevoelens en gedrag vormen, is al jaren een droom van onderzoekers. Karl Deisseroth, Peter Hegemann en Georg Nagel ontvangen de Nobelprijs voor Geneeskunde 2026 voor hun ontdekkingen die leidden tot optogenetica. Met deze techniek kunnen onderzoekers zenuwcellen in levende hersenen gericht aan- en uitzetten.

Er is geen behandeling voor mazelen. Antivirale middelen hebben geen vat op het mazelenvirus. Daarom is vaccinatie zo cruciaal.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven